Symbool van standvastigheid én turbulentie

Ze omringde zich met mannen en was ze allemaal de baas. Vervloekt en geprezen, even legendarisch als Disraeli, Lloyd George en Churchill.

Elf jaar lang was Margaret Thatcher, die maandag op 87-jarige leeftijd overleed, premier van het Verenigd Koninkrijk. In die jaren veranderde ze het land onherkenbaar. Industrie maakte plaats voor dienstverlening, produceren voor consumeren, een Europees sociaal model voor een Amerikaans, consensus voor polarisatie en de aristocratie voor de meritocratie. Economisch gezien ging het land erop vooruit, maar de prijs was een verdeelde samenleving. Thatcher zelf riep verdeelde reacties op: bewondering of afkeer. Met niets er tussenin. Dat was een weerspiegeling van haar polariserende stijl, die onlosmakelijk verbonden is met de jaren tachtig.

Vriend en vijand zijn het er over eens dat ze een van de belangrijkste premiers was in de Britse geschiedenis. Haar naam past in het rijtje Disraeli, Lloyd George en Churchill. Laatstgenoemde was haar politieke idool. Geschokt was ze toen de oorlogspremier - door haar aangeduid als 'Winnie' - in 1945 de verkiezingen verloor. Deze gebeurtenis droeg bij tot haar afkeer van het socialisme. Het werd er niet beter op toen haar vader, enkele jaren later, zijn burgemeesterschap verloor aan de socialisten. Thatcher bewierookte haar vader. Ze kon het sowieso goed vinden met mannen, zolang ze maar wisten wie de baas was. 'De haan kraait, de kip legt de eieren', zo vatte ze de verhouding tussen de seksen samen.

De strijd tegen het socialisme zou de leidraad gaan vormen van haar premierschap. Ze keerde zich tegen het socialistische idee dat de staat voor de burgers moet zorgen en dat de maatschappij verantwoordelijk kon zijn voor het lot van individuen. Haar economisch beleid was daar een uiting van. De sociaal-economische filosofie van John Maynard Keynes maakte plaats voor het monetarisme van Milton Friedmann. Het bestrijden van inflatie stond voorop, ook als dat gepaard ging met oplopende werkloosheid. De meeste economen keurden dit beleid af. Het zorgde voor sociale onrust in de binnensteden.

Thatchers populariteit beleefde begin jaren tachtig een dieptepunt. Ze werd gered toen Argentijnse militairen de Falklands bezetten. Dit bood haar een kans haar kracht te tonen. De Britse overwinning op de Argentijnse junta vormde een ommekeer. Sinds de Suez-crisis was Groot-Brittannië in verval geraakt. Het land verloor de koloniën, de economie verslechterde. Het land zag zich genoodzaakt smekend aansluiting te zoeken bij de Europese Economische Gemeenschap. Maar in 1982, door de Falklandoorlog, kreeg het voorvoegsel 'Groot' weer een betekenis. Anders dan haar linkse vijanden had Thatcher geen moeite met nationalisme en het Britse koloniale verleden.

In haar tweede ambtstermijn diende zich een andere ideale vijand aan: de communistische vakbondsleider Arthur Scargill, die over de ruggen van de mijnwerkers een machtsstrijd aanging met Thatcher. De regering bleek zich goed te hebben voorbereid op de lange strijd die zou volgen. Vanuit Zuid-Afrika waren in het geheim grote voorraden steenkool aangevoerd.

Thatcher was altijd tegen een boycot van het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime, dit tot stil ongenoegen van de koningin, met wie ze een matige relatie had. Nelson Mandela was in Thatchers ogen niet meer dan een voorman van een communistische beweging, het ANC. Na de gewonnen strijd tegen Scargill toonde ze zich ongenaakbaar, een gevoel dat in 1987 werd versterkt door haar derde verkiezingsoverwinning.

Twee jaar later begon haar fractie de eerste scheurtjes te vertonen, door de invoering van de poll tax. Terwijl links in de landelijke politiek amper een rol van betekenis speelde, had het door de jaren relatief veel macht op gemeentelijk niveau veroverd. Om potverterende gemeenten een lesje te leren was Thatcher op de proppen gekomen met een inkomensonafhankelijke gemeentebelasting, die een stuk hoger zou zijn in gemeenten die veel geld uitgaven. En dat waren doorgaans gemeenten met een progressief bestuur. De poll tax druiste in tegen het gevoel van fair play van veel Britten. Tientallen Conservatieve parlementariërs dreigden hun zetel te verliezen. Zij vestigden hun hoop op een wisseling van de wacht aan de top.

Eind 1989 kwam de eerste aanval op Thatchers leiderschap toen het onbekende kamerlid Anthony Meyer haar uitdaagde. Ze won met 314 tegen 33 stemmen. Een jaar later volgde een tweede aanval, ingeleid door een toespraak in het Lagerhuis van de pas afgetreden minister Geoffrey Howe, die lange tijd haar trouwste vazal was maar zich ergerde aan haar kritische houding tegenover de EU. Vervolgens stapte haar eeuwige rivaal Michael Heseltine in de ring. Thatcher won de eerste ronde, maar ze kreeg te weinig stemmen om een tweede stemronde te voorkomen. Ze trok haar conclusies en trok zich terug, om haar steun te geven aan John Major, die de meeste stemmen zou krijgen.

Haar val toonde aan dat ze weinig echte vrienden had in de politiek. Ze was geliefder bij haar personeel dan bij haar ministers, populairder bij de secretaresses op de departementen dan bij de topambtenaren. Met tranen in haar ogen reed ze Downing Street uit. Zo hadden de Britten haar niet eerder gezien.

Margaret Hilda Roberts werd op 13 oktober 1925 geboren in het provinciestadje Grantham, Lincolnshire. Haar vader Alfred bezat twee groentewinkels, preekte in de methodistische kerk en was kort na de Tweede Wereldoorlog enkele jaren wethouder. Voor de jonge Margaret was hij een levenslang voorbeeld. Zonen zijn zonen todat ze trouwen, maar dochters blijven altijd dochters, zei ze ooit. Op school stond ze bekend als een ijverige, maar geen briljante leerling. Wanneer er een gast op school kwam om een lezing te geven was het Margaret die altijd de eerste vraag stelde. Populair was ze niet.

Ze ging scheikunde studeren op Sommerville, één van de minder prestigieuze colleges van Oxford. De opgedane kennis zou haar veertig jaar later nog van pas komen toen ze Ronald Reagan probeerde te genezen van zijn Star Wars-droom: 'But I'm a chemist. I know it won't work.' Na het afronden van haar studie ging ze werken bij een plasticfabriek, waar het nooit klikte met haar collega's. Ze kwam, zonder er zelf erg in te hebben, zo arrogant over dat ze de bijnaam 'De Hertogin' kreeg.

Haar leven veranderde toen ze Denis Thatcher ontmoette, een rijke, gescheiden zakenman. Ze trouwden in 1951 en gingen op huwelijksreis naar Madeira, de eerste keer dat Margaret voet op buitenlandse bodem zette. Hun karakters liepen totaal uiteen. Hij was geestig, gezellig en gemakzuchtig, zij bloedserieus, zorgzaam en altijd aan het werk. Margaret was dol op haar Denis, al uitte ze die liefde soms wat onhandig. Zo deed ze hem ooit een sigarendoos cadeau, niet beseffend dat hij alleen sigaretten rookte. Denis noemde haar 'The Boss' en ondersteunde haar zowel financieel als mentaal.

Later, tijdens haar premierschap, zou Denis uitblinken als gastheer. Terwijl Margaret haar gasten bijpraatte over de gevaren van het socialisme, stelde hij hen op hun gemak met gossip, anekdotes en zijn golfclub opvattingen over de samenleving. Denis fungeerde als anker in haar leven, of zoals ze zelf ooit zei: 'Als ik in alle staten ben, kan ik alleen bij Denis terecht. Hij slaat dan zijn arm om me heen en zegt 'Schat. Je klinkt net als Harold Wilson.' Ze kregen een tweeling, Carol en Mark, respectievelijk een vaderskindje en moederskindje.

Naast haar gewone baan als chemicus maakte Margaret serieus werk van haar politieke loopbaan. Bij de verkiezingen van 1950 en 1951 was ze de Conservatieve kandidaat voor het rode bolwerk Dartford. Ze verloor beide keren, maar met een kleiner verschil dan verwacht. Ze werd door de partijleiding beloond met een kandidatuur in het veilige kiesdistrict Finchley, een overwegend joodse buurt in Londen. In 1959 werd ze op 32-jarige leeftijd Kamerlid, in een tijd waarin het verval van Groot-Brittannië begon.

Haar politieke standpunten waren een combinatie van reactionair en vooruitstrevend. Tegen de afschaffing van de doodstraf, voor het legaliseren van abortus. Voor de herintroductie van lijfstraffen, maar ook voor de legalisering van homoseksualiteit. Dat ze vrouw was, werkte zowel in haar voor- als nadeel. Soms schoof de partij haar naar voren ten teken dat de Conservatieven met hun tijd meegingen, vaker kreeg ze te maken met vijandigheid. De Conservatieve gemeenteraadsleden van Finchley weigerden haar botweg te feliciteren toen ze de zetel won. Bij de partijtop was ze geliefd om haar nijver en kennis. Aan zelfvertrouwen had ze nooit gebrek. 'Als iemand als Eva Perón zonder idealen zover kan komen, dan moet je eens bedenken hoever ik het kan brengen mét idealen.'

Haar grote doorbraak kwam in 1970 toen de kersverse premier Ed Heath haar het ministerschap van Onderwijs gaf. Ze blonk uit in dossierkennis en presentatie, maar er rezen twijfels over haar politieke intuïtie. Dat bleek toen ze gratis schoolmelk afschafte. Het leverde weinig geld op, maar voor een hele generatie bleef ze Thatcher the Milk Snatcher. Tegen de achtergrond van arbeidsonrust verloor Heath in 1974 twee verkiezingen. Begin 1975 daagde Thatcher hem uit en hoewel ze als relatieve outsider in de pers alleen steun kreeg van het weekblad The Spectator, versloeg ze Heath in wat haar critici een 'boerenopstand' noemden. Tot aan zijn dood zou Heath 'that woman' blijven haten.

Een week later koos de fractie Thatcher tot de eerste vrouwelijke partijleider in de Britse geschiedenis. De architect achter haar overwinning was Airey Neave, de oorlogsheld die in 1942 als eerste Britse officier de 'home run' van gevangenenkamp Colditz naar Engeland had voltooid. Op 30 maart 1979 werd hij door de IRA vermoord in de parkeergarage onder het parlement. Een maand later kozen de Britten Thatcher, die haar schrille stemgeluid inmiddels verlaagd had, tot eerste vrouwelijke premier.

Hoewel ze ooit verklaarde dat als je iets gezegd wilt hebben je een man moet hebben en wanneer je iets gedaan wilt krijgen een vrouw, omringde ze zichzelf met mannen. 'Ministers mogen praten zoveel ze willen, zolang ze maar doen wat ik zeg', stelde ze.

Bij het binnentreden van 10 Downing Street citeerde ze Franciscus van Assisi: 'Where there is discord, may we bring harmony.'

Van harmonie zou een decennium lang geen sprake zijn. Integendeel. Het was het begin van een van de roerigste decennia uit de Britse geschiedenis. Thatchers aantreden betekende het einde van de naoorlogse consensus tussen Labour en de Conservatieven. De selfmade meritocrate bond de strijd aan met de gevestigde orde, van de machtige vakbonden tot en met de patriciërs in haar eigen partij, de coryfeeën met hun moeiteloze charme, de aristocraten voor wie politiek een onderdeel van hun sociale verplichtingen vormde.

Delegeren behoorde niet tot haar talenten. Ze was premier, maar het liefst had ze ook alle ministersposten bekleed. 'Het liefst zou ze geen kabinet hebben', zei een ex-minister ooit. Op het internationale podium handelde ze niet veel anders en kwam ze bekend te staan om haar koppige vastberadenheid. Dat leverde haar veel bijnamen op. De Russen doopten haar tot 'De IJzeren Dame', Ronald Reagan noemde haar 'the best man in Britain', François Mitterand zei dat ze de ogen van Caligula had en de mond van Marilyn Monroe. Haar dominantie had ermee te maken dat men niet kon geloven wat Thatcher als vrouw allemaal durfde te doen.

Na haar premierschap brak er een grote leegte aan in Thatchers leven. Eindelijk had ze tijd het volledige werk van Rudyard Kipling te lezen, maar ze bleek niet buiten de politiek te kunnen. Ze gaf haar opvolger John Major ongevraagd raad en wierp zich op als een moederfiguur voor William Hague, onder wiens leiderschap de Tories na de rampzalige verkiezingsnederlaag van 1997 een lange tocht door de politieke wildernis begonnen. Ze nam plaats in het Hogerhuis als barones Thatcher of Kesteven, in welke hoedanigheid ze graag over Europa debatteerde. Haar politieke memoires, waarin het wemelt van afkortingen van obscure commissies, waren zo saai als de jaren tachtig levendig waren.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden