Swinging Dik

Het zojuist in een boek gebundelde oeuvre van sporttekenaar Dick Bruynesteyn laat zien: hij tekende snel, slordig soms, maar makkelijk was het nooit. Sterker: hij had een prijs moeten krijgen.

In het kolossale oeuvre van Dik Bruynesteyn (werkelijke naam: Dick Bruijnesteijn) neemt Appie Happie een voorname plaats in - en niet alleen omdat Co Adriaanse aan het begin van deze eeuw als trainer van Ajax in alle ernst de term 'Appie Happie-spits' introduceerde.


Adriaanse dacht daarbij aan wat in het voetbal een 'breekijzer' wordt genoemd, een onverschrokken invaller die als de stand erom vraagt een beslissing kan forceren. Destijds begreep iedereen precies wat Adriaanse bedoelde. Dat zei veel over Appie Happie. En nog meer over diens schepper.


Amsterdammer Bruynesteyn (1927-2012) introduceerde Appie Happie in 1970 in een dagstrip in Het Parool en enkele regionale kranten. Appie Happie was een voormalige glazenwasser. Hij was gek op bananen.


Verder was hij 'te lui, te dik, maar mits goed gemotiveerd (zoals dat tegenwoordig zo mooi heet) tot alles in staat.' Ook had de aanvaller van De Taaie Tijgers (DTT) een 'warm kloppend hart' en een 'verwoestend schot (ook zo'n fraaie kreet) in beide benen'.


Bruynesteyn was gek op naam- en woordgrapjes. Jan Ferwerda en Ruud Gosse, de samenstellers van een onlangs verschenen boek over zijn leven en zijn oeuvre, hebben de voorkeur van de hoofdpersoon gehandhaafd. Het boek heet dus Dik tevreden.


Bruynesteyn zou het hebben gewaardeerd. De voorzitter van De Taaie Tijgers heette Simon S. Smakeloos, de kortgerokte secretaresse Snoepie - die trouwens verliefd was op Appie Happie - voetbalde bij Tottenham Hotpants en de trainer was Meneer Michappels, een samenvoeging van Michels en Happels.


De naam van de keeper: Lange Jan met de Pet. Twee andere medespelers waren Pietje Peelee en Sjakie Strijkijzer.


Flauw, ja, oubollig misschien ook, maar het werkte wel. Op het hoogtepunt, rond 1980, stonden de avonturen van Appie Happie in ruim twintig kranten, met een gezamenlijke oplage van 1,5 miljoen.


Bruynesteyn schotelde de lezers dagelijks een strip voor waarin héél voorzichtig de spot werd gedreven met voetballers en andere sporters. Gemeen werd hij nooit. Bruynesteyn deelde plaagstootjes uit, meer niet.


Collega Dick Matena, een bewonderaar, schrijft in Dik tevreden dat Bruynesteyn zich geen tekenaar voelde en zijn eigen werk onderschatte. Met kracht neemt hij het voor hem op.


'Goed, zijn tekenwerk was vaak wat slordig, snel, maar dat had hij ook wel degelijk verheven tot een stijlelement en het was, in zijn strips, áltijd effectief, helder, makkelijk leesbaar, óók in de drukste plaatjes.'


Matena is een sterke woordvoerder. 'Omdat het allemaal zo makkelijk leek wat hij deed, en hij ook zelf volhield dat het makkelijk wás, zijn veel mensen dat gaan geloven. Een prijs als de Stripschapprijs, die zo langzamerhand door iedere boerenlul gewonnen is, is hem zo ontgaan, wat een eeuwige schande is op 't blazoen van het Stripschap.'


Bruynesteyn zelf tekende gestaag door, dag in, dag uit, jaar in, jaar uit, tekening na tekening, karikatuur na karikatuur. Een 'sporttekenaar' noemde hij zichzelf. 'Ik moet proberen een beetje swing, vaart erin te houden.'


Hij had een sterke voorkeur voor sporters met flaporen, een grote neus, een baard of een afwijkend kapsel. Voor Louis van Gaal had hij daarom een zwak: 'Met zijn chagrijnige gezicht, ontzettend lange nek en ingedrukte neus.'


Iedere Nederlandse sporter die in het nieuws kwam, werd door Bruynesteyn getekend, meer dan een halve eeuw lang. Zijn oeuvre loopt grofweg van Abe Lenstra tot Ruud van Nistelrooij en van Ada Kok tot Johan Derksen; van de Watersnoodwedstrijd in 1953 met Kees Rijvers tot het Lakeside darttoernooi met Raymond van Barneveld.


Voor 7,50 gulden per stuk maakte hij zijn eerste tekeningen voor de Haagsche Courant. Bruynesteyn bezocht sportwedstrijden en leverde daarna op de redactie een tekening in. Vijftien jaar lang tekende hij voor het Het Vrije Volk (1953-1968), maar landelijk bekend werd hij dankzij de televisie.


Ruim dertig jaar lang, van 1959 tot 1990, was Bruynesteyn elke zondagavond te zien in Sport in Beeld en, later, Studio Sport. 's Middags bezocht hij een wedstrijd, 's avonds maakte hij live in de uitzending in een paar minuten een tekening.


In het Algemeen Dagblad keek hij in 2001 terug op zijn tv-werk. 'Soms had ik maar vijf minuten voor zo'n tekening, maar zenuwachtig werd ik nooit. Heel Nederland zat te kijken, dat wist ik. Maar dan dacht ik altijd: Vietnam is belangrijker.'


Na zijn afscheid bij Studio Sport verdween Bruynesteyn naar de achtergrond, zonder te worden vergeten. Tot op hoge leeftijd bleef Bruynesteyn actief, bouwend aan wat Jan Mulder in het boek een 'sportieve beeldentuin' noemt.


Oud-voetballer Mulder, bescheiden: 'Ik hield van hem en zijn werk, maar zelf was ik liever niet door hem getekend. Te veel eer.'


JAN FERWERDA EN RUUD GOSSE: DIK TEVREDEN - DIK BRUYNESTEYN 65 JAAR SPORTTEKENINGEN. DIEPENMAAT UITGEVERIJ; euro 19,95 EURO.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden