Sylvia keek onder invloed van de gratis designerdrug Koorts naar het behang met rococo-bloemmotiefje

Ik had griep en lag vol overgave het altijd wat lachwekkende woord 'bedlegerigheid' uit te beelden. De poes maakte misbruik van de situatie; mijn scheurend gehoest deed haar aanvankelijk nog geschrokken opspringen, maar al gauw ronkte ze er onverschillig doorheen, met gevouwen pootjes balancerend op mijn schuddende lichaam.

Daar lag ik dan, onder de poes. Uiteenlopende entiteiten namen bezit van mijn oververhitte brein. Daar was ten eerste het behang. In het dagelijks leven is dat een retro-ironisch rococo-bloemmotiefje in oudroze en dof goud, iets voor het boudoir van een lustige witwe, met veel petitfours en witte port; onder invloed van de gratis designerdrug die Koorts heet, veranderde dit knusse patroontje in likkebaardend hellevuur, gelardeerd met flarden Achterberg ('maar deze beelden stonden in uw ogen/en deze ogen zijn uiteengegaan') en volop enge gezichtjes, waaronder dat van een Boze Slak.

Ook de muzikale omlijsting, kosteloos verzorgd door de galopperende gigabites in mijn hoofd, was bepaald verontrustend. Daar was Wim Sonneveld, die uren achter elkaar Moeder, ik wil bij de revue zong, met die schmierend-bekakte stem van hem. 'Jongens, wat ben ik te benijden/Als ik die hoge trap af kom met twintig blote meiden/Altijd kaviaar en nooit meer aardappels met jus/ O, moeder, ik wil bij de revue'. Waar had ik dát aan te danken?

Vervolgens nam Miriam Makeba het over, met Pata pata, een liedje waarop ik nogal gesteld ben, daar niet van, maar als je probeert te slapen is het érg druk. Bovendien zingt Miriam, God hebbe haar ziel, in het Xhosa. Ik versta geen Xhosa. Daar heb ik altijd goed mee kunnen leven, maar in mijn koortsdrift vond ik het opeens onverteerbaar, vooral omdat Miriam zo hárd zong en van geen ophouden wist, terwijl Wim Sonneveld alweer trappelend stond te wachten met zijn twintig blote meiden. 'Saguquga sathi bega nantsi, Pata Pata' en nooit meer aardappels met jus en hellevuur en Achterberg en rococo en zo ging dat uren dagen maanden jaren door, met die loodzware poes op mijn reutelende borst.

Ik ontwaakte slap van de honger. Er was niemand thuis en de ijskast was leeg, want zo gaat dat, als moeder ook eens ziek is. Maar in de vriezer vond ik nog een bakje zelfgemaakte kippensoep. Deze zogeheten 'mantelzorgsoep' was eigenlijk bedoeld voor mijn oude moeder, maar in tijden van nood mag en moet ieder zijn eigen mantelzorg zijn, nietwaar? Trouwens: waar was mijn moeder, toen die Boze Slak me naar het leven had gestaan?

Precies. Ik at de soep op en ging weer rillend onder de poes liggen.

Moeder, ik wil bij de revue.

Reageren? s.witteman@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden