Suiker na de honger

Dankzij stapels medische dossiers van Amsterdamse baby's konden onderzoekers het aantonen: wie in de hongerwinter in de baarmoeder zat, heeft later een verhoogde kans op suikerziekte....

DE baarmoeder is lang niet altijd het warme holletje waar de foetus wordt beschermd tegen de boze buitenwereld. En de ongeborene is niet de parasiet die pakt wat nodig is en desnoods de moeder uitgemergeld achterlaat. Integendeel: de foetus past zich aan aan de omstandigheden.

Als er genoeg is, kan de ongeborene goed groeien en als een flinke, gezonde baby ter wereld komen. Maar als er te weinig voorhanden is, kan de magere boreling problemen krijgen en later in zijn leven meer risico lopen op hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten en suikerziekte.

Eigenlijk ligt onze gezondheid bij de geboorte al voor een deel vast, zeggen dr. Jan van der Meulen en ir. Anita Ravelli, als epidemiologen werkzaam bij het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam. Zij doen onderzoek bij volwassenen die de hongerwinter van 1944/45 in de baarmoeder doorbrachten.

Ruim vijftig jaar na die winter blijkt dat er een iets verhoogd risico is op ouderdomssuikerziekte - type II-diabetes - bij volwassenen die tijdens de hongerwinter in de baarmoeder zaten en ondervoed waren. Dat geldt vooral als deze baby's - die bij hun geboorte te licht waren - later in hun leven te maken krijgen met overgewicht. Deze resultaten van het onderzoek verschijnen vandaag in het Engelse wetenschappelijk tijdschrift The Lancet.

Ondervoeding in de tweede helft van de zwangerschap lijkt de stofwisseling van insuline en glucose permanent te veranderen. Vandaar dat vooral kinderen die in die latere zwangerschapsfase ondervoed waren, een iets hogere kans liepen op ouderdomssuikerziekte - de vorm van diabetes waarbij het meestal niet nodig is insuline te spuiten.

'Onze gezondheid hangt maar voor een deel af van hoe we leven, wat en hoeveel we eten en hoeveel we bewegen. De omstandigheden in de baarmoeder zijn ook belangrijk, naast erfelijke of sociaal-economische factoren', zegt Van der Meulen. 'In de eerste maanden van de zwangerschap bepaalt vooral de algemene lichamelijke conditie van de moeder hoe snel en hoe goed het kind groeit. In de tweede fase wordt dat vooral bepaald door wat ze eet.'

Opnieuw zijn er met dit onderzoek, waaraan het Diabetes Fonds Nederland meebetaalde, duidelijke aanwijzingen gekomen voor de hypothese dat de gezondheid van de aanstaande moeder en zelfs dat van háár moeder, bepalen hoe gezond de baby ter wereld komt, zegt Van der Meulen. 'Het is de zoveelste aanwijzing dat de gezondheid van de moeder grote gevolgen heeft voor de gezondheid van haar kind op volwassen leeftijd. De foetale groei en het gewicht en de lengte bij de geboorte, zijn ontzettend belangrijk.'

De AMC-onderzoekers zijn 'sterk geïnspireerd' door de Engelse epidemioloog prof. David Barker, die ook bij het recente AMC-onderzoek is betrokken. Barker was een van de eersten die het verband aantoonden tussen de slechte omstandigheden vóór de geboorte en het vóórkomen van ernstige ziekte op latere leeftijd. Omdat hij zijn boodschap in heldere taal over het voetlicht brengt, is de idee naar hem genoemd: de Barker-hypothese.

Barker, verbonden aan de University of Southampton, legde jaren geleden al een verband tussen sterfte als gevolg van hart- en vaatziekten in bepaalde delen van Engeland en de hoge kindersterfte zeventig jaar daarvoor. Dat gaf aan dat de omstandigheden voor zwangere vrouwen en baby's in die periode heel slecht waren. Barker maakte gebruik van de gegevens van zestienduizend kinderen die tussen 1910 en 1930 in het Engelse Hertfordshire werden geboren.

De dossiers waren al voor de Tweede Wereldoorlog verzameld door verpleegkundige en vroedvrouw Ethel Margaret Burnside. In zijn boek Mothers, babies and disease in later life beschrijft Barker lyrisch hoe hij met de nauwkeurige beschrijvingen van moeder en kind over een schat aan gedetailleerde gegevens kon beschikken.

Barkers hypothese is niet onomstreden. Vooral Amerikaanse onderzoekers, maar ook Engelse collega's zijn soms sceptisch. Terwijl Barker de nadruk legt op het eerste deel van de zwangerschap, vragen andere onderzoekers zich af in hoeverre ziektes te maken hebben met samenhangende sociaal-economische factoren in de rest van het leven. Daar gaat een groot deel van de discussie over.

Maar Barker zag bij elk onderzoek dat een laag geboortegewicht, naast andere oorzaken, een belangrijke rol speelde. Van der Meulen: 'De gezondheid van de moeder en haar eigen foetale ontwikkeling zijn eveneens belangrijk, net als haar lichaamsbouw, zoals lengte en gewicht.'

Het geboortegewicht van de aanstaande moeder en dat van haar kind hebben met elkaar te maken. Zwaardere moeders krijgen dikkere baby's en daar zitten goede kanten aan. Hoe hoger het geboortegewicht bijvoorbeeld, hoe lager de bloeddruk in het latere leven van het kind. Van der Meulen: 'Elke kilo extra geboortegewicht leidt tot een verlaging van de bloeddruk met drie millimeter kwik tussen vijftig en zeventig jaar. En dat leidt aantoonbaar tot minder hart- en vaatziekten.'

De afgelopen jaren lijkt Barkers hypothese meer steun te krijgen. Nog onlangs schaarden zich kritische Engelse onderzoekers in het boek A life course approach to chronic disease epidemiology zich aan zijn zijde. De omstandigheden in de baarmoeder bepalen samen met de leefomstandigheden de latere gezondheid, melden ook Diana Kuh van University College London Medical School en Yoav Ben-Shlomo van de University of Bristol.

Het nu gepubliceerde onderzoek van het AMC ondersteunt de Barker-hypothese. Het hongerwinteronderzoek is uniek. Een periode van honger begint meestal geleidelijk, duurt lang en verdwijnt ook weer langzaam. Maar de hongerwinter in Nederland boven de grote rivieren begon acuut in oktober 1944, toen de voedselvoorziening slecht werd door het ontbreken van transport en een strenge winter. Het dieptepunt lag in januari en februari 1945. De hongerperiode eindigde ook plotseling: in mei 1945, toen er voldoende voedselhulp was uit het buitenland. De hongerwinterbaby's kunnen daardoor heel goed worden vergeleken met kinderen die vlak voor of net na de hongerwinter werden geboren.

'Het maakte niet veel uit of je rijk of arm was: voor iedereen was er tijdens de hongerwinter te weinig te eten', zegt Van der Meulen. 'Volwassenen kregen tijdens de oorlog een vastgesteld rantsoen van achttienhonderd kilocalorieën. In oktober 1944 was dat gedaald tot veertienhonderd kilocalorieën en eind november kreeg de bevolking zelfs minder dan duizend kilocalorieën per dag en onvoldoende eiwitten. In juni 1945, dus vlak na de bevrijding, waren per hoofd van de bevolking al weer tweeduizend kilocalorieën beschikbaar.'

Het onderzoek naar de gevolgen van de hongerwinter is ook uniek omdat van de baby's die in die periode in het Wilhelmina Gasthuis, één van de voorlopers van het AMC, werden geboren, de medische dossiers bewaard zijn gebleven in het Gemeentearchief van Amsterdam. Met behulp van het Amsterdamse bevolkingsregister konden de baby's van toen worden opgespoord.

De hongerwinter had grote gevolgen voor het nog ongeboren kind. De slechte omstandigheden in de baarmoeder maakten de foetus inventief. Er moest worden geroeid met de riemen die er waren. Barker denkt dat de ondervoede foetus allerlei fysiologische mechanismen anders programmeert om op korte termijn te kunnen overleven. Daar hangt dan wel voor de rest van zijn leven een prijskaartje aan. Als de magere jaren worden gevolgd door vette, zoals na de oorlog in Nederland het geval was, wordt de kans op hart- en vaatziekten groter.

Maar er is hoop. Na generaties van een goed leven worden de baby's steeds groter en gezonder. Van der Meulen laat de resultaten zien van Fins onderzoek onder zwangere vrouwen en hun kinderen naar het vóórkomen van hart- en vaatziekten. Het onderzoek van T. Forsén is begin oktober gepubliceerd in het British Medical Journal.

Het toont de verbeteringen aan op de lange termijn. Chronisch ondervoede vrouwen zijn klein en mager. Als er in de loop van de tijd meer eten beschikbaar komt, zullen de vrouwen in eerste instantie dikker worden. Hun kinderen lopen een groter risico op een hartinfarct. Maar als de vrouwen van de volgende generatie door een beter leven niet alleen zwaarder maar ook langer worden, worden hun kinderen gezonder. Bij deze generatie zie je dan een lagere sterfte als gevolg van hart- en vaatziekten.

Het aantal sterfgevallen als gevolg van hart- en vaatziekten daalt de laatste tijd. Sommigen denken dat dit louter een gevolg is van een gezondere leefwijze: minder roken, minder verzadigde vetzuren in het dieet en meer bewegen. Maar het Finse onderzoek laat zien dat de daling ook heel goed een gevolg kan zijn van een langzaam verbeterde gezondheid van de moeders.

Hoe belangwekkend de Barker-hypothese ook is, alleen epidemiologische gegevens zijn niet voldoende als bewijs. Andere onderzoekers proberen dan ook in het laboratorium met dierproeven het verband te onderbouwen. En daar wordt het ook aangetroffen.

Van der Meulen: 'Bij dierexperimenteel onderzoek zie je een direct verband tussen wat de moeder eet en het geboortegewicht van het jong. Het gaat daarbij niet alleen om de hoeveelheid eten, maar ook om de samenstelling. Zwangere ratten die een dieet met weinig eiwitten kregen voorgeschoteld, baarden jongen met afwijkingen in de glucose-stofwisseling.'

Er kan een relatie worden gelegd tussen de gezondheid van de moeder, wat ze eet tijdens haar zwangerschap, het geboortegewicht van haar kind en het risico op suikerziekte op latere leeftijd. 'Gezonde voeding voor vrouwen die zwanger willen worden of al zwanger zijn, is dan ook heel belangrijk.

'Maar het is nog te vroeg voor specifieke dieetadviezen,' vindt Van der Meulen. 'Het is helaas niet zo dat meer en beter eten in de tweede helft van de zwangerschap automatisch leidt tot gezondere en zwaardere baby's. In een Amerikaans onderzoek kregen zwangere vrouwen een eiwitrijk dieet. Door onbekende oorzaken en tot schrik van de onderzoekers leidde dat tot lichtere baby's.'

Suzanne Baart

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden