Sympathisant van het 'koninginnetje'

Cees Fasseur, biograaf van Wilhelmina, vindt zichzelf geen slippendrager. 'Ik was niet met een heldendicht bezig.'..

De brieven van Wilhelmina aan Juliana waren zijn goudmijn. Cees Fasseur, 62 jaar, biograaf van koningin Wilhelmina (1880-1962), historicus, hoogleraar in Leiden, is de eerste om toe te geven dat zònder die brieven de verslaggeving van de Londense jaren van Wilhelmina op zijn best een knap uittreksel was geweest van de standaardwerken van dr. Loe de Jong. Wilhelmina, de oorlogskoningin, schreef ze vanuit Londen aan haar dochter die met 'het grut' naar Canada was gestuurd.

Hoe Fasseur aan die brieven is gekomen, is een verhaal apart. Hij wist van het bestaan ervan. Op bezoek bij prinses Juliana, begin jaren negentig, vroeg hij haar of ze de brieven had bewaard. De prinses wist het niet zeker, maar sowieso gold: er staat van allerlei persoonlijks in, dat gaat u niet aan.

Fasseur: 'Daar dacht ik dus iets anders over. Toen zei ze: ik zal eens gaan zoeken, dan kan ik u misschien wat voorlezen. Vervolgens kreeg ik een paar maanden later onaangekondigd een groot aantal bandjes thuis gestuurd, een stuk of twintig, waarop zij vele uren lang die brieven aan mij voorlas. Daar kwam ik wel verder mee, maar de prinses had natuurlijk ook erg veel overgeslagen. Zo nu en dan richtte ze zich rechtstreeks tot mij. Dan zei ze: wat er nu staat kan ik niet lezen. Of: dit gaat u niet aan.

'Enfin, het was fascinerend. Het is een prachtig vocaal archief, een soort troonrede van 25 uur. Maar ik kon moeilijk zeggen dat dit als originele bron voldoende was. Voor mijn wetenschappelijke verantwoording moest ik natuurlijk over de brieven zelf beschikken. Uiteindelijk heeft prinses Juliana daar mee ingestemd. Ik heb fotokopieën gekregen van alle brieven die Juliana heeft bewaard van haar moeder tijdens de oorlog. Waarschijnlijk liggen ergens op Soestdijk ook de antwoorden, tenzij Wilhelmina, die nogal opruimerig was, ze heeft vernietigd.'

- Er is onder historici hardop getwijfeld of dat tweede deel er wel zou komen. U zou bezig zijn al te zeer een heldendicht op Wilhelmina te componeren. Sterker, u was verliefd geraakt op uw onderwerp.

'Luister, het is niet moeilijk sympathie op te vatten voor een meisje dat op achttienjarige leeftijd koningin moet worden, dat in het diepe wordt geworpen, dat door haar ministers ''het koninginnetje'' wordt genoemd en dat moet opboksen tegen geweldenaren als Troelstra en Kuyper. Zeker als je dan ziet dat ze overeind blijft, door een goed verstand en een groot plichtsbesef, word je sympathisant.'

- Of slippendrager, zoals bijvoorbeeld de historicus Nanda van der Zee veronderstelde.

'Het stoort me natuurlijk vreselijk als sommigen zeggen: hij was met een heldendicht bezig. Het is gewoon niet juist, het past niet bij mijn aard. Dit boek is, als ik het zelf mag beoordelen, tongue in cheek geschreven. Ironie en understatement, dat zijn mijn wapenen. Ik heb een gruwelijke hekel aan het overstatement, saying the obvious. Helaas heb je mensen die ironisch taalgebruik niet kunnen volgen. Die willen het verhaal in zwart en wit. Daar hou ik niet van.'

- Van der Zee kwam in 1997 met een tegendraadse visie op Wilhelmina's vlucht in het begin van de oorlog naar Engeland. Ze constateerde landverraad.

'Wat een onzin. Absurd. Wilhelmina heeft in Londen aan het hoofd van een vrije regering de strijd tegen de bezetter voortgezet. Ik kan niet inzien wat daar landverraad aan is.

'Nanda van der Zee stelt het voor alsof op 13 mei 1940, de dag van de vlucht naar Engeland, de strijd nog geheel onbeslist was. Ze introduceert een soort nederlaag-defaitisme, waartoe het vertrek van Wilhelmina zou hebben geleid. De feiten zijn anders. Nederland was verslagen, de Grebbe linie was gevallen, Wilhelmina is vertrokken op dringend advies van de opperbevelhebber generaal Winkelman.'

- Van der Zee constateert dat als gevolg van de vlucht een rijkscommissariaat in Nederland is gevestigd, onder leiding van Seyss-Inquart, dat buitengewoon fel was op de joden.

'Ook als Wilhelmina was gebleven, had de onvoorspelbare Hitler in Nederland een rijkscommissaris kunnen aanstellen. En in 1940 was al helemaal niet te voorzien dat het rijkscommissariaat redelijk succesvol zou zijn in de jacht op de joden. Mijn probleem met Van der Zee is dat ze een causaliteit opvoert die je alleen maar achteraf kunt construeren. Zo kan ik het ook.'

- Waarom doet u zo geraakt?

'Haar wijze van redeneren zal iedere historicus irriteren. Luister, die term landverraad, die is onder andere gebruikt in Volk en Vaderland, het weekblad van de NSB. Daar stond: wie heult met de Engelsen, pleegt landverraad. Dat gold dus kennelijk ook voor Wilhelmina. Ik wil maar zeggen: wie zegt dat Wilhelmina een landverrader was, bevindt zich in elk geval in het gezelschap van Mussert. Dit lijkt me voldoende.'

- Maar toch, kan men niet zeggen dat Wilhelmina niet uitblonk in bekommernis om het lot van de joodse landgenoten?

'Wilhelmina heeft op een tamelijk vroeg moment in de oorlog, in oktober 1942, voor Radio Oranje heel nadrukkelijk gezegd hoe zij dacht over de deportatie van joden. Alleen, over de omvang van het drama wist ze niets. En daarin stond ze niet alleen. Martin Gilbert, de biograaf van Churchill, stelt vast dat Churchill pas in juli 1944 op de hoogte was van Auschwitz. Je kunt achteraf zeggen: dit had men eerder moeten weten. Het antwoord luidt: men wist het niet eerder.'

- U schrijft nogal vergoelijkend over het bezwaar dat Wilhelmina in 1939 maakte tegen de bouw van een joods vluchtelingenkamp in Elspeet. 'Het ware de koningin aangenamer geweest als het terrein eenmaal de keus op de Veluwe gevallen zijnde, veel verder van het Loo had gelegen', haar woonpaleis. Getuigt zo'n houding niet op z'n minst van wereldvreemdheid?

'Nee, ik vind niet dat je dat kunt zeggen. In '39 wist men niet wat men in '45 wist. Ik schrijf er trouwens niet vergoelijkend over. Ik stel heel duidelijk dat het geen verheffende episode in haar leven is geweest.'

- Is dat ook niet het minste?

'Kijk eens, ik hoef hier nietals bovenmeester op te treden. Dat is de stijl niet waarin ik schrijf. Zeker, ik relativeer. Ik stel erplezier in om in een voetnoot erop te wijzen dat uit een recente enquête van NRC Handelsblad naar voren kwam dat 48 procent van de bevolking de vestiging van een asielzoekerscentrum in een straal van drie kilometer ''tamelijk bezwaarlijk of heel bezwaarlijk'' vindt.

'Ik vind het wel aardig om de lezer die op het punt staat over de kwestie-Elspeet in nobele verontwaardiging overeind te schieten, even te confronteren met de opvattingen van vandaag.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden