Syriana

Ik ben er opnieuw ingestonken en het voelt alsof ik een tweedehands aandelenpakket van Nina Brink heb gekocht. Dit Arabische restaurant in Albufeira is bijna net zo'n minderwaardige vreetschuur als de sushibar in het centrum van Brussel, waar de Berberijnse eigenaar mij paprijst van de Lidl met tonijn uit blik van de Colruyt onder de neus schoof. Twee toptenten, althans volgens TripAdvisor, de armeluisversie van de Michelingids. Eigen schuld, dikke bult. Tussen de tafels met roodverbrande moffen schommelt een buikdanseres. Mijn maag speelt op. Ik bereken de afstand tot de toiletten en ontsmet mij alvast met aguardiente.


Kon ik nog maar even in restaurant Al Batt in Damascus zijn, met de beste mezze van de Levant en met Dina, de dochter van de enige protestantse dominee van Syrië.


Arak slobberen tot aan de fajr, het ochtendgloren, en geveinsd politiek-correct debatteren over het nut van het maagdenvlies met Dina, die uiteindelijk meer Arabisch dan protestants bleek te zijn. Neuken ho maar dus, maar romantisch was het zeker voor de oriëntalist die ik ben. Ik hing de correspondent uit in Beiroet en vloog als een postduif op en neer naar Damascus.


Nadat Dina voor de zoveelste keer was ontploft, vestigde ik mij als kluizenaar in Aleppo. Eenzaamheid heeft een naam: Hotel Le Baron. Het logies werd gerund door twee stokoude Armeense broers die elkaar het licht in de ogen niet gunden. Rond de Tweede Wereldoorlog was het een klassiek spionnennest geweest, met Engelse en Duitse spionnen die zich voordeden als archeologen. Agatha Christie schreef er een deel van Murder on the Orient Express en Lawrence of Arabia was er vaste klant. Ik slofte met mijn ziel onder mijn arm door de stoffige gangen van het spookhotel. Op mijn kamer ritselde het van de kakkerlakken en een telefoonverbinding naar Damascus tot stand brengen, was een dagtaak.


In de lobby, of wat er voor doorging, hingen vergeelde reclames van Perrier en Ricard. Iedere dag zat ik rond het middaguur in de uitgestorven hotelbar waar een halfblinde ober mij arak schonk en zich beklaagde over de Armeense broers. Rond de schemering begaf ik mij op handen en voeten naar een animeertent met voornamelijk afzichtelijke Oostblokhoeren en vadsige blokhoofden van de Syrische geheime dienst. Mijn Syrië bestaat niet meer, maar het is als met je overleden ouders: zolang je er nog aan denkt, leven ze nog.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden