Supermacht op de pof

President Bush won de oorlog, maar zijn herverkiezing wordt in gevaar gebracht door de zwakke economie. Amerikanen consumeerden zich ongans in de jaren negentig en zitten nu zwaar in de schulden....

In een buitenwijk van Omaha, Nebraska, woont Jack Peterson (31), samen met zijn vrouw Laura (30). In deze uitwaaierende suburb, in een niet al te groot, maar comfortabel vrijstaand huis, brengen ze twee kinderen groot.

2,1 Kind om precies te zijn. Want Jack Peterson bestaat niet - en is tegelijkertijd alomtegenwoordig. Jack is de archetypische modale Amerikaan die opdoemt uit de statistieken. De man die welhaast mythische proporties heeft aangenomen op de financiële markten, in het discours van economen en in de visioenen van president George Bush.

Hij is de Amerikaanse consument, die met zijn ongebreidelde consumptiedrift tien jaar lang de Amerikaans economie, en in het kielzog daarvan de rest van de wereld, welvaart bracht. Hij sleepte de Verenigde Staten door de ergste momenten van de nu al twee jaar durende recessie. Nu heeft Jack, gedreven door angst voor baanverlies, thuis bezuinigingen ingesteld: in april gaf hij alweer minder uit in kledingwinkels, warenhuizen en fast food-zaken. Tot horreur van de waarnemers die juist op méér hadden gehoopt. Maar Jack zucht onder schulden, een erfenisje uit de zeepbeleconomie van de jaren negentig, en komt aan sparen amper toe.

Jack plaatst George Bush voor het taaiste probleem uit zijn presidentschap: het reanimeren van de Amerikaanse economie. Dit is essentieel voor Bush' politieke overleven. Niet het welslagen van de wederopbouw van Irak, maar het aantal Amerikaanse banen dat de president weet te creëren, zal bepalen of hem straks een tweede termijn wordt gegund. Bush' vader won destijds een oorlog, maar struikelde over de economie.

Zwak en kwetsbaar is de Amerikaanse economie. De onevenwichtigheden stapelen zich op. Ondernemingen likken de dooretterende wonden van de internethype. Consumenten hikken tegen hun schulden aan. Ook de overheid bouwt in rap tempo schulden op en worstelt met een tekort op de begroting. Investeringsimpulsen moeten uit het buitenland komen. Daardoor loopt het Amerikaanse handelstekort met het buitenland zodanig op, dat het gezien wordt als de grootste potentiële bron van financiële instabiliteit in de wereld.

Het comité dat in maart 2001 officieel de Amerikaanse recessie uitriep, heeft nog steeds niet het sein 'veilig' gegeven. Met reden: er verdwijnen banen. Omdat de beroepsbevolking blijft groeien, is het steeds lastiger om werk te vinden. De werkloosheid is nu zes procent. Dat is veel voor Amerikaanse begrippen. Dankzij de flexibele arbeidsmarkt is de werkloosheid onder normale omstandigheden doorgaans van korte duur. Amerikanen zijn een onrustige carrière gewend. Jack, nu in zijn tweede baan, zal tot zijn pensioen op 67-jarige leeftijd vermoedelijk nog acht keer van baan veranderen.

Maar dit zijn geen normale omstandigheden: sinds de recessie begon, zijn er meer dan twee miljoen banen verloren gegaan. Economische groei is nodig om mensen te behoeden voor permanente werkloosheid in een land waar het sociale vangnet minimaal is.

Jack, wiens familie zoals zoveel Amerikanen in het Midden-Westen een verleden in de landbouw heeft, is administrateur bij een bank. Daar verdient hij het Amerikaanse gemiddelde van 27.746 dollar netto per jaar; 2312 dollar per maand. Nog onder de 30 duizend dollar die een gezin met twee kinderen volgens het Economic Policy Institute nodig heeft als 'leefgeld'. Laura is huisvrouw, doet vrijwilligerswerk, en is actief op de school van de kinderen.

Tien jaar lang hielden Jack en Laura de Amerikaanse én de wereldeconomie draaiend, in eendrachtige spendeerdrift met het bedrijfsleven. Met een consumptiezucht die zijn weerga niet kende kochten ze tv's, auto's, een huis. Jack stak zich royaal in de schulden. Net als bedrijven, die elkaar tegen steeds hogere prijzen opkochten.

Sparen werd in de jaren negentig een buitenissig concept. Terwijl Jacks Europese kennissen in de jaren negentig meer dan 12 procent van hun inkomen opzij zetten, ging Jack leven op de pof. Hij financierde dit, zoals zoveel Amerikanen, deels via de aandelenmarkt, deels via de waardestijging van zijn huis. De boom tussen 1992 en 2000 kwam van families als de Petersons, en van het bedrijfsleven.

Zonder deze stimulans zou de economie toen al zijn gestagneerd. Overladen met spullen en met schulden sloot Jack het millennium af. Maar tegenover die ongeëvenaarde schulden, met bijbehorende verplichtingen tot rente en aflossing, stond een pakket aandelen - een bundel papieren winst, verwachtingen en illusies. Het kon niet voortduren. Nu staat alleen de huizenmarkt nog overeind, al heeft het Internationaal Monetair Fonds al krachtig gewaarschuwd voor de luchtbel op de huizenmarkt.

In het bedrijfsleven is de grote schoonmaak al volop bezig. Verzonnen winsten zijn opgebiecht, investeringsprogramma's teruggeschroefd, mensen ontslagen. In een pijnlijk proces wordt de overcapaciteit eruit geperst.

De Petersons en andere gezinnen zijn nog niet zo ver. Hun schuld, hypotheek en bijna vierduizend dollar negatief saldo op de creditcard incluis, overstijgt nog altijd hun jaarinkomen: de totoale schuld is 131 procent van het inkomen. Voor Europeanen ligt dat percentage rond de 75. Niet dat de Petersons met geld smijten, maar het leven - hún leven - is duur.

Jack moet twee dingen doen om de recessie te keren, zegt Peter Orzag, senior fellow bij het Brookings Institution. Op korte termijn meer geld uitgeven en op lange termijn meer sparen.

Nóg meer uitgeven? Ze hebben al zoveel uitgaven. De maandelijkse hypotheekaflossing van 800 dollar. De kosten van de auto, een Honda Accord, de meest verkochte middenklasser van dit moment, aanschafprijs 15 duizend dollar. Jack had een tijdlang ook nog zijn Jeep, maar die is inmiddels de deur uit: te duur in het onderhoud. Er zullen nog zeker vijf auto's volgen in Jacks leven. Misschien wel zijn droomwagen, de nieuwe Honda Pilot 2003, een Sport Utility Vehicle. De buurman heeft er één. Maar ja, die kost ruim 30 duizend dollar, en slurpt benzine. Zijn eigen auto rijdt 1 op 12, wat met de bezineprijzen in Nebraska (1,50 dollar per gallon, of 40 cent per liter) te overzien is. Voor een SUV geldt 1 op 6, als je geluk hebt.

D

e Petersons eten jaarlijks voor bijna 900 dollar buiten de deur. Fast food is favoriet: McDonald's, Burger King, Wendy's. In het weekeinde is het feest en eten ze op de food court in de mall.

Als Laura kookt, eten ze gezonder en goedkoper. Bij de supermarkt haalt ze drie keer per week vlees, weinig groeten, veel frisdrank, melk, hondenvoer voor Bozo en bergen cornflakes. Alle boodschappen gaan in dubbele plastic tassen, die niets kosten. Net zoals de meeste Amerikanen hebben Jack en Laura nog nooit bedacht dat je een tas naar de supermarkt kunt meenemen.

En net als alle ouders hopen ze hun kinderen straks naar goede universiteiten te sturen - het collegegeld aan de beste scholen is tienduizenden dollars per jaar. Dan zijn er al die andere kosten. De drie tv's in huis gaan te vaak stuk. Zo verslijt je zomaar een dozijn tv's in je leven.

Wel sparen ze sinds kort weer: 85 dollar per maand, 3,7 procent van hun inkomen. Het is weinig. Te weinig om de economische groei op peil te houden. In 2002 spaarden Amerikaanse huishoudens samen 300 miljard dollar. Maar het begrotingstekort van de overheid is ongeveer even hoog, opgejaagd door een oorlog en een belastingverlaging. Omdat er geen binnenlands geld 'over' is om te investeren - hetgeen nodig is om banen te scheppen - moet het geld hiervoor uit het buitenland komen. Ook heeft Bush het buitenland nodig om het begrotingsgat van de federale overheid te dichten. Buitenlanders bezitten momenteel 35 procent van de uitstaande Amerikaanse staatsobligaties, aldus de Bond Market Association.

'We vragen het buitenland om zijn overtollige besparingen naar ons toe te blijven slepen,' zegt Stephen Roach, hoofdeconoom bij Morgan Stanley. 'Dat is geen duurzame manier om een economie te runnen.'

Jarenlang gebeurde dit echter wel. Het buitenland fourneerde de financiering voor de overnamehype in het bedrijfsleven, indirect via Wall Street en direct via overnames. Ahold, ABN Amro en Aegon werden er groot door in Amerika. Het was buitenlands geld dat ook de consumptiedrift van Jack, die de eigen binnenlandse productie ver te boven ging, financierde. Uit alle hoeken van de wereld stroomde het geld toe naar wondereconomie Amerika.

De erfenis: een gat op de betalingsbalans - de weerslag van alle transacties met het buitenland - van astronomische proporties: 500 miljard dollar, 5 procent van het bruto nationaal inkomen. Ofwel: elke maand weer moet 40 miljard dollar de VS binnenstromen. Voor de financiële stabiliteit van de wereldeconomie is het noodzakelijk dat deze stromen doorgaan, of, zoals dat in economenkringen heet, 'ordelijk inkrimpen'. Hiertoe moeten zowel Jack als de overheid minder consumeren,en Amerikaanse instellingen moeten de rol van financier overnemen van de buitenlanders.

Want die laatsten zijn zich aan het terugtrekken, nu blijkt dat gouden bergen niet bestaan, zelfs in Amerika niet, en dat de voorgespiegelde winsten bij elkaar verzonnen waren. De grote daling die de dollar dezer dagen doormaakt is daar de weerslag van: dollars worden uit Amerika gehaald, verruild voor euro's en in Europa belegd.

I

ntussen holt Jacks levensstandaard achteruit. Hij kan minder kopen voor zijn dollars, zowel in de VS als in het buitenland. Gedwongen krimpt hij zijn consumptie in. Doet hij dat drastisch, en wordt zijn wegvallende vraag niet elders opgepikt, door Europeanen die enthousiast uit winkelen gaan bijvoorbeeld, stokt de groei alsnog, zowel in de VS als in Europa. Dat risico is reëel: de dalende dollar is een rem op de Europese economie, omdat het Europese exporten bemoeilijkt. Zo kan Amerika een deel van de pijn afwentelen op Europa, waar het ene land na het andere in een recessie schiet.

Het is de rekening voor het feest van de jaren negentig, die linksom of rechtsom betaald moet worden. Met spectaculaire belastingverlagingen poogt Bush de vraag in de VS op peil te houden, om te helpen bij het 'ordelijke' dichten van het gat op de betalingsbalans. Jack houdt hierdoor meer geld over dat hij kan uitgeven, bezweert Bush. Een belastingverlaging van 550 miljard dollar moet zo 1,4 miljoen banen scheppen. Maar de experts zijn sceptisch. De belastingverlaging komt amper bij Jack terecht.

'Ook in 2001 was er een belastingverlaging. Verkocht als douceurtje voor gewone mensen', schrijft Paul Krugman, gelauwerd econoom van Princeton en fel bestrijder van Bush, op zijn website. '40 Procent van de voordelen kwam terecht bij de rijkste 1 procent.'

Hetzelfde gebeurt weer. Jack en Laura krijgen volgend jaar een belastingextraatje van 217 dollar. Families met meer dan 1 miljoen dollar krijgen gemiddeld 93,500 dollar terug. Volgens het Center on Budget and Policy Priorities, een onderzoeksinstituut, belandt 27 procent van de belastingverlaging bij deze rijke families, die 0,13 procent van de bevolking uitmaken.

Hoe deze operatie 1,4 miljoen banen moet scheppen, is een raadsel. Krugman: 'Toch wordt de belastingverlaging doorgezet, en zal het begrotingstekort groeien. Op een dag zullen we beseffen dat internationale beleggers ons behandelen als een bananenrepubliek. Ze zullen alleen nog bij ons willen investeren en ons handelstekort willen financieren tegen heel hoge rentes. En iedereen zal zich afvragen waarom.'

Jack en Laura zijn 'opgebouwd' uit gegevens van US Census Bureau, US Department of Commerce, US Department of Labor, Bankrate.com, American Demographics, Economic Policy Insitute, Global Info Jobs en ConsumerReports.org.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden