'Succesvol is nog niet gelukkig'

Boris de Leeuw maakt op zijn 31ste zijn rentree als solist bij Het Nationale Ballet. Vier jaar geleden besloot hij te stoppen, ondanks een bliksemcarrière....

'Goh, dat hebben meer mensen gevraagd: waar zijn je krullen gebleven?' Boris de Leeuw (31) kijkt alsof hij zich nu pas realiseert hoe belangrijk zijn fraaie fysiek en die springerige haren waren in zijn imago van de meest begeerlijke sprookjesprins uit het Nederlandse klassieke ballet. 'Maar ze beginnen weer te groeien, hoor', haast hij zich te zeggen. 'Ik weet dat ik moet voldoen aan het heersende beeld van een prins als ik klassiekers wil dansen.'

Niet dat hij het vier jaar geleden bewust als een statement bedoelde, toen hij kort na zijn - voor het publiek onverwachte - afscheid van de dans zijn haar liet millimeteren. 'Ik had eerder wel raardere dingen met mijn haar gedaan: het is fel oranje geweest.' Terugkijkend durft hij het voorzichtig toch een daad van rebellie te noemen: 'Onbewust drukte ik waarschijnlijk uit: ''Nu kies ik voor mezelf''.'

Voor de twee tattoos, gezet na zijn afscheid in 1998 van Het Nationale Ballet, geldt hetzelfde. Ze waren ingegeven door een opkomende modetrend, zijn toenmalige partner was ermee bezig. Nu kan hij ze niet meer los zien van de omstandigheden. Een gestileerde hond op zijn linkeronderarm is het Keltische teken voor 'waakzame metgezel' - 'Die kon ik in die periode wel gebruiken' - en de klimplant op zijn kuit, slingerend om het Egyptische levensteken, staat voor 'planten die sterker terugkomen als je ze knipt'.

Dit seizoen is De Leeuw terug bij Het Nationale Ballet. Tot ieders verbazing en vreugde. De sterdanser die vergeleken werd met Nurejev. De in Nijmegen geboren jongen die 23 jaar oud eerste solist werd bij Het Nationale Ballet en daarmee de jongste Nederlandse danser die ooit op dit hoge niveau bij het nationale gezelschap was aangesteld (alleen een Nederlandse danseres, de legendarische Olga de Haas, ging hem op 19-jarige leeftijd in 1964 voor). De balletstudent die rechtstreeks vanaf zijn opleiding aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag een bliksemcarrière doormaakte bij 'het Nationaal' en doordrong tot de internationale top. Een danser van wie oud-artistiek leider Wayne Eagling zei dat je ze zo maar zelden tegenkomt. Een geboren danseur noble.

Maar ook de jongen die zo drastisch het geloof in zijn roeping verloor. Die toen hij begon geen idee had hoe zwaar het leven van een danser kon zijn en zich vijftien jaar later voor de spiegel in de kleedkamer afvroeg wat hij eigenlijk nog deed op dat podium. De jongen die antwoorden zocht op persoonlijke vragen maar geen tijd kreeg ze dansend uit te denken. Die jongen is terug in het glazen huis van de dans.

'Je mag het wel een persoonlijke crisis noemen', zegt hij zacht en wederom voorzichtig. 'Er zijn perioden geweest dat ik depressief was.'

Eind van deze maand danst hij de hoofdrol van Prins Florimund (alias Prins Charming) in The Sleeping Beauty, dat komende week door Het Nationale Ballet wordt hernomen met eerst nog Sofiane Sylve en Gaël Lambiote als droompaar, daarna de koppels Larissa Lezhnina/Tamás Nagy en Yumiko Takeshima/Cedric Ygnace, en dan Igone de Jongh en Boris de Leeuw. Dezelfde grote rol die hem tien jaar geleden als eerste proeve van bekwaamheid bij HNB werd toebedeeld en waarvan hij drie jaar daarvoor nog dacht 'zo moeilijk ziet dat er niet uit', toen hij als stagiair in datzelfde ballet begon met een onbeduidend rolletje in de hofhouding.

Prins Florimund staat voor de meest veeleisende mannenrol uit het klassieke balletrepertoire. De Leeuw durft weer. 'Ik ben teruggekomen om eindelijk van dansen te kunnen genieten. Ik hou van dit vak. Al die jaren dat ik heb gedanst, heb ik er nooit zo van genoten als zou hebben gekund.'

Het begon met een blessure aan de enkel. Na een lange periode van hoogstens één week vakantie per jaar, zat De Leeuw plotseling thuis. Hij was 26 jaar maar had nauwelijks nagedacht over zijn toekomst. De twijfel begon te knagen - 'Wil ik dit wel?' - en vrat zich een weg naar zijn prestaties - 'Kan ik dit wel?'.

'Ik was ontzettend onzeker. Als ik een fout maakte, strafte ik mezelf in mijn hoofd nog eens dubbel af. Ik was nooit tevreden over de geleverde kwaliteit. Ik geloofde mensen niet als ze zeiden dat het mooi was. Ik had de top bereikt maar legde de lat telkens een stukje hoger.' De druk van 'morgen weer beter dan de dag ervoor' werd hem te veel. De Leeuw zonk weg in een donker gat en ook een psycholoog - een verplichting voor dansers in de ziektewet - kon hem niet meer dan 'een klein beetje' helpen.

Niemand wil hij de schuld geven van zijn persoonlijke crisis. 'Het is een deel van mijn karakter. Het had er mee te maken dat ik ouder werd en niet meer zo maar dingen deed.' Maar, zegt hij, de balletwereld leert je niet over dingen na te denken. De beginfout ligt bij de opleiding. 'Ze leren je niet om te gaan met de druk van het beroep, ze helpen je niet een idee te vormen over wat je danst. De sportwereld is daarin veel verder. Topsporters hebben een eigen mental coach. Zoiets bestaat niet in de danswereld. Terwijl, als je zo heel jong begint en er op die leeftijd al zoveel van je wordt verwacht . . . '

De Leeuw valt even stil om dan te vervolgen: 'Ik heb de balletopleiding aan het conservatorium als iets heel negatiefs ervaren. Ik hoor dat van meer dansers. Een aantal leraren gaat niet op een pedagogische manier met leerlingen om. Er is geen communicatie, er wordt niet naar je geluisterd, er wordt niets uitgelegd. Het is kop houden en doen wat er wordt gezegd. Twintig, dertig klasgenoten met allemaal een andere achtergrond moeten allemaal hetzelfde doen. Als je je mond opendoet, wordt hij weer dichtgeslagen.' In zo'n klimaat gaat een aankomend danser niet nadenken over hoe hij een beweging, een sprong, een rol, een carrière het beste kan aanpakken. Bovendien zet die schoolse relatie zich voort binnen een gezelschap. 'Bij Het Nationale Ballet bleef ik jaren die jonge jongen van achttien.'

De Leeuw erkent dat hij niet iemand is die snel een grote mond opzet of ergens tegen in gaat. 'Zo ben ik niet opgevoed. Ik heb de neiging weg te kruipen, me op de achtergrond te houden.' Zijn ouders hielden hem, zijn tweelingbroer Bart, zijn oudere broer Don en zus Bibi, voor dat opleiding, prestaties en slagen in het leven belangrijk waren. Zijn vader had zijn eigen artsenstudie betaald. Don en Bibi gingen ook medicijnen studeren. 'Misschien is het niet toevallig dat Bart bijna tegelijkertijd een vergelijkbaar proces als ik heeft doorgemaakt met zijn studie bouwkunde. Misschien is het genetisch.'

Het was zijn vader die hem op zijn tiende stimuleerde naar de balletschool te gaan. Een grotere balletfanaat kent hij niet. Zelf wist de jonge Boris niet eens dat je met dans je brood kon verdienen. 'Hij wachtte mij thuis op met weer nieuwe dansboeken, -video's en knipsels. Hij heeft de grootste privé-collectie die ik ken.'

Zijn ouders begrepen niet waarom hij wilde stoppen. 'Je bent toch succesvol, zeiden ze. Maar dat is niet hetzelfde als gelukkig. Later hebben ze zich erbij neergelegd.'

Van een beschermde jeugd belandde De Leeuw in een even beschermde wereld: die van de danskunst. Volgens hem raken sommige dansers geïnfecteerd door de perfecte wereld die het ballet op het podium nastreeft: 'De scheidslijn tussen fantasie en werkelijkheid is bij hen minder sterk. Dansers denken vaak emotioneler en zijn, net als andere kunstenaars, veel met zichzelf en hun ego bezig. Zo ontstaat een verwrongen beeld van wat zich ''buiten'' afspeelt. Het is toch een vak dat op glamour is gebouwd.'

Twijfels worden niet gedeeld. In de studio's rent iedereen van repetitie naar repetitie. Op tournee in de bus doen de meesten een dutje of luisteren muziek. Waardering bestaat slechts uit applaus. 'Ik heb één keer van toeschouwers een doosje bonbons gekregen na afloop. Dat vond ik zo lief.'

Omdat hij dacht dat hij misschien te lang bij Het Nationale Ballet was, zocht De Leeuw zijn heil in een nieuw contract bij het English National Ballet. Na acht maanden ontbond hij dat voortijdig. Via de omscholingsregeling voor dansers kon hij naar de kunstacademie. Maar hoe graag hij ook tekende en schilderde - als kind al -, het perspectief van jaren leuren met werk om een boterham te verdienen deed hem na twee jaar de das om.

De oplossing lag uiteindelijk in een éénjarige opleiding tot docent klassiek ballet. 'Ik denk iets te kunnen geven aan toekomstige dansers. Mijn ervaringen, mijn inzichten. Ik zal beter proberen te luisteren naar wat er met een kind aan de hand kan zijn.' Het lesgeven vormt ook het vangnet voor het moment dat zijn leeftijd hem dwingt definitief te stoppen.

Het is goed geweest, zegt De Leeuw, 'om met de gewone wereld in aanraking te zijn gekomen'. De stap om te stoppen is nog steeds het beste besluit uit zijn leven. Zijn huidige partner, personeelsmanager in de IT-sector, kent hem alleen als niet-danser. Had nog nooit van de beroemde Boris de Leeuw gehoord. Het was zijn lief die hem attendeerde op de curieuze communicatie onder dansers en hun andere blik op de wereld.

'Soms is het nog moeilijk zachtaardig voor mezelf te zijn. Het blijft een gevecht niet te veel van mezelf te verwachten. Patronen verander je niet gemakkelijk. Als ik straks als Prins Florimund in de coulissen sta, houd ik mezelf voor: ''Je bent een mens, geen robot.'' Het gaat niet alleen om techniek, het gaat om hoe je een voorstelling maakt. Ik weet me nu ook mentaal voor te bereiden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden