Nieuws Syrië

Syrië en Rusland vallen Idlib aan nadat onderhandelingen over een wapenstilstand zijn mislukt

Samen met bondgenoot Rusland heeft Syrië dit weekeinde zware luchtaanvallen uitgevoerd op doelen in de provincie Idlib. Die geldt als de laatste grote enclave die nog in handen is van opstandelingen tegen president Bashar al-Assad. Hulpverleners meldden zondag dat er ten minste vijf doden zijn gevallen, onder wie een kind.

De leiders van Rusland, Iran en Turkije waren het eind vorige week niet eens geworden over een wapenstilstand in de regio, waar rebellengroepen opereren te midden van ruim drie miljoen burgers.

Aanval van het Syrische leger, zaterdag in het zuiden van de provincie Idlib. Beeld AFP

De Turkse president Recep Tayyip Erdogan waarschuwde vrijdagavond in Teheran voor een bloedbad en een enorme stroom vluchtelingen naar zijn land. ‘Er zijn in Turkije al 3,5 miljoen Syrische vluchtelingen, we zijn niet in staat nog eens miljoenen op te vangen’, zei hij tegen zijn Russische en Iraanse ambtgenoten, Vladimir Poetin en Hassan Rouhani. Rusland en Iran zijn de belangrijkste steunpilaren van het Syrische bewind. Volgens Poetin is het onmogelijk om een staakt-het-vuren af te spreken met jihadistische rebellen.

Een Syrische topdiplomaat zei dit weekeinde nog eens dat zijn land vastbesloten is de laatste bolwerken van ‘terroristen’ te heroveren. Daartoe rekent Syrië zowel  Islamitische Staat en een Al Qaida gelieerde organisatie als gematigde strijders, zolang die zich niet ‘losmaken’ van de jihadisten. Wie de wapens neerlegt, kan een rol spelen in het verzoeningsproces , aldus de Syrische ambassadeur bij de Verenigde Naties, Bashar Ja’afari. De VN-Veiligheidsraad wijdde vrijdag een spoedzitting aan de dreigende escalatie in Syrië, maar kon niet voorkomen dat Rusland en SyrIe luttele uren later ten strijde trokken.

Catastrofe

De VN willen een rol spelen bij het scheiden van strijders en burgers, en daarmee een humanitaire catastrofe voorkomen, zei Staffan De Mistura, de speciale VN-gezant voor Syrië. Hoe, dat is vooralsnog onduidelijk. Een andere VN-topfunctionaris waarschuwde dat het Syrisch/Russische offensief in Idlib zelfs kan uitlopen op ‘de grootste humanitaire ramp’ sinds het begin van de burgeroorlog in Syrië, ruim zeven jaar geleden. De VN en particuliere hulporganisaties hebben onvoldoende middelen en mankracht om de burgerbevolking van Idlib bij te staan als de strijd escaleert, waarschuwde John Ging, die bij de VN verantwoordelijk is voor humanitaire operaties.

Hulporganisaties als CARE en het Mercy Corps  stellen dat het nu al ondoenlijk is alle burgers te helpen die voedsel, medicijnen en onderdak nodig hebben. Onder de inwoners van Idlib bevinden zich honderdduizenden Syriërs die erheen trokken vanwege de strijd in andere delen van het land. De bombardementen van dit weekeinde hebben weer tienduizenden Syriërs op de vlucht doen slaan.

Een Amerikaanse hulporganisatie in Syrië, UOSSM, meldde dat er  de afgelopen dagen ten minste drie ziekenhuizen en medische posten zijn geraakt bij de bombardementen. De Syrische luchtmacht wierp zogeheten 'vatenbommen' af, die gevuld zijn met explosieven. 

De VS hebben de Syriërs gewaarschuwd in geen geval chemische wapens in te zetten.  Doen ze dat wel, dan zullen 'de Amerikanen en hun bondgenoten snel en adequaat reageren', liet het ministerie van Buitenlandse Zaken in Washington begin deze maand weten. De hoogste Amerikaanse militair, generaal Joseph Dunford,  zei dat  het Witte Huis en de strijdkrachten werken aan'militaire opties'. 

Gezamenlijke persconferentie van de Russische president Poetin, de Iraanse president Rouhani en de Turkse president Erdogan, vrijdag in Teheran. Beeld AP
Aanval van het Syrische leger in het zuiden van Idlib. Beeld AFP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.