Succesverhaal zonder een onvertogen woord

Animatiestudio Pixar werd in twintig jaar een miljardenbedrijf. ¿To infinity and beyond!¿, de leuze van karakter Buzz Lightyear, blijkt een goede metafoor....

In 1986 nam Apple-baas Steve Jobs voor 10 miljoen dollar de slechtlopende animatiedivisie van het special-effectbedrijf Industrial Light & Magic over van George Lucas. De naam werd direct omgedoopt tot Pixar – een samentrekking van de woorden pixel en art –, naar het unique selling point van het bedrijf: de Pixar Image Computer.

Inmiddels is Pixar maatgevend in digitale animatie: het bedrijf maakte revolutionaire, volledig met de computer gemaakte hits als Toy Story en Finding Nemo, en creëerde onder meer de dinosauriërs uit Steven Spielbergs Jurassic Park en de ruimtewezens uit de laatste Star Wars-films.

Begin 2006 kondigden The Walt Disney Company en Pixar aan dat er een akkoord was bereikt over de overname van Pixar. Met de transactie was 7,4 miljard dollar gemoeid. Steve Jobs werd de grootste aandeelhouder. Het kan verkeren.

De twintigste verjaardag van Pixar is in 2006 uitgebreid gevierd. De zeven speelfilms die Pixar produceerde en de dertien korte films verschenen op een fraaie dvd-box: Disney Pixar Ultimate Collection. Er was een expositie in het Museum of Modern Art in New York . En Leslie Iwerks (de kleindochter van Ub Iwerks, de grote man naast Disney) maakte de anderhalf uur durende documentaire The Pixar Story over de geschiedenis van de studio.

Daarbovenop verscheen onlangs een kloeke hagiografie van Karen Paik, gebaseerd op interviews en research van Leslie Iwerks: To Infinity and Beyond! – The Story of Pixar Animation Studios.

‘To Infinity and Beyond!’ is de leuze waarmee de speelgoedastronaut Buzz Lightyear zich in Toy Story (de eerste avondvullende volledig computergeanimeerde film) in ongewisse avonturen stort. Het is een toepasselijke metafoor voor het bedrijf dat met elke film weer grenzen verlegt. Dat iets niet eerder is gedaan, betekent niet dat het niet kan. Maar vanzelf gaat het allemaal niet, aldus Ed Catmull: ‘Er bestaat geen gelukkig toeval. Er zijn alleen zwaar bevochten zeges.’

De ‘creatieve wetenschapper’ Catmull, een van de grondleggers van Pixar, komt uitgebreid aan het woord in het eerste hoofdstuk van Paiks ruim 300 pagina’s tellende boek. Daarna is het de beurt aan John Lasseter (‘de getalenteerde kunstenaar’ die in 1985 de Disney-studio verliet om te gaan experimenteren met computeranimatie) en aan ‘de visionaire ondernemer’ Steve Jobs. In de volgende hoofdstukken worden alle Pixar-films, van Red’s Dream en Tin Toy tot Cars en de korte film One Man Band behandeld.

Veel nieuws staat er niet in; de meeste verhalen werden ook al verteld in de ‘making ofs’ op de dvd’s. Het leukst zijn nog de talrijke illustraties: schetsen en stills, story boards en een pagina met alle verschillende visjes uit Finding Nemo. Een foto van een kapotte vrachtwagen, ontdekt in de berm in Galena, Kansas, laat zien dat de makers van Pixar hun inspiratie overal vinden. De vrachtwagen stond model voor de vrolijke Mater (Takel in de Nederlandse versie) in John Lasseters Cars.

To Infinity and Beyond! bevestigt het beeld dat Pixar één groot succesverhaal is. Iedereen krijgt kansen en iedereen mag meebeslissen, het beste idee wint. Er valt geen onvertogen woord.

Wie laat Jan Pinkava zijn verhaal eens vertellen? De regisseur van de korte Pixar-film Geri’s Game (1997), die jaren aan Ratatouille (2007) had gewerkt, moest halverwege de productie van de Pixar-bazen wijken voor Brad Bird.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden