Surinaamse liefde: hevig, maar kort

Anthony Nesty voelde zich voor schut gezet door zijn landgenoten, Letitia Vriesde werd dwarsgezeten door haar eigen bond. Sport heeft in Suriname nog altijd te maken met politiek....

'We hebben onze helden verraden.' Ze zou het zich kunnen voorstellen. Dat ze uren televisie had gekeken, dat ze ervan onder de indruk was geraakt en dat ze op een dag tegen zichzelf zou hebben gezegd: 'Ik ben Letitia Vriesde en wat ik op tv heb gezien, dat wil ik ook. Ik wil de beste van de wereld worden.'

Maar zo ging het niet. Ze droomde niet. De Olympische Spelen kent Vriesde (38) pas sinds 1984, toen ze mee mocht naar Los Angeles en afviel, omdat de hoogste bazen van Suriname dat zo voor haar beslisten. Maar een herinnering dat ze er iets van op televisie zag, heeft ze niet.

In kranten was ze nauwelijks geeresseerd; tijdschriften keek Vriesde niet in. Die berichtten ook niet over sport. En op straat had niemand het over olympisch kampioenen.

Hoe word je in zo'n land topsporter? Als niemand weet wat dat is, wat je ervoor moet doen en waarom je dat zou nastreven. Iets doen wat een ander voor je nog nooit deed? Het zal niet voor niets zijn dat het nooit gedaan is?

Als ze nu teruggaat naar haar vaderland en ze netjes bedankt voor de lekkernijen die voor haar worden klaargemaakt, zeggen ze tegen haar: 'Ohhhhh, dat zou ik niet kunnen hoor, meid.' Als ze zegt dat ze twee keer per dag traint, kijken ze haar glazig aan: Meen je dat nou?

'De mensen in Suriname snappen niet dat meedoen aan de Olympische Spelen niet is: eventjes twee weken vantevoren trainen en klaar ben je. Het is mijn levenswerk.'

Ze zijn op zoek naar nieuwe helden, naar een nieuw rolmodel voor de jeugd. Naar een kampioen als voorbeeld voor de natie, een die de boodschap dat Suriname 'jong, goed en succesvol' is over de wereld kan uitdragen.

Maar waarom op zoek gaan naar nieuwe sporthelden als de oude niet begrepen worden?

'Met de Olympische Spelen houdt niemand zich momenteel bezig', zegt Guno van der Jagt, secretaris-generaal van het Surinaams Olympisch ComitSOC) en voorzitter van de zwembond, vanuit Paramaribo. 'We hebben een kleine afvaardiging en geen grote medaillekanshebbers.'

Ze zijn met vier in Athene. Twee zwemmers, Sade Daal (50 vrij) en Gordon Touw Ngie Tjouw (100 vlinder) en twee atleten, Vriesde (800 m) en Cornelis Sibe (800 m).

Voor Vriesde worden het de vijfde achtereenvolgende Spelen. Van der Jagt: 'Maar Letitia is in de nadagen van haar carri. Daar verwachten we niets meer van.'

'De liefde is hevig, maar altijd kortstondig', verklaart Vriesde de desinteresse van haar landgenoten.

Ze heeft voorbeelden te over. Het verhaal van Anthony Nesty kent iedereen. De olympisch kampioen van 1988 uitte drie jaar geleden zijn kritiek in een IKON-documentaire. Hij bleek verbitterd, van de gedane beloftes was er niet nagekomen. 'Hierom wou ik dat ik nooit goud had gewonnen', zei Nesty zelfs. 'Ze zetten je voor schut.' Het werd hem niet in dank afgenomen.

'Mij werden minder gouden bergen beloofd', vertelt Vriesde, die als 800-meterloopster twee keer op het podium stond bij een WK atletiek. 'Ik heb een huis gekregen, maar dat is er nooit gekomen. Op het perceel dat me is toegewezen, heeft inmiddels iemand anders een huis gezet.'

Ze heeft recentere voorbeelden. Vorig jaar werd ze door iemand van De Ware Tijd benadert of het haar leuk leek om wekelijks over haar voorbereiding op de Spelen van Athene te berichten. Vriesde was enthousiast, leverde trouw haar columns in, maar hoorde vervolgens nooit meer iets. Geen cent van de afgesproken vergoeding heeft ze gezien.

'Jezus, daar heb je weer zoiets, dacht ik. Ik doe mijn best, hou me aan de afspraken. Maar interesseert het eigenlijk iemand? Als ik drie weken niets schrijf, is er niemand die vraagt waar het blijft. Dat knaagt aan me.

'Ik moet echt tegen mezelf zeggen: maak je niet zo druk, zo is de situatie al jaren, dat weet je toch? In Suriname denken ze gewoon: leuk dat ze naar Athene gaat en als ze goed loopt, zien we wel verder.'

Will Axwijk, chef sport van De Ware Tijd en voormalig lid van het nationaal olympisch comitverontschuldigt zich. Het is geen desinteresse, meent hij. Juist niet. Hij heeft Vriesde als sportvrouw 'erg hoog zitten'.

'Men had haar afgeschreven, niet vanwege haar prestaties, maar vanwege een persoonlijke kwestie van een of andere idioot in haar eigen bond. We moeten ons diep schamen dat we onze helden hebben verraden. Grotere landen hebben niet het voorrecht gehad om zulke kampioenen voort te brengen. Wij hebben ze, maar waarderen ze niet.'

Sterker, we verjagen ze, vindt Axwijk.

Om een wereldtopper te worden, moet een Surinamer naar het buitenland. Ook Van der Jagt kan het niet ontkennen. Nesty vluchtte naar Amerika om daar zijn opleiding tot topsporter te vervolmaken. 'We gaan dat veranderen. Want we willen niet onze talenten blijven verjagen.

'Maar niemand durft tot daden over te gaan. De mensen wachten op de overheid, zoals ze voor alles wachten op de overheid. Maar ik verwacht daar niets van.'

De trainingsfaciliteiten moeten naar een hoger plan worden getild, het onderwijssysteem moet beter op sport worden afgestemd, schoolgym moet worden heringevoerd. 'En we zullen onze relaties moeten aanspreken', vertelt Van der Jagt. 'We hebben contacten gelegd met Erica Terpstra (voorzitter van NOC*NSF). We hopen dat ze in september daadwerkelijk hier naartoe komt. We willen zeker met Nederland gaan samenwerken.'

'Beloftes doen, daar is een Surinamer goed in', reageert Vriesde sceptisch op het verhaal. 'En zeggen dat ze tijd nodig hebben: het komt wel, maar het duurt nog even.'

'Het gaat om wat je doet, niet om wat je zegt', zegt Axwijk. 'De politiek heeft heel veel dingen voor de sport verziekt.'

Het gaat niet om een gebrek aan geld, faciliteiten of talent, meent hij. Dat is niet de reden waarom Suriname geen sportcultuur heeft.

'Geld komt er als er een duidelijk beleid is. Is Jamaica zoveel rijker dan wij? Daar hadden ze ook geen hoogspringers, die hebben ze nu wel. Ze hadden geen verspringers, nu wel. Het is het resultaat van een consistent beleid, ze volgen een weg en wijken niet af.'

In Suriname is er geen uitgestippelde weg. Men leunt achterover en hoopt er het beste van, schetst Axwijk. 'Moet je een zwemmer meenemen naar Athene die over de 100 meter vlinderslag minuut doet, terwijl je op dat nummer een olympisch kampioen hebt gehad die 53 seconden zwom?

'Natuurlijk, hoe meer sporters er gaan, hoe meer officials er mee mogen. Ik kan ook tellen. Maar wie als toerist naar Athene wil, moet de hand maar in zijn eigen zak steken. Wij moeten ons loswerken van praktijken, waar de kleine landen om worden uitgelachen.'

Ze kunnen het zich permitteren. De olympische familie zorgt tegenwoordig goed voor de minderbedeelden. 'Als je aan alle projecten meedoet, kun je zo'n 120-tot 140 duizend dollar ophalen uit het olympisch solidariteitfonds', rekent Van der Jagt voor. 'Maar er is niemand fulltime mee bezig bij ons, dus profiteer je niet optimaal.'

Van der Jagt schat de inkomsten uit de olympische beweging op zo'n 100 duizend dollar. De regering doneert zo'n 10-tot 15 duizend dollar en via sponsoring komt een paar duizend dollar binnen. 'De sportmarketing staat bij ons nog in de kinderschoenen', geeft hij toe.

De cijfers van de Surinaamse sport zijn sowieso onthutsend. Voetbal kent tussen de vijf-en tienduizend spelers die zijn aangesloten bij een club. De overige bonden zijn samen goed voor 'een paar honderd' sporters die staan geregistreerd, schat Van der Jagt.

Het is niet veel, geeft hij toe. Maar logisch is het wel. 'In het algemeen zijn de besturen van die bonden niet goed ontwikkeld. Wij bieden wel cursussen over organisatie, management en administratie aan, maar het verloop is groot. Je blijf mensen trainen.'

Niet iedereen blijkt met hetzelfde motief zitting te willen nemen in een bestuur. Sport en politiek zijn in Suriname nauw verweven.

'Je zoekt mensen die bereid zijn de schouders eronder te zetten', zucht Van der Jagt. 'Maar je hebt werkpaarden en sierpaarden. Vaak stikt het van de sierpaarden. Hoeveel sierpaarden er in het SOC zitten? Zeker vier van de acht.'

Nog vraagt Vriesde, die zich in 1985 in Nederland vestigde, zich wel eens af waar de kiem werd gelegd voor haar jarenlange vete met de Surinaamse atletiekbond. Vriesde voerde een strijd met voorzitter Watti Deets, die ze alleen maar kon winnen omdat ze zed presteerde dat men haar niet uit de ploeg ketten.

Deets heeft zijn verantwoordelijkheden inmiddels overgedragen, maar het contact met de bond laat Vriesde tegenwoordig over aan haar vriend. 'Dan raak ik tenminste niet gefrustreerd', zegt ze.

Het ging al mis in 1988 bij de Olympische Spelen, het eerste grote evenement waaraan Vriesde deelnam. Omdat ze te zeer op zo'n bijdehante Hollandse meid zou zijn gaan lijken. 'Ik werd van alles en nog wat beschuldigd, en begreep er helemaal niets van.'

Pas veel later werd het Vriesde duidelijk dat het haar werd kwalijk genomen dat ze voorafgaand aan de Spelen in Seoul op trainingskamp wilde met Haico Scharn. 'Dat was kennelijk verkeerd: want wat had ik als Surinaamse bij die Hollanders te zoeken? Ik dacht professioneel, zij als toeristen.'

Bij de eerste de beste teambespreking na aankomst in de Zuid-Koreaanse stad kreeg ze de volle laag. 'Ik pikte dat niet. Ik zakte steeds verder onderuit in mijn stoel, trommelde met mijn vingers op de tafel en begon te zingen: oranje boven, oranje boven. . .'

Het kwam nooit meer goed. En het heeft haar niet geholpen toen ze in moeilijke tijden - Vriesde werd vorig jaar betrapt op het gebruik van het toen nog verboden cafe - alle hulp en steun goed kon gebruiken.

In 1995 werd ze door de voorzitter beschuldigd van diefstal. Vriesde, die voor het eerst zonder official op pad was, kwam erachter dat de bond geld kreeg van de internationale atletiekfederatie (IAAF). Nooit had ze daar wat van gezien. Altijd had ze de voorbereidingskosten uit eigen zak betaald. 'Dat geld was duidelijk voor mij bedoeld.'

Het ging, na aftrek van de vliegkosten, om zo'n drie-ierhonderd dollar, die ze ook nog eens moest delen met een collega. 'Ik werd afgeschilderd als een dief, als een atlete die geen hart had voor haar vaderland. Het heeft me veel pijn gedaan.'

Datzelfde jaar moest ze bij de WK outdoor een kamer delen met een mannelijke collega, omdat ze weigerde bij een meisje uit Afrika te slapen. 'En het werd altijd zo gebracht dat de fout bij mij lag.'

Vier jaar later lag ze in Sevilla op de kamer met de huidige voorzitster van haar bond. 'Ik baalde er verschrikkelijk van, want het gaf aan hoe arm we waren. De kosten moesten worden gedrukt over de rug van de atleet.'

Niet dat ze niet kan improviseren, of dat ze luxe nodig heeft om te presteren. Maar ze verafschuwt het om voortdurend in de hoek van derdewereldlanden gedrukt te worden. 'Je ziet in die landen steeds dezelfde terugkerende problemen. Atleten hebben daar altijd een conflict met hun bond omdat die zich belangrijker acht dan de sporters.'

Ze wenst niet afhankelijk te zijn van de grillen van de macht. Haar prestaties hebben haar moeten redden. Daardoor kreeg ze vrienden op het hoogste niveau. Voor de WK in Edmonton in 2001 werd ze gebeld door de president, de vrouw van de president, de ex-president, de minister van buitenlandse zaken, door Bouterse, door Wijdenbosch. Nog reist ze jaarlijks op kosten van de overheid naar Suriname.

Maar de faciliteiten in Nederland hebben haar gemaakt tot wie ze nu is, zegt ze. Als ze in Suriname was gebleven, was ze niemand geweest. Topsport is er gebaseerd op toeval.

'Als ik het allemaal over mocht doen, zou ik er meer werk van hebben gemaakt Nederlandse te worden. Dat wordt me in Suriname misschien niet in dank afgenomen. Maar toen ik hier naartoe kwam, was ik ook maar een nobody.'

Ze is teleurgesteld in haar landgenoten die haar wel als voorbeeld zien maar niet gebruiken. Alle initiatieven moet ze zelf ontplooien.

Altijd gaat Vriesde wel even een praatje maken bij de atletiekbaan in Paramaribo. 'Nou ja, atletiekbaan is een groot woord. Het is een grasbaan. Dat is zelfs te veel gezegd. Onkruid is het.

'Het lijkt wel of er elk jaar minder atleten lopen. Ik herinner me dat er vorig jaar een meisje naar me toe kwam toen ik er zelf trainde. 'O, mevrouw, ik wil net zo hard lopen als u', zei ze. Het doet me goed te weten dat ik een voorbeeld ben. Maar ik heb haar daarna nooit meer gezien.'

Vorig jaar werd in Paramaribo voor het eerst een Letitia Vriesdedag georganiseerd. De hele dag waren kinderen met atletiek bezig. 'Ik heb alles zelf voor elkaar moeten boksen.'

Dit jaar heeft ze door de Spelen geen tijd gehad voor de organisatie. Dus zal de dag, die de naam van de grootste atlete uit de Surinaamse geschiedenis draagt, zeer waarschijnlijk een vroege dood sterven.

'Ik maakte ooit een opmerking naar het olympisch comitals jullie mij tijd en ruimte geven om met talenten te werken, beloof ik jullie voor de Spelen van 2012 geen medaille maar wel een volwaardig atletiekteam.

'Het is een heel mooi plan, zeggen ze dan. Maar of het financieel haalbaar is, is de vraag, voegen ze eraan toe. Ik ben bereid me definitief in Suriname te vestigen en mijn bijdrage te leveren. Wat willen ze nog meer van mij?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden