Opinie

'Syrië dreigt het Rwanda van Obama te worden'

De VS moeten snel hun verantwoordelijkheid nemen en interveniëren in de Syrische kwestie, vindt Amerika-deskundige Willem Post.

President Barack Obama beantwoordt vragen over de situatie in Syrië.Beeld ap

We hebben het vaker gezien. Een Amerikaanse president presenteert een belangrijke binnenlandse agenda en wordt vervolgens overvallen door een buitenlandcrisis. Zo werd het sociaal-economische programma van Lyndon Johnson's Great Society onderuit gehaald door de kostbare Vietnam-oorlog en transformeerde George W. Bush op 11 september 2001 plotsklaps van plattelandspresident in internationalist die vervolgens twee oorlogen initieerde.

En nu dreigt zich een soortgelijke ontwikkeling te voltrekken in het Obama-tijdperk dat in zijn tweede termijn werd geëtiketteerd als 'nation first'.

Obama's buitenlanddoctrine kreeg de nieuwe slogan 'Leading from behind'. De militaire interventie in Libië zou de nieuwe blauwdruk moeten zijn. Deze werd door Washington gepresenteerd als een actie waarbij de Verenigde Naties, de Arabische Liga en landen als Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië het voortouw namen. De Verenigde Staten bleven veilig op de achtergrond.

De acties van deze partners en bondgenoten waren inderdaad mooi meegenomen, maar in werkelijkheid was de militaire inzet door de Amerikanen in de vorm van militaire planning, luchtaanvallen en wapenleveranties doorslaggevend. Het woord 'behind' klopte van geen kant en was vooral bedoeld om een letterlijk moegestreden Amerikaanse bevolking gerust te stellen. Maar de Verenigde Staten is wel degelijk nog de enige, echte militaire supermacht en moet dientengevolge zijn verantwoordelijkheid nemen als instabiliteit en grove mensenrechtenschendingen plaatsvinden.

Schoolvoorbeeld
De kwestie-Syrië is een schoolvoorbeeld daarvan. 'Amerika moet het voortouw nemen in goed partnerschap met anderen. Maar zij is als het er echt op aan komt de onmisbare natie die voorlopig nog wel even kan leiden, ook met betrekking tot Syrië', aldus Leslie Gelb, de nestor van de Amerikaanse buitenlandcommentatoren onlangs in Foreign Policy Magazine.

Als president Obama niets doet, zullen nog eens tienduizenden onschuldige burgers sterven. Als chemische wapens op grote schaal worden gebruikt, zijn de doden niet eens te tellen. Instabiele landen als Irak, maar ook het nu nog stabiele Jordanië zullen te maken krijgen met aanzwellende vluchtelingenstromen en verdere etnische en religieuze spanningen. Al Qaïda dat nog nauwelijks een machtspositie had in Syrië toen de burgeroorlog begon zal steeds gemakkelijker kunnen profiteren van de sociale ellende en meer aanhangers aldaar recruteren.

Wij zien nu al 'overstromingseffecten'. Het lokale conflict escaleert en internationaliseert. Voor Israël is een 'sandwich' tussen 'Iraans' Syrië en de door Teheran ook met meer wapens gesteunde sjiitische Hezbollah onaanvaardbaar, getuige al de luchtaanvallen van deze week.

Snelle actie is dus geboden. De CIA heeft twee jaar de tijd gehad om gematigde verzetsgroeperingen te identificeren. Het Vrije Syrische leger, dat afstand neemt van radicale, jahidistische rebellen, belooft na de val van Assad burgerlijke vrijheden te implementeren. Hun leider generaal Salim Idriss is in het Westen opgeleid, heeft uitgebreide contacten met Washington en belooft publiekelijk alle door Washington te leveren wapens individueel te registreren en na het conflict te retourneren. Daar kun je wat mee. De Verenigde Staten en partners kunnen monitoren en afspraken maken over verificatie.

Interveniëren in Syrië kan nu nog. Obama moet zo snel mogelijk tot echte wapensteun overgaan waardoor de val van Bashar al-Assad wordt bespoedigd.

Clinton
Bill Clinton vond het niet-ingrijpen bij de genocide in Rwanda achteraf de grootste blunder van zijn presidentschap. Obama, en ook de andere NAVO-bondgenoten, mogen geen tweede Rwanda toestaan. Een politicus moet rationele maatstaven aanleggen bij zijn beslissingen maar die moeten in een democratie altijd ook worden gerelateerd aan humanitaire overwegingen.

In 2005 hebben de landen van de VN het principe van 'the responsibility to protect' (R2P) erkend. Mensenrechten moeten met alle mogelijke middelen worden beschermd. Uiteindelijk heeft iedere regering, dus ook Washington, hierin een eigen verantwoordelijkheid en afweging te maken.

Nu de VN Veiigheidsraad qua besluitvorming politiek geblokkeerd is, is het de moeite waard dat minister van Buitenlandse Zaken John Kerry in de komende dagen nog een ultieme poging doet Moskou en Peking te overtuigen het Syrische bewind te laten vallen.

Afspraken kunnen worden gemaakt over bijvoorbeeld het behoud van de Russische marinebasis in Syrië. Ook China en Rusland hebben geen belang bij een islamitische radicalisering van de conflicthaard. Maar als op zeer korte termijn niet een echte diplomatieke doorbraak komt, is wapensteun aan de gematigde opstandelingen van het Vrije Syrische Leger de beste of in ieder geval de minst slechte optie.

Willem Post is Amerika-deskundige van Instituut Clingendael.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden