Succes van IFOR smaakt naar méér

OVERDRIJVEN is ook een vak. Het in Sarajevo verschijnende dagblad Oslobodenje heeft gewaarschuwd voor het gevaar van 'unproforisatie' van de NAVO-vredesmacht IFOR....

ANET BLEICH

De lijst van zonden die IFOR kunnen worden aangerekend, is nog langer. De NAVO-macht is vooralsnog ook niet bereid vluchtelingen te helpen bij hun terugkeer, wachtposten te stationeren bij vermoedelijke massagraven, een actieve rol te spelen bij het arresteren van verdachten van oorlogsmisdaden of de orde te handhaven in spanningshaarden.

De taken van IFOR, zeggen de commandanten, zijn beperkt tot het zorgen voor de naleving van de militaire bepalingen uit het akkoord van Dayton; dat wil zeggen het scheiden van de partijen (dat is intussen gebeurd), het patrouilleren in de bufferzones en het in algemene zin bevorderen van een veilig klimaat. Alle andere taken, die te maken hebben met het beschermen van de mensenrechten en de wederopbouw van een geordende samenleving verwijst IFOR door naar Hoge Vertegenwoordiger Carl Bildt en diens onder VN-gezag staande burger-politie.

Die taak-opvatting is erg minimaal, daar hebben Oslobodenje en de regering in Sarajevo gelijk in. Maar de vergelijking met het falen van Unprofor is een beetje demagogisch. De tragiek - of de schande, hoe je het maar noemen wilt - van Unprofor was tenslotte dat de oorlogvoerende partijen het niet nodig vonden zich ook maar iets van de VN-vredesmacht aan te trekken. Steden beschieten, voedselkonvooien blokkeren, 'veilige gebieden' veroveren en massamoorden plegen, dat gebeurde allemaal onder het toeziend oog van de Verenigde Naties. Dat is nu anders.

Er heerst vrede in Bosnië-Herzegowina, hoe fragiel en wankel die ook nog mag zijn. De stationering van IFOR en het militair scheiden van de partijen is soepel verlopen. De uitvoering van Dayton ligt ongeveer op schema. Reden genoeg, zou je denken, voor alle Bosniërs, met uitzondering van de oorlogsprofiteurs en -misdadigers, om hun zegeningen te tellen.

Het is de regering van president Izetbegovic die onder zware druk moest worden gezet om zich te houden aan een van de afspraken van Dayton, het vrijlaten van alle krijgsgevangenen. Sarajevo heeft dat een tijdlang hardnekkig geweigerd, omdat het beducht is dat andere afspraken (opsporen van vermisten, conserveren van massagraven, aanpakken van oorlogsmisdadigers) in het gedrang komen. Die angst is begrijpelijk. Maar het schenden van afspraken en het spelen met het lot van de resterende krijgsgevangenen is geen goede methode om pressie op de NAVO uit te oefenen.

Als de regering in Sarajevo echt zo warm loopt voor het herstel (in een gewijzigde, 'Zwitserse', kantonale vorm) van een ongedeeld, etnisch pluriform Bosnië, zou zij voorop moeten lopen bij het nemen van vertrouwenwekkende maatregelen. Maar dat heeft ze niet gedaan, noch bij het geruststellen van de Serviërs in de wijken van Sarajevo die binnenkort weer onder haar gezag komen, noch ten aanzien van de krijgsgevangenen. Het aftreden van premier Silajdzic is in dit opzicht weinig bemoedigend. Want van alle toonaangevende politici uit de regerende Moslim-partij SDA was Silajdzic de enige die altijd is opgekomen voor een pluriform Bosnië.

Enig begrip voor de argwaan en het cynisme van de Bosnische Moslims is op z'n plaats. Het argument van de cynici ('dat belijden van het multi-etnisch ideaal heeft ons èrg veel opgeleverd') kan niet als onzin worden afgedaan. Tenslotte is de Republika Srpska bezaaid met massagraven, zijn degenen die hiervoor verantwoordelijk zijn nog niet eens afgetreden (al houden Karadzic en Mladic zich bijzonder rustig) en zijn de Kroatische leiders slechts dankzij aanhoudende Amerikaanse pressie bereid hun Moslim-federatiegenoten een millimeter tegemoet te komen.

Die Amerikaanse aanwezigheid, niet slechts in IFOR-verband, maar ook diplomatiek, is de belangrijkste van Bosniës zegeningen. Het waren Amerikaanse diplomatieke stappen richting Belgrado en Zagreb die de angel haalden uit dreigende crisissituaties in Servisch Sarajevo en Mostar. Clinton heeft in Tuzla gezegd dat hij wel degelijk een taak voor IFOR ziet bij het bewaken van massagraven en het opsporen van oorlogsmisdadigers en Washington wil onderzoekers van het Haagse VN-Tribunaal door de NAVO laten beschermen. Hopelijk zijn dit preludes op een actievere rol van IFOR, zodra de vredesmacht op volle sterkte is.

Een helpende hand van IFOR bij het garanderen van de bewegingsvrijheid in heel Bosnië, het bevorderen van contact tussen gewone burgers uit de drie bevolkingsgroepen en het bevredigen van het geschonden rechtsgevoel is belangrijk. De voordelen van de vrede moeten tastbaar worden vóór de Amerikanen eind dit jaar weer uit Bosnië vertrekken. Als hun invloed nu niet wordt teruggedrongen, zullen de oorlogsstokers dan opnieuw hun kans trachten te grijpen.

En Carl Bildt dan, de Hoge Vertegenwoordiger, onder wiens verantwoordelijkheid al dit sociaal-politieke werk formeel valt? Och arme! Hij kwam laat aan, heeft nog vrijwel niets gedaan en hoopt volgens het weekblad The Economist in 1997 weer te zijn vertrokken. Het ontbreekt Bildt aan geld, aan politie-agenten en blijkbaar ook aan ideeën. Het klinkt gezien Europa's staat van dienst in Bosnië bijna utopisch, maar misschien kan de EU toch op korte termijn iets bedenken om een dreigende blamage door 'onze man in Sarajevo' te verhinderen.

Anet Bleich

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden