Symbool van een onverwerkte episode

Het zou een goede manier zijn geweest om heden en verleden van Leipzig met elkaar te verzoenen: de wederopbouw van de Universiteitskerk aan het Augustusplatz dat ooit in de Baedeker-reisgids als een van de mooiste pleinen van Europa werd aangemerkt....

Maar er is een wezenlijk, onoverkomelijk verschil tussen beide kerken: de Frauenkirche werd verwoest in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog. Het is een episode die in Duitsland onderhand wel is verwerkt en nauwelijks meer aanleiding geeft tot broedertwist en richtingenstrijd.

De Leipziger Universiteitskerk daarentegen, is in 1968 opgeblazen op last van het DDR-regime. Ze herinnert dus aan de Duits-Duitse tegenstellingen en aan een onverwerkte episode uit de nationale geschiedenis. En de vraag of ze – net als de Frauenkirche in Dresden – in oude luister moet worden hersteld, geeft al jaren aanleiding tot bittere conflicten. Tussen slachtoffers en daders van de DDR. Tussen kerkelijken en seculieren. Tussen modernisten en romantici. Als de bouwput op de plaats van de vroegere Universiteitskerk íets symboliseert, dan is het wel de imperfectie van de Duitse hereniging.

‘De Universiteitskerk vertegenwoordigt een geringe kunsthistorische waarde dan de Frauenkirche in Dresden’, zegt de 70-jarige Dietrich Koch, voorzitter van een van de actiegroepen die zich beijveren voor de wederopbouw van (of een tastbare verwijzing naar) de kerk. ‘Maar de Universiteitskerk is in geestelijk-historisch opzicht belangrijker.’ Dit subtiele onderscheid berust vooral op het feit dat de Universiteits- of St. Pauli-kerk door Maarten Luther is gewijd, en twee eeuwen later door Johann Sebastian Bach werd gebruikt (zij het dat de naburige St. Thomas Kerk zijn thuisbasis was).

De leiding van de communistische partij van de DDR, de SED, had aan dit soort overwegingen echter geen boodschap. Aanvankelijk negeerde ze het verzoek van de rector van de Leipziger universiteit om de kerk en het daarnaast gelegen Augusteum – het neoclassicistische hoofdgebouw van de universiteit – te vervangen door functionele nieuwbouw.

Maar in de jaren zestig merkte SED-leider Walter Ulbricht het gebouw opeens aan als residu van voor-socialistische tijden. En daarmee was het doodvonnis over de kerk uitgesproken.

Naar verluidt heeft Ulbricht de kerk als sloopobject aangewezen na een bezoek aan de tegenover gelegen opera. Hij was, aldus Koch, not amused geweest over het grote aantal jongeren dat hij er naar buiten zag komen. ‘Dat ding moet weg!’, zou hij de plaatselijke partijleider hebben geïnstrueerd. En die zou meteen in de geest van Ulbricht hebben gehandeld.

Op de ochtend van 23 mei 1968 – Hemelvaartsdag – vond er nog een kerkdienst plaats. ’s Middags werden al voorbereidingen getroffen voor de verwoesting van het gebedshuis. Deze activiteiten bleven niet onopgemerkt. ‘Er verzamelden zich mensen rondom de kerk’, herinnert Koch zich. ‘Er werden bloemen bij het frontportaal gelegd, en er vonden geëmotioneerde debatten plaats.’

Op 27 mei werd in de omgeving van de kerk een samenscholingsverbod afgekondigd. Tot de mensen die op deze dag werden gearresteerd, hoorde ook Dietrich Koch. Na een verhoor van negentien uur werd hij weer vrijgelaten. Wegens ‘het bedrijven van oppositionele activiteiten’, werd Koch ontslagen bij de Academie van Wetenschappen.

Een paar weken na de sloop van de kerk grepen Koch en vier medestanders, onder wie zijn broer, een internationaal Bach-concours in het Congrescentrum aan voor een protestactie.

Koch: ‘In het diepste geheim bevestigden wij een spandoek van anderhalf bij twee meter, met het opschrift ‘‘Wij eisen wederopbouw’’, boven het concertpodium. Een ingenieus mechanisme zorgde ervoor dat het doek zich ontvouwde tijdens de prijsuitreiking.’ In het bijzijn van talrijke hoogwaardigheidsbekleders, onder wie de minister van Cultuur Klaus Gysi, de vader van Gregor Gysi, de huidige fractievoorzitter van Die Linke in de Bondsdag.

Koch was niet in de zaal aanwezig om zich van de weerklank van zijn actie te vergewissen. Maar van ooggetuigen begreep hij dat de protestuiting een hoge attentiewaarde genoot. ‘Her en der klonk applaus op. Buitenlandse bezoekers maakten er foto’s van, zodat de buitenwereld er ook kennis van kon nemen. In een mum van tijd was het voorval overal in de DDR bekend. Voor mij was dat een grote genoegdoening.’

De autoriteiten maakten met grote verbetenheid jacht op de actievoerders. Twee van hen konden het land via Bulgarije ontvluchten. De drie achterblijvers, onder wie Koch en zijn broer Eckhard, behoorden niet tot de ‘kerkgangers en kunsthistorici’ waar de daders in eerste instantie werden gezocht. Pas in 1970, nadat hij kenbaar had gemaakt de DDR legaal te willen verlaten, werd Koch opgepakt. Het vermoeden bestaat dat de Stasi op zijn spoor was gekomen door toedoen van een van de twee mededaders die naar de Bondsrepubliek waren gevlucht.

‘Hij is daar in aanraking gekomen met een radicaal-linkse groepering die hartelijke contacten met de DDR onderhield. Misschien is hij te loslippig geweest, of heeft hij zijn diensten als informant aangeboden. Hij heeft mij er nooit uitsluitsel over gegeven.’

Hoe het ook zij: Koch werd lang verhoord, maar heeft consequent elke betrokkenheid bij de spandoekactie ontkend. Na een kort proces – ‘een juridische aanfluiting’, aldus Koch – werd hij verminderd toerekeningsvatbaar verklaard en tot 2,5 jaar celstraf plus dwangverpleging veroordeeld.

In de cel onderhield de fysicus/mathematicus zijn geestelijke gezondheid met het reciteren van gedichten, en met het oplossen van natuurkundige problemen. In het najaar van 1972, een half jaar na de aanvang van zijn dwangverpleging, deelde zijn psychiater hem onverhoeds mee: ‘Binnenkort hoeft u geen gebruik meer te maken van mijn diensten.’ Twee weken later werd hij uitgezet naar de Bondsrepubliek. Na de Wende is hij niet meer naar Leipzig teruggekeerd. Vanuit zijn West-Duitse woonplaats heeft hij zich echter krachtig ingezet voor de wederopbouw van de Universiteitskerk. Dat hij, in de optiek van veel Leipzigers, een ‘Wessi’ is, en allang niet meer ‘een van ons’, is daarbij overigens een strategisch nadeel gebleken, zegt Koch.

Begin jaren negentig leek het pleidooi voor een reconstructie van de Universiteitskerk nog betrekkelijk kansrijk. De deelstaatregering in Dresden flirtte met het idee, en het project was technisch uitvoerbaar. Op de valreep van de sloop hadden ambtenaren, vermoedelijk op eigen initiatief, nog talrijke altaarstukken, wandversieringen en andere onderdelen van het interieur weten te redden.

Vooral onder druk van de universiteit, die zich in de jaren vijftig ook als eerste voor sloop uitsprak, is uiteindelijk gekozen voor nieuwbouw met een sterke architectonische verwijzing naar de kerk van weleer. In 2004 werd een ontwerp van de Nederlandse architect Erick van Egeraat als het meest aanvaardbare compromis tussen de uiteenlopende wensen aangemerkt. De gevel is een sterk gestileerde versie van de oorspronkelijke façade.

Hoewel de voorbereidingen van de bouw in volle gang zijn, zetten de pleitbezorgers van reconstructie hun verloren strijd verbeten voort. In opgewonden pamfletten verwijten zij Van Egeraat medeplichtigheid aan een ‘internationale cultuurschande’. De architect zou zich hebben laten inspireren door nationaal-socialistische vakgenoten. Zijn medestanders gelden als onverbeterlijke DDR-sympathisanten, die de planologische misgrepen van het verdwenen regime willen conserveren en die de herinnering aan de kerk uit het collectief geheugen willen wissen.

In hun optiek is de ‘Leipziger cultuurstrijd’ een episch gevecht tussen de vroegere daders en hun slachtoffers. Uitvoering van het Van Egeraat-plan wordt als een door de overheid gesanctioneerde poging tot eerherstel van de DDR gepresenteerd.

In dit klimaat kon het matigende geluid van de gebroeders Koch geen genade vinden. Zij leggen zich neer bij de uitgangspunten van het plan maar proberen de architect, tot nu vergeefs, aan te sporen tot overname van meer oorspronkelijke details in zijn gevelontwerp. Verder zou Van Egeraat de behouden interieurdelen in zijn bouwplan moeten integreren. Met deze suggesties gaven Koch en zijn medestanders blijk van zoveel rekkelijkheid dat zij uit de vereniging van reconstructievoorstanders zijn gezet.

Bij Van Egeraat vonden zij echter evenmin gehoor. ‘Hij heeft niet de moeite genomen om op een van onze brieven te reageren’, zegt Henrike Dietze van de door Koch gestichte vereniging ‘pro Universitätskirche’ bitter. ‘Het klimaat waarin de discussie zich voltrekt, is kenmerkend voor Leipzig. Tegenstanders worden verketterd of verdacht gemaakt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden