Suikeroom van de Engelse kunst

Engeland heeft sinds kort het allergrootste museum voor moderne kunst ter wereld: een voormalige elektriciteitscentrale. Tate Modern is de naam....

Zou in de toespraken bij de opening Sir Henry Tate zijn genoemd? Met hem is het allemaal begonnen. Hij leefde van 1819 tot 1899, was suikermakelaar in Liverpool en schatrijk. Hij was een van de vertegenwoordigers van het grootkapitaal; misschien is Engeland in die nieuwe klasse van industriëlen en handelaren nooit zo rijk geweest als hij. Hij had dat oerdegelijke, wat zwaar aangezette uiterlijk van de Victorianen, met zo'n grote, goed doorvoede snor en baard, de hele dag en alle seizoenen gekleed in morningcoat. In 1874 verhuisde hij naar Londen, waar zijn zaken tot nog grotere bloei kwamen. Het bedrijf van Sir Henry was wereldbekend onder de naam 'Tate's Cube Sugar'; Tate's bedrijf staat ook geregistreerd als uitvinder van het suikerklontje. Hij bleef Liverpool trouw. Aan het in 1881 opgerichte University College daar schonk hij 42 duizend pond en dat was een enorm bedrag. Tussen 1880 en 1914 zal het pond een gelijke waarde hebben gehouden. Welnu, in 1914 had twaalfduizend pond de huidige waarde van een half miljoen pond. Hij gaf nog meer geld aan ziekenhuizen.

In de hele westerse wereld, met misschien Amerika als het meest sprekende voorbeeld, werden door de nieuwe vermogenden kunstverzamelingen aangelegd. Die kwamen later veelal in grote musea terecht, waar ze nog altijd een belangrijk deel van de collecties vormen. (Het boek bij de in 1990 gehouden tentoonstelling Hollandse Meesters in Amerika beschrijft de kunstwerving door de nieuwe magnaten niet alleen in uitstekende essays, maar ook in de 'biografieën' van de schilderijen). Ook Sir Henry Tate was een verzamelaar, vooral van Engelse kunst van zijn tijd; zijn collectie gold als een van de beste. (De vader van de grote kunstcriticus John Ruskin was een zeer rijke wijnhandelaar en ook een groot verzamelaar).

Het enige grote Londense museum was uiteraard de National Gallery. In de negentiende eeuw was de Engelse kunst van de eigen tijd daarin zeer slecht vertegenwoordigd. In de jaren 1840-1850 ontving de Staat grote legaten van Engelse kunst. Maar de National Gallery had daarvoor geen plaats. De enorme nalatenschap van Turner kon het museum nauwelijks onderbengen, laat staan exposeren. In 1890 schonk Tate aan de Staat zestig moderne Engelse schilderijen op voorwaarde dat er een 'gallery' voor beschikbaar zou zijn. Hij schonk ook 80 duizend pond - naar huidige maatstaven tien miljoen gulden - voor de stichtingskosten ervan, maar dan moest de Staat de grond geven.

Twee keer werd zijn aanbod afgeslagen: er was geen geschikte plaats. Hij moet een hardnekkig maar ook een idealistisch man zijn geweest, want ten slotte stond de regering grond af van een gevangenis aan Millbank, aan de Theems dus. Daar werd in een kleine zeven jaar het neoklassieke gebouw van het museum voor moderne Engelse en continentale kunst gebouwd. Twee jaar later was er al een uitbreiding klaar. Kort na de voltooiing ervan stierf Tate. Na zijn dood moet het museum zijn naam hebben gekregen: Tate Gallery.

De naamgever lijkt nu vergeten. In grote Engelse naslagwerken krijgt de Tate Gallery enkele regels. In de jongste editie van de Encyclopedia Britannica komt Sir Henry Tate niet voor; in de editie van 1929 kreeg hij nog zeventien regels, waarin vooral zijn filantropie werd benadrukt. Maar er zijn na hem ook meer weldoeners gekomen, kapitaal volgt altijd kapitaal. Zij maakten de uitbreiding van collectie en gebouwen mogelijk en een particulier fonds zorgde ervoor dat sinds 1987 de Turner-collectie geëxposeerd is naar de intenties van de schilder zelf.

De geschiedenis herhaalde zich. Voor de collectie van de Tate Gallery werd het - schitterende - gebouw te klein. Toen is besloten de Engelse kunst van de moderne kunst uit andere landen te scheiden. De plannen moeten zeer snel gerealiseerd zijn. In de in 1997 verschenen Oxford Companion to British History las ik dat men een nieuwe vestiging in de buiten gebruik gestelde Battersea-elektriciteitscentrale aan de Theems wilde maken. Met fondsen onder meer van de National Lottery. En nu is het museum klaar. Dat is verbijsterend. De Tate Gallery aan Millbank huisvest nu alleen Engelse moderne kunst en heet sinds vorige week dan ook Tate Britain. De nieuwe naam zal steeds minder naar Sir Henry verwijzen.

Natuurlijk heeft voor een museum een elektriciteitscentrale een grotere symbolische betekenis dan een gevangenis, al hebben de kunstwerken in een museum levenslang. Behalve aan de energie die elk museum aan de bezoekers levert - hoe vaak heb ik niet vitaal van vermoeidheid en geluk een museum verlaten - kan de elektriciteitscentrale ook herinneren aan de oorsprong van de negentiende-eeuwse Engelse macht en rijkdom: de industrialisatie. Dan mag de gevangenis doen denken aan de ontstellende armoede van grote delen van de bevolking in dezelfde eeuw. (Voor de burgerij, de romanlezers van de vorige eeuw, werd die armoede weer literair genot). Wat er voor de miljoenen van die grootste suikeroom aller tijden, Sir Henry Tate, is geleden, is niet voorstelbaar. De Tate Modern ligt nog in de schaduw van het kapitalisme.

In 1875, hij woonde nog maar net in Londen, schonk Sir Henry aan de parochie van Lambeth vier openbare bibliotheken. Dat is een bijzondere daad: hij wilde boeken voor iedereen toegankelijk maken. Achter de schenking van zijn kunstwerken aan de Staat moet een gelijksoortig ideaal hebben gelegen: het eigene voor iedereen. Ik hoop dat Tate Modern, als de National Gallery en de Tate Gallery, gratis toegankelijk is. Hij zou het hebben gewenst, denk ik.

Een jaar voor zijn dood werd Tate baron. De 'suikerbaron' zal hij wel hebben geheten, want de titel heeft altijd iets on-adelijks gehouden. Toch moet hij een heel edele geest hebben gehad. Als ik me het goed herinner, staat in de hal van wat nu Tate Britain heet, zijn borstbeeld, dat op alle borstbeelden lijkt. Hij is een kunstwerk geworden. En dat is passend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden