Sylvia zat naast een kinderpartijtje waar de gasten opgelucht waren om te zingen voor de jarige

'Stelletje proleten'

.

Foto thinkstock

In een groot, hip café vol retro-ironische schemerlampjes en 'huisgemaakte' geitenkaasbitterballen zat ik koffie te drinken naast een tafel waaraan een kinderpartijtje gaande was. Een stuk of twaalf ouders zaten rond een felrode taart, de zogeheten 'red velvet cake' die de laatste tijd ten onrechte opgeld doet. Hun kleuters renden vrolijk rond.

Een slanke, blonde vrouw van een jaar of 35, met een stem waarmee ze onversterkt Carré zou kunnen beschreeuwen, was aan het woord. 'Om een lang verhaal kort te maken', riep ze, 'ik kom dus met Noah bij die tandarts. Noah liep dus al dagen met kiespijn. Wat blijkt? Drie rotte kiesjes. Drie! En wat denk je dat die tandarts zegt? 'Ja, d'r is niet goed gepoetst.'' Ze schudde haar goed verzorgde hoofd en lachte hard en hol.

'Ik zeg tegen die man: 'Probeer het zelf maar eens, Noahs tandjes poetsen. Hij slaat die tandenborstel uit mijn handen en rent weg. Ja, temperament, dat heeft hij van zijn vader. Wat ga je eraan doen?' 'Nou', zegt die man, 'het spijt me zeer, maar die kiesjes moeten eruit.' Dat zegt-ie zo, waar dat kind bij is! Zou je zo iemand niet aanklagen bij de tuchtraad? Maar goed, wat moest ik? Noah verrekte van de pijn. Dus ik zeg, oké, maar dan wél onder narcose.'

Triomfantelijk keek ze de tafel rond. 'Wat denk je?', ging ze voort. 'Die tandarts dóét geen narcose. Die wil dus gewoon bij een klaarwakker, 4-jarig kind tussen zijn tandjes gaan rondhakken. Maar ik zeg, dat verdom ik. Het gaat hier tenslotte wel om mijn kind, he? En die man zegt: 'Dan moet je naar een specialist in kindertandzorg, daar kan het wél.' Bizar toch?' Ze lachte, weer zo hard en vreugdeloos.

'Om een lang verhaal kort te maken', vervolgde ze, 'ik maak een afspraak bij die specialist. Moest ik nog vrij nemen ook, want die werkt alleen tijdens kantooruren. Bespottelijk. Ja, dat een mens wat belangrijkers te doen heeft dan overdag bij de tandarts te zitten, dat komt niet bij ze op.' Weer zo triomfantelijk keek ze rond.

'Dus ík erheen, met Noah', sprak ze. 'Ik kom die wachtkamer binnen. En wat denk je? Zit het daar helemaal vol met van dat aso-volk. Van die vette, volgevreten bijstandstrekkers, van die B-merk-sjekrokers die te beroerd zijn om de tanden van hun kinderen te poetsen. Proléten. Dus ik denk, gat-ver-damme... Maar wat moest ik? Noah verrekte van de pijn... o kijk, daar is-ie... kom, laten we nou maar even voor hem zingen.'

Opgelucht barstte het gezelschap uit in 'Lang zal hij leven'.

Toen het laatste 'Hoera!' was weggestorven besloot de vrouw, weer zo hoofdschuddend: 'Gat-ver-damme. Stelletje proleten.'

s.witteman@volkskrant.nl

Meer over