Superspeurtocht

In Gent herleven de Chambres d'Amis. Op straat, in leegstaande huizen en op gevels is deze zomer overal kunst te vinden.

DOORSACHA BRONWASSER

Het aller-, allerkleinste gebaar zorgt voor een ontroerend moment in Gent, waar sinds dit weekeinde kunstenaars exposeren in de (semi-)openbare ruimte. In de St. Baafskathedraal hangt het wereldberoemde altaarstuk Het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck rustig in zijn volledig afgesloten, geklimatiseerde en door camera's bewaakte vitrine. Doodstil, stralend. Zelfs de grootste kinkel fluistert bij het zien van deze panelen. De engelen, Maria en God, Adam en Eva en alle kleine mensjes onderin lijken na zeshonderd jaar nog steeds echt adem te halen, te zingen, te bidden en met wierook te zwaaien.

Dan verschijnt er, aan de hand van zijn moeder, een jongetje in de vitrine. Het kind zoekt de juiste plek voor wat hij in zijn handje houdt: een minuscuul sculptuurtje, een perfect uitgevoerde gouden bij. Die legt hij op de vensterbank aan de binnenkant van de zwaarbewaakte vitrine. Op de rug, het insect lijkt dood neergevallen. En weg is het jongetje, alsof het niet is gebeurd.

Tot half september is Gent vol met wonderen. Met de manifestatie TRACK voegt de stad een nieuw hoofdstuk toe aan een traditie die in 1986 begon met Chambres d'Amis. Die legendarische kunstroute door Gent, geïnitieerd door de Vlaamse kunstpaus Jan Hoet, introduceerde een radicaal nieuwe tentoonstellingsvorm. Kunst dook niet op in de musea, maar in privé-woningen. Grote namen als Daniel Buren en Bruce Naumann installeerden hun werk bij de mensen thuis - hele woon- en slaapkamers bouwden ze ervoor om.

In 2000 werd het evenement op grotere schaal herhaald met Over The Edges. Maurizio Cattelan, Olafur Eliasson en andere grote namen bezetten dit keer de stad. Vooral de rel rond de met rauwe ham beplakte, stinkende zuilen van de universiteitsaula (door Jan Fabre) is bijgebleven. De manifestaties maakten van Gent een stad waar je tot in de bakkerij in de volkswijk Moscou een gesprek over hedendaagse kunst kunt beginnen. Jan Hoet en zijn fratsen, die kennen ze allemaal nog wel.

En nu, 12 jaar later, is er TRACK. Weer groter, weer uitgebreider, weer duurder. Hoet is al een decennium met pensioen, dit keer zijn de samenstellers Philippe Van Cauteren - directeur van het Stedelijk Museum voor Aktuele Kunst - en de Zwitserse Mirjam Varadanis. Ze doen in geest- en werkdrift niet onder voor hun voorganger. Alle 44 projecten in de stad zijn 'supernice' (Varadanis) of zelfs 'superfantastic' (Van Cauteren).

Het werkje in Het Lam Gods, geplaatst door de zoon van kunstenaar Kris Martin, is er een van de geheime soort. Een beloning voor wie zijn ogen laat afdwalen. Maar in heel Gent duikt kunst op, voor wie het zoekt en voor wie het niet zoekt.

Als het niet te hard waait, zweeft in De Waalse Krook een enorme rots in de lucht met daarop een gebouw dat alle Gentenaren herkennen: het iconische pand De Vooruit dat net om de hoek staat. Kunstenaar Ahmet Ögüt maakte deze versie van het schilderij Le chateau des Pyrenées van René Magritte, waarop een rots met een kasteel inderdaad in de lucht zweeft.

Wat je ook kunt tegenkomen: het hotelkamerdecor dat de Japanner Tazu Rous hoog in de lucht opbouwt rondom de bekende historische stationsklok van station Gent Sint-Pieters. Reserveren en oordoppen mee.

Of, totaal anders, in de verlaten laboratoria van de Universiteit Gent: een installatie van de kunstenaar John Bock die een soort eigen DasCabinet des Dr. Caligari heeft ingericht. Inclusief een lugubere snijtafel, een onherkenbaar verminkt 'lijk', uit afval aan elkaar gelaste machines en meubelstukken en op de muur geprojecteerde filmfragmenten. Het is pseudo-wetenschap die in een gewone museumzaal dood zou slaan, maar die hier tussen de kille tegelmuren op zijn plaats is.

Verademing

De toon van de curatoren tijdens de openingsdagen van TRACK is een verademing vergeleken met het nuffige getheoretiseer en het sociaal-politieke gebazel dat gewoonlijk bij dit soort grote manifestaties wordt uitgeslagen. De samenstellers zijn dan ook jaren beziggeweest buurten, huiseigenaren en de gemeente in klare taal uit te leggen waarom de kunst noodzakelijk is. In de wijk Macharius bijvoorbeeld, een buurt met een grote Turkse gemeenschap. Daar maakt kunstenaar Bart Lodewijks zes maanden lang krijttekeningen op de gevels. Hier telt meer het effect op de buurt, die de kunstenaar langzamerhand heeft geadopteerd, dan wat de bezoeker kan terugvinden.

Er waren meer projecten waaraan de bevolking mee moest doen - bijvoorbeeld door te zingen voor de camera van Emilio López-Manchero, wat een ontroerend tweeluik opleverde. Overredingskracht was vast ook nodig om de vele historische locaties te kunnen bezetten in een stad waarvan het centrum blinkend is opgepoetst.

Sociaal-politiek gebazel is overigens wel te vinden in de uitgangspunten van de expositie. In een manifest van dertien punten omarmde het curatorenduo de stad met al haar problemen, verandering, schoonheid, lelijkheid en geschiedenis. Daar zijn de makers ver doorgeschoten in hun geloof wat kunst vermag. De 'lokale werkelijkheid die de universele condition humaine ontmoet - tja. Punt 9: 'TRACK herdefinieert het idee van het stedelijke centrum en ontvouwt de stad tot aan de rand van haar eigen bepaling'. Het betekent dat ook de buitenwijken bij het project betrokken zijn en dat een fiets heel handig is.

Sommige kunstenaars hebben zich heel erg laten leiden door het buurtwerkersidee van kunst dat aan de basis van TRACK ligt. Het levert niet per se de beste werken op. Toiletten uit het gebouw van de Europese Unie die nu in een Turks restaurant zijn geplaatst (door Superflex) - een grapje is het, hooguit.

Anderen gingen hun eigen gang (zoals schilder Michaël Borremans, die zijn eerste, geheimzinnige sculptuur maakte) of stelden een oud werk op. Inhoudelijk is TRACK daardoor een allegaartje geworden van sociale projecten en visuele klapstukken, van in situ en bestaand werk, van enorm uitpakken en van het kleine gebaar. Als een werk bij de locatie past (en dat doet het vaak) levert dat ook zonder een missie direct meerwaarde op.

Wie TRACK bezoekt, beseft dat kunst een stad daadwerkelijk aantrekkelijk maakt; Nederlandse ambtenaren zouden er een studiereis voor kunnen maken. Kunst kan een toeristenmagneet zijn én de bewoners wat bieden. Er is geen leukere manier om de stad te ontdekken dan door deze superspeurtocht die je allerlei deuren laat openen.

Dat een deel van die bezoekers bovendien blijft overnachten en eten is het afgelopen jaar door allerlei cultuurvertegenwoordigers in Nederland aan de overheid voorgelegd. Het werd niet geloofd.

Aantrekkelijk

Kunst is één van de goedkoopste manieren om een stad aantrekkelijk te maken en in Gent zijn ze om, op een enkeling na. 'Soms denk ik toch: laat ons eens gerust hier in Gent. Al dat volk, en niemand die zijn auto nog kwijtgeraakt. Maar alles voor de kunst, natuurlijk!' verzucht schrijver Herman Brusselmans in De Standaard. De term citymarketing, doorgaans met dedain uitgesproken door kunstprofessionals, wordt hier net zo hard uitgedragen als de dertien punten uit het manifest. Philippe Van Cauteren, een geboren Gentenaar met een lange geschiedenis bij het museum is duidelijk vergroeid met de stad. Hij kan daardoor vele potjes breken, het levende bewijs dat een internationale hotshot niet altijd de beste man of vrouw voor een stedelijk museum is.

En dan is daar Jan Hoet. De gouden bij in de vitrine van Het Lam Gods hoort niet bij TRACK. Na een voorbereidingstijd van zeven jaar zag de organisatie zich ineens geconfronteerd met een duveltje uit een doosje. Hoet (76) heeft de handen ineengeslagen met de kanunnik van de St. Baafskathedraal: hij maakt daar een grote tentoonstelling. Die is 'zero-budget', zoals hij overal vertelt, en vrijwillig door de kunstenaars en de organisatie tot stand gebracht.

Het is een 'off-tentoonstelling' die vanaf 2 juni (hoffelijk ging men niet op dezelfde datum als TRACK open) niet alleen nog meer kunst levert - Jan Fabre, Luciano Fabro, Damien Hirst - maar ook kritiek. Op de 'doorgeslagen hyperprofessionaliteit', zoals Jan Hoet het in een haastig ingelaste presentatie noemde. 'Sint Jan' gaat de expositie heten.

Er zijn absoluut mooie werken bij. Een klein beetje treurig is het echter ook: de uitvinder van de succesformule aarzelt om het stokje over te dragen, terwijl de nieuwe generatie, hyperprofessioneel en wel, dat al lang in handen heeft. Ze staan er zelfs uitbundig mee te zwaaien.

5 redenen om naar TRACK te gaan

1 Massimo Bartolini bouwde een openluchtbibliotheek in de wijngaard van de Sint-Pietersabdij in het centrum. Een oase, nu met allengs schimmelende boeken. (Blandijn)

2 De Roemeen Mircia Cantor bouwde een Roemeens houten huisje in de tuin van de Sint- Baafsabdij. Die tuin is een goed bewaard geheim, de plek waar Gent in de 8ste eeuw zijn oor- sprong vond. Nu bij uitzondering open. (Wijk: Macharius)

3 Op 8 september laat Pawel Althamer op het Sint- Pietersplein in een grote performance Het Lam Gods- altaar tot leven komen i.s.m. met de lokale bevolking. (Blandijn)

4 De hoop beton die Lara Almer- cegui op een bouwterrein in een renovatiewijk heeft laten storten is een aanfluiting. Loop door naar de gigantische, na-de- tsunami-achtige installatie die PeterBuggenhout in de nabij gelegen voormalige boksschool bouwde. Dat maakt het eerdere in één klap goed. (Tondelier)

5 Zowel Michaël Borremans als Mark Manders overtreft zichzelf met beelden in statige, verlaten woonhuizen. (Centrum en Tolhuis).

TRACK - door de hele stad Gent, t/m 16 sept. www.track.be

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden