Succes van Greenpeace zet oliemaatschappijen klem

Shell ziet af van het dumpen van de Brent Spar en zal de oude olietank met daarin zware metalen (naar schatting tweehonderd kilo) ergens op land ontmantelen....

BROER SCHOLTENS

Van onze wetenschapsredactie

AMSTERDAM

De olie-opslagtank is het symbool van meer uitgebreide acties die de komende jaren zullen worden gevoerd tegen de dumping van ruim vierhonderd andere olie-installaties op de Noordzee, die veelal aanzienlijk groter zijn dan de Brent Spar. De olietank is weliswaar hoger dan de Dom-toren in Utrecht, maar erg veel schade had dat stuk staal-met-inhoud op tweeduizend meter diepte in de zee niet echt aan het milieu kunnen aanrichten.

Bij de actie van Greenpeace tegen de dumping van de Brent Spar ging het om de precedentwerking. Onder het principiële motto 'de zee is geen vuilnisvat' wil Greenpeace voorkomen dat ook andere olie-

installaties naar de zeebodem verdwijnen. Het blijft dan niet beperkt tot veertienduizend ton staal en ballast van ijzererts en beton . Het gaat dan om tientallen miljoenen tonnen hoogwaardig staal, in de vorm van produktieplatforms en pijpleidingen op de bodem van de Noordzee, waarmee iets moet gebeuren.

Wie de actievoerders van Greenpeace diep in de ogen kijkt, zal zien dat ze eigenlijk niet hadden verwacht met hun acties de dumping van de Brent Spar te kunnen tegenhouden. Nee, de actie tegen de opslagtank moest de oliemaatschappijen doordringen van hun verantwoordelijkheid ten aanzien van het milieu .

Het onverwachte succes van de Greenpeace-actie schept inderdaad een nieuw precedent. Er is vermoedelijk geen oliemaatschappij meer die de komende jaren nog met een voorstel durft te komen voor het dumpen van een platform.

Op de Noordzee staan meer dan vierhonderd produktieplatformen. Driekwart daarvan staat in het zuidelijke deel in relatief ondiep water, tot een diepte van 55 meter, zo blijkt uit een analyse van het offshore-bedrijf Heerema UK. Zijn de olie- of gasreservoirs leeg, dan moeten die buiten bedrijf gestelde platforms volgens internationale afspraken volledig naar land worden gebracht en daar worden ontmanteld.

Daar is voldoende ervaring mee, die onder meer is opgedaan bij meer dan zeshonderd kleine platforms in de Golf van Mexico. Op basis van internationale afspraken moeten ook de ongeveer 110 platforms in het ondiepe Nederlandse deel van het Continentaal Plat na gebruik worden weggehaald.

De problemen doen zich pas voor met zware platforms in waterdiepten van 55 meter of meer, in het Engelse en Noorse deel van de Noordzee. Ze daar volledig weghalen is technisch ingewikkeld en daardoor peperduur. De internationale regel staat toe om de pijpen van die grote stalen gevaarten onder water stuk de zagen, om vervolgens het resterende deel om te kieperen, zodat er uiteindelijk een waterdiepte van 55 meter vrij blijft voor vissersschepen en onderzeeërs.

Meer dan de helft van de Noordzee-installaties valt onder Engelse jurisdictie. Schattingen gaan ervan uit dat bij een kwart daarvan, in diep water, nog een flink deel van de stalen potenconstructie op de bodem zal blijven liggen.

De kosten van het verwijderen van de meer dan tweehonderd Engelse olie-installaties worden door de olie-industrie geschat op zeven tot elf miljard gulden in de komende dertig jaar.

In het Noorse en Nederlandse deel gaat het om vergelijkbare bedragen voor het verwijderen van olie- en gasplatforms. Een groot deel van dat geld hebben oliefirma's al gereserveerd. De overheden nemen 50 tot 70 procent van de kosten voor hun rekening. Deze bedragen staan overigens in geen verhouding tot wat de oliemaatschappijen uitgeven aan de ontwikkeling van olie- en gasvelden.

Broer Scholtens

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden