Column

Sylvia Witteman: 'Zodra ik een ton bij elkaar kan schrapen, koop ik de helikat'

Niets dan lof voor de jongen die bij wijze van kunstwerk zijn dode kat heeft opgezet, van propellers voorzien, en hem nu laat rondvliegen als een helikopter. Volkskrant-columniste Sylvia Witteman vindt het een schitterend idee.

Orville, de vliegende helikopterkat van kunstenaar Bart Jansen op de KunstRai.Beeld reuters

Er is nogal wat te doen over die jongen die bij wijze van kunstwerk zijn dode kat heeft opgezet, van propellers voorzien, en hem nu laat rondvliegen als een helikopter. Ik begrijp het probleem niet. Die kat wás al dood, buiten schuld van de eigenaar. Een dode kat is weinig meer dan een lapje leer en wat wol, dus waarom zou je er géén kunstwerk van maken?

Ik vind het juist zo'n schitterend idee. Als een kat op zijn sterfbed érgens spijt van heeft (en een kat is van nature geen type om ergens spijt van te hebben, dit in tegenstelling tot honden, de spijterigste dieren op aarde) dan is het wel dat hij nooit heeft kunnen vliegen. Ik zie dat zelfs aan mijn eigen achterlijke pluisbal Lola. Zij heeft de hersencapaciteit van plankton en slijt haar nutteloze jaren voornamelijk slapend, in een reeks van even kwetsbare als bespottelijke houdingen. In de vrije, wrede natuur was ze stellig allang dood geweest.

Vlees eet ze niet (I rest my case), maar als ze een vogeltje ziet maakt ze wel degelijk de bekende mekkergeluiden die, vrij vertaald, betekenen: 'Waarom kan die kutvogel wél vliegen en ik niet?', waarna ze daadwerkelijk probeert op te stijgen, met atavistische spasmen in de heupen, de domme, kleine oren alvast plat naar achteren voor een optimaal draagvlak, straks, in de ijle luchtstromingen van de stratosfeer.

Voor mijn geestesoog zie ik haar vliegen. Ze strekt haar poten, de ruime huidplooien van haar oksels en liezen vangen wind, en daar gaat ze; de snorharen een feilloze antenne, de ooit zo wezenloze groene knikkers eindelijk waakzaam, met heroïsch wapperende flanken en het roomwitte borstje vooruit, een pluizige Icarus op weg naar de zon.

Mijn lieve Lola, ze heeft het verdiend. Waarméé weet ik zo gauw niet, maar dat is juist het aardige van katten: of ze nu slapen, vreten, spinnen of vliegen, ze zien er altijd uit alsof ze op deze genoegens dubbel en dwars récht hebben. (Honden, daarentegen, kijken meestal alsof ze zich ergens schuldig over voelen. Waarschijnlijk over het feit dat ze als hond geboren zijn en als hond zullen sterven.)

Die jongen met die vliegende kat heeft inmiddels een bod van een ton gekregen voor zijn creatie. Geen cent te veel. Zodra ik een ton bij elkaar kan schrapen ga ik hem kopen, de helikat. Eerst laat ik hem dan een poosje rondvliegen, om Lola het goede voorbeeld te geven. 'Kijk dan! Kijk nou, sukkel! Zó doe je dat!' Daarna haal ik hem uit elkaar en zet ik hem weer in elkaar, keer op keer, net zolang tot ik precies weet hoe het moet. Alvast, voor als Lola dood is.

Ik kan haast niet wachten.

Sylvia Witteman is columnist voor de Volkskrant.

 
Waarom kan die kutvogel wél vliegen en ik niet?
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden