Superman komt naar de supermarkt

Voor modeontwerpers is het militaire uniform een bron van inspiratie. Popartiesten, skaters, punks en krakers ontlenen er hun identiteit aan....

In de slotscène van de film Casablanca gaat Humphrey Bogart gekleed in een trenchcoat en vilten hoed. Op het eerste gezicht is hij passend toegerust voor de gelegenheid. Er hangt een dichte mist op het vliegveld; het zal er koud en nat zijn. Bij nadere beschouwing blijkt zijn kleding vooral symbolisch. Het is oorlog, Casablanca is een wachtlokaal vol vluchtelingen en Rick, de Amerikaanse avonturier gespeeld door Bogart, staat op het punt zich bij de Vrije Fransen aan te sluiten. Hier op het vliegveld aarzelt hij nog tussen deelname en afzijdigheid, en zijn kleding spreekt daarvan. Hij is tweeslachtig uitgedost: de hoed is de burger, de trenchcoat is de militair.

Casablanca (1943) is typisch een sprookje van Hollywood, een verhaal vol onzin en onwaarschijnlijkheid, maar desondanks vol betekenis. Bogart is de belichaming van Amerika, dat aarzelde aan de oorlog deel te nemen tot het door de aanval op Pearl Harbor daartoe gedwongen werd.

Kleding dient voor meer dan warmte en comfort; kleding spreekt ook van status en ambitie. Nergens is dat duidelijker dan in de kleding die uniform heet. Wie een uniform aantrekt, legt zijn persoonlijkheid af. In dit kostuum wordt iedereen gelijk, al zijn sommigen meer gelijk dan anderen. Het is werkkleding - een soldaat is dressed to kill - maar niet louter functioneel; elk uniform kent distinctieven die wijzen op de plaats van de drager binnen de hië rarchie. Kleuren en decoraties spreken van hoger of lager, van rang en privileges (hoe hoger, hoe meer). Voor wie de code kent, is het uniform een open boek.

Hoewel het uniform dat iedereen voor het oog gelijk maakt, het precieze tegendeel lijkt van de kleding waarmee de burger zijn individualiteit wil uitdrukken, is er sprake van een grote invloed van het militaire op het civiele. Niet alleen de trenchcoat is van militaire oorsprong, ook het T-shirt, de bermuda, de chino's, het leren jack, de montycoat, en al die cargo pants, camouflagebroeken en kistjes die het straatbeeld vullen. Ondanks al zijn vermeende individualiteit is ook de burger geuniformeerd.

Dressed to Kill is de titel van een tentoonstelling en een boek, samengesteld en geschreven door Mariska Pool, waarin die invloed van het uniform op de mode uit de doeken wordt gedaan. In het boek gebeurt dat uitvoerig en chronologisch van de Romeinen tot op het heden; voor de tentoonstelling is het thema beperkt tot het uniform als inspiratiebron voor eigentijdse modeontwerpers.

Voor de Belgische ontwerper Dries van Noten is het uniform een intrigerend uitgangspunt omdat het 'traditioneel en functioneel' is. Traditioneel is het zeker, al kent het zijn eigen evolutie, maar het is niet louter functioneel. Eeuwenlang deed het uniform de soldaat niet versmelten met zijn omgeving, zoals het hedendaagse camouflagepak. Het uniform maakte niet onzichtbaar, maar juist zichtbaar. Gehuld in felle kleuren, begeleid door trommels en trompetten, trokken de legers ten strijde. Niet stilte en verstolenheid waren hun wapens, maar ruchtbaarheid en opvallendheid. 'Het ruiste als de broekhelden kwamen, alsof de Elbe-stroom onder de brug door of over een dam liep', citeert Pool een oude bron.

De verschijning van een soldaat, of beter, van een leger, was ook een vorm van intimidatie. De vormgeving van het uniform was heel lang niet zozeer praktisch als wel psychologisch, bedoeld om indruk te maken en de vijand angst aan te jagen. Het imposantste uniform kon de strijd doen winnen, zonder slag of stoot.

De krijgsgeschiedenis leert dat esthetisering ook een functie heeft; de beste soldaat is de geïdealiseerde soldaat. Dus werden de borstkassen mooi opgevuld en de schouders breed gemaakt met epauletten. De soldaat, zo kon men met een blik controleren, was geen gewone man, maar een superman.

Het is precies dit element van vervalsing en verfraaiing dat het uniform voor de mode zo aantrekkelijk maakte. Al die knopen, al die gespen en al dat goudgallon leenden zich bij uitstek voor decoratie. Wat ooit een functie had, werd door de mode functieloos gemaakt: een tijger met strepen maar zonder tanden.

Elk colbert heeft nog steeds een knoopsgat in het linker revers, maar de functie is verdwenen. Geen colbert kan nog, als ooit de uniformjas, hoog gesloten worden, met de linker revers over de borst. De tijdloze begeerlijkheid van de trenchcoat bestaat uit de illusie van doelmatigheid. De knopen, riemen en flappen die in loopgraven heel nuttig waren, zijn in het stadsbeeld gereduceerd tot nodeloze versieringen. De trenchcoat oogt als een draagbare jeep. Maar juist dit vertoon van een teveel aan nut is een teken van luxe.

Van alle kledingstukken die hun leven begonnen als uniform is er geen zo populair geworden als het T-shirt. Afkomstig van de marine, werd item no. 28 uit het handboek voor de kwartiermeester in 1948 het verplichte onderhemd voor het gehele Amerikaanse leger en vandaar vond het zijn weg naar de Amerikaanse kledingkast. De grote verandering was niet die van galgjeshemd naar T-shirt, maar de transformatie van onderkleding tot bovenkleding. De propaganda voor het T-shirt, in Hollywood-films met Marlon Brando en James Dean, was verantwoordelijk voor de naoorlogse ondermijning van het begrip 'goed gekleed'. Formaliteit was uit, functionaliteit was in.

Voor Armani, de Italiaanse modeontwerper, is het T-shirt 'de alfa en omega van het modealfabet'. Hij bewondert het witte hemd om zijn uit stra ling van frisheid (net uit de was), zijn openlijk uitgedragen seksualiteit (gespannen om de tors), als anti-statussymbool (betaalbaar voor iedereen) en als communicatiemiddel (vlag voor elke slogan). Het is ironisch dat ontwerpers als Armani, die twee maal per jaar hun nieuwe collectie aan het publiek opdringen, zichzelf bij voorkeur hullen in het uniform van T-shirt en (zwarte) jeans.

'Uniform' is van scheldwoord tot geuzennaam geworden. Wie vroeger huiverde bij het idee van de dienstplicht juist vanwege het idee van uniformiteit - allemaal monniken met gelijke kappen - die kiest daar nu vrijwillig voor. Afhankelijk van de subcultuur waartoe men zich rekent - skater, punk, kraker - hult men zich in passende dracht, voorgeschreven door een denkbeeldige kwartiermeester. Maar ook de burger die misprijzend kijkt naar deze alternatieve verkleedpartij, gaat in uniform gekleed. Afhankelijk van hoe hij zichzelf ziet of hoopt gezien te worden, kleedt hij zich in flannel, blazer en Burberry of in de power suit van de ambitieuze zakenman. Onnodig te zeggen dat ook die kledij wortelt in de geschiedenis van het militaire uniform. Of hij nu kiest voor gouden knopen of voor brede schouders en smalle taille - in beide gevallen is de boodschap dezelfde: superman komt naar de supermarkt.

Wie zich werkelijk eigenzinnig kleedt, geldt al snel als excentriek. Het uniform - welk dan ook - is veilig, het vertelt in een oogopslag wie de drager is. De kleding verschaft hem een identiteit; niet als individu (al denkt hij van wel), maar als lid van de groep. Hij is schaap onder de schapen, of - naar keuze - wolf onder de wolven.

De acceptatie van het militaire uniform - althans van delen daarvan - als burgerkostuum werd versneld door de gebruikelijke naoorlogse armoede. Na de Eerste Wereldoorlog bleven veel soldaten hun uniform dragen omdat ze niets anders hadden. Ook na de Tweede Wereldoorlog was dit het geval, zij het in mindere mate. Daarbij zorgde de dump van militaire overschotten voor goede en goedkope kleding. De duffelse jas van de Britse marine, vaak montycoat genoemd naar veldmaarschalk Montgomery, of houtje-touwtje-jas naar de sluiting, was in de jaren vijftig favoriet bij de jeugd. Dit was een jas die in alles het tegendeel was van de Ouderlijke Jas, in coupe, sluiting en kleur, en - wat misschien wel het belangrijkste was - een jas die niet rook naar de sleur van school, fabriek of kantoor, maar naar de heroïek en anarchie van de recente geschiedenis.

De montycoat werd in de jaren zes tig geleidelijk verdrongen door de parka, eveneens afkomstig uit de legerdump. Gecombineerd met de militaire woestijnschoen die Clark's nu voor de burger produceerde, was dit het 'uniform van protest'. Overal waar men demonstreerde tegen de oorlog in Vietnam, zag het groen van deze alternatieve legerdracht. Weer ruiste het als de broekhelden kwamen. Maar nu wezen de parka's niet op een hang naar oorlog, integendeel, het protest was een verlangen naar vrede.

De Engelse criticus Bevis Hillier heeft in zijn boek Austerity/Binge gewezen op dit fenomeen van het 'tandeloos' maken van oorlogsbeelden. Vrouwen maakten jurken van parachutezijde, mannen droegen delen van uniformen, en de amoebe-achtige camouflagemotieven, de wigg lies, doken overal op - als vaas, als salontafel, als boekomslag. Hillier doopte dit het Oester Principe. Zoals het schelpdier de irriterende zandkorrel in een parel verandert, zo werden ook de symbolen van agressie geneutraliseerd. 'Zwaarden' werden 'ploegscharen'.

Barokker dan bij de protestmarsen werd dit principe in de popmuziek gedemonstreerd. Ongeveer gelijktijdig verschenen zowel The Beatles als Jimi Hendrix op de podia gehuld in fantasie-uniformen van duidelijk militaire garnituur. Hier was het de bonte overdaad, de tressen en het galon, dat werd bespot. Dit alles, wat ooit als martiaal en mannelijk gold, was nu alleen nog rijp voor parodie. In de popmuziek werd het militante tot de fanfare gedegradeerd.

Kleding is niet alleen bedekking

- van huid en schaamte -, kleding is ook onthulling. Het T-shirt, het vliegeniersjack en het soldatenkistje zijn buiten de oorspronkelijke context ont-daan van hun nut. Het hergebruik doet de betekenis in haar tegendeel verkeren. Wat eerst het teken van formaliteit en discipline was, is nu het teken van de piraat, de vrijbuiter, de anarchist.

Ook het omgekeerde komt voor. Een paar maanden geleden kwam The Sunday Times met het nieuws dat de eigentijdse terrorist en rebel uiterst merkbewust is. Het Kosovo Bevrijdingsleger is dol op Calvin Klein, de rebellen in Sierra Leone geven de voorkeur aan Timberland, de PLO kiest voor Adidas en de jeugdige rebellen in Liberia lopen letterlijk weg met Nikes. Het nieuwe uniform is het kostuum van de vrije tijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden