Succes van Finkers te danken aan tijdgeest

Het succes van Herman Finkers' eindejaarsconference sluit precies aan bij een behoefte naar een werkelijkheid die een beetje minder bijtend is.

Herman Finkers. Veel mensen voelen zich prettig bij zijn eerbied voor het geloof en zijn afkeer van vluchtige opinies. Beeld Robin Utrecht

Zelf weet Herman Finkers ook niet waarom zijn Oudejaarsavondconference het gros van de ruim 3 miljoen kijkers zo buitengewoon goed is bevallen. 'Dat is niet mijn werk', zei hij maandag in het radioprogramma Dit is de Dag op de vraag hoe de grote waardering die hem ten deel viel te verklaren zou zijn. Wel zei hij dat opluchting was doorgeklonken in de talrijke e-mails die hij sinds 31 december had ontvangen. Opluchting vooral over zijn omgang met het thema 'geloof', dat in de Nederlandse kleinkunst maar zelden aanleiding geeft tot fijnzinnige bespiegelingen.

Misschien verklaarde Finkers daarmee wel meer dan hij besefte. Zijn conference werd alom aangemerkt als een trendbreuk. Niet alleen vanwege zijn genuanceerde omvang met het (rooms-katholieke) geloof, hij gaf er ook blijk van niet zoveel op te hebben met het 'flinterdunne denkwerk' van de intellectuele elite, met het rituele gescheld op politici en met de negatieve tijdgeest in het algemeen. Met de huiselijke, zij het fraaie, enscenering van zijn conference en met zijn schatplichtigheid aan Wim Kan - die met de ethiek van zijn tijd ten grave leek te zijn gedragen - voorzag hij kennelijk in een behoefte.

Dat Finkers zich nu in de publieke gunst mag verheugen, hangt ongetwijfeld samen met zijn authenticiteit - een trek die Nederlanders bij uitstek weten te waarderen - maar ook met de pendulebeweging van de tijd. Wellicht zou zijn Oudejaarsavondconference 10, 15 jaar geleden nog voor oubollig en risicomijdend zijn gehouden. Nu ervaren velen zijn minzame bedaagdheid echter als een verademing. Zijn populariteit komt voort uit de bezwaren tegen de tijdgeest.

Een nieuwe tijd

De Oudejaarsavondconference van Finkers is misschien wel te vergelijken - zij het in spiegelbeeldige zin - met de eerste Oudejaarsavondconference van Freek de Jonge in 1982, die volgde op de tragische zwanenzang van Wim Kan. Hoewel Kan de geschiedenis is ingegaan als een politieke conferencier, getuigden zijn optredens van weinig maatschappelijk engagement. Wat hij veeleer beheerste als geen ander was de kunst om in het theater én in het onvoorstelbaar grote aantal huiskamers dat meekeek - niemand wilde Kan missen - een sfeer te creëren van 'we zijn onder ons, er gebeurt een hoop in de wereld, maar nu is het gezellig'. Kan begon soms letterlijk te fluisteren tegen zijn publiek, met de hand aan de mond. De Jonge was daarmee een ruwe afrekening. In zijn gevolg drong de buitenwereld juist ruw binnen en daar moest iets van worden gevónden. Scherpslijperij was het en het publiek werd nu geprikkeld - dat mocht ook onaangenaam zijn - in plaats van gerustgesteld.

De indruk dat Finkers een nieuwe tijd met een ander idioom inluidde, werd versterkt door de ziekte van Youp van 't Hek - de onmiddellijke voorganger van Finkers - en door het feit dat Finkers hem beterschap wenste zonder de indruk te wekken ironie te bedrijven.

Het is even wennen. Een wonder, noemde Paul Steenhuis, kunstredacteur van NRC Handelsblad, het applaus voor Herman Finkers. En Steenhuis was niet in het laatst verbaasd over zijn eigen reactie op het gebodene. 'Toen ik de conference bekeek dacht ik soms: 'Oké, vaart maken Herman.' Maar in retrospect wordt de show steeds leuker.'

Beeld ANP

Goedmoedig

De waardering voor Finkers verkeert soms in verering, een trekje waar Nederlanders wel vaker last van hebben. Die verering geldt een man die niet het gelijk voor zichzelf opeist. En die grossiert in alledaagse absurdismen of levenswijsheden die in retrostijl vormgegeven tegeltjes sieren. Zoals: 'De cursus omgaan met teleurstellingen kan vanavond wederom niet doorgaan.' Of: 'Ik ben niet getrouwd, mijn schoonouders konden geen kinderen krijgen.' Goedmoedige teksten die niet van een krachtig maatschappelijk engagement getuigen. Maar ze vinden gretig aftrek. Erwin Lette, de directeur van het Almelose spreukenmuseum Van Katoen en Nu die de tegels op de markt heeft gebracht, zegt momenteel nauwelijks aan de vraag te kunnen voldoen. Finkers' evergreen is al enige tijd uitverkocht, zei Lette op Radio 538: 'Een stoplicht springt op rood, een ander weer op groen. In Almelo is altijd wat te doen.'

De reactie op Finkers heeft wel iets gemeen met de waardering voor de Utrechtse hoogleraar Beatrice de Graaf, die met haar media-optredens als terrorisme-deskundige velen in vervoering heeft gebracht. 'De Graaf bezit de zeldzame gave om zich soeverein staande te houden in snelle praatprogramma's, zónder concessies te hoeven doen aan de inhoud', schreef Maurits Martijn van De Correspondent. 'Ze schreeuwt niet en trekt geen emotionele registers open. Ze scheidt feit en fictie, doceert op een heldere manier en schroomt niet om minutenlang het woord te nemen en de diepte in te gaan.' Volgens Martijn zijn deze kwaliteiten, waarmee elke geraadpleegde deskundige toch behept zou moeten zijn, een zeldzaamheid op radio en televisie. Dat zit hem niet alleen in haar rustige maar kordate optreden en in het feit dat zij haar gezag meer aan kennis dan aan meningen ontleent, maar ook in haar weldadige relativering van de gevaren waaraan de westerse wereld zou blootstaan en in het feit dat ze de dogma's in de strijd tegen het internationaal terrorisme in twijfel trekt.

Als kenner van de links-radicale bewegingen in de jaren zestig en zeventig weet ze dat de islamitische terreurgroepen geen uniek verschijnsel vormen, maar ook dat elke terreurgroep radicaliseert alvorens op te lossen. De snelheid waarmee dat gebeurt, is mede afhankelijk van de manier waarop het terrorisme wordt bestreden. Grote veiligheidsoperaties, zoals die welke Brussel onlangs enkele dagen hebben ontregeld, zijn contraproductief omdat er geen kalmerend effect van uitgaat op (potentiële) jihadisten en omdat burgers eruit kunnen opmaken 'dat het hier reuze gevaarlijk is'.

Beeld anp

Terreurdreiging

Zoals Herman Finkers de werkelijkheid een beetje minder bijtend maakt, zo neemt Beatrice de Graaf - met een weloverwogen historische argumentatie - iets weg van de maatschappelijke moedeloosheid over de terreurdreiging. Volgens haar kunnen reclasseringsambtenaren, wijkagenten en zelfs de ooit verguisde welzijnswerkers een grotere bijdrage leveren aan de bestrijding van het terrorisme dan veiligheidsdiensten en luchtmobiele brigades. Ze verlost ons van de valse (en dure) belofte dat terroristen met geavanceerd wapentuig kunnen worden verslagen - een echo van de maakbare samenleving.

De Graaf en Finkers zijn anachronismen die ineens hip zijn geworden. Met hun eerbied voor het geloof. Met hun afkeer van vluchtige opinies. En met een nuchterheid waar veel mensen zich prettig bij voelen. Ze zijn behept met verloren gewaande deugden, zoals fatsoen - zo'n woord dat op een zeker moment geen positieve waarde meer vertegenwoordigde en dat alleen nog in parodiërende zin werd gebruikt.

Beeld anp

Verademing

De hang naar harmonie uit zich ook in de waardering voor RTL Late Night, de talkshow van Humberto Tan. Pauw en Witteman vulden jarenlang de late avond met een voorliefde voor politiek, conflicten en mondige gasten. Toen Late Night daar gezelligheid, warmte en menselijk drama tegenover stelde, voelde het voor velen als een verademing. Niet in het minst dankzij de presenator zelf. 'Humberto Tan is van de harmonie', schreef de Volkskrant in een profiel. 'Boos worden, met de vuist op tafel slaan, terugmeppen - niks voor Tan. Zelfs toen hij excuusneger werd genoemd, reageerde hij beheerst.'

De ontheemden in de tijd van het snelle en het felle oordeel voelen verwantschap met mensen als Tan, Finkers en De Graaf. Die laatste twee zijn ook nog eens openlijk religieus. Hoe verfrissend hun ongegeneerde breuk met eigentijdse dogma's is, bleek bijvoorbeeld enkele jaren geleden tijdens een gefilmd gesprek tussen Finkers en Paul Witteman. Toen ze te spreken kwamen over de Matthäus Passion vertolkte Witteman de, enigszins modieuze, opvatting dat hij de muziek heel goed zonder haar religieuze dimensie kon waarderen. Waarop Finkers repliceerde: voor jou had Bach dus net zo goed het telefoonboek op muziek kunnen zetten? Witteman erkende dat de bezieling die hij voelde bij het beluisteren van de Matthäus Passion vermoedelijk was ontsproten aan het lijdensverhaal van Christus.

Niet weggehoond

Dat Finkers en De Graaf zich op hun eigen, soevereine wijze kunnen uitspreken en niet eens worden weggehoond - wat vroeger wellicht hun lot zou zijn geweest - brengt bij veel Nederlanders een gevoel van opluchting te weeg. Door hun toedoen zijn bedachtzaamheid en bescheidenheid opeens weer sieraden voor mensen van goede wil - de 'kleinburgers' waarover ruimdenkende Nederlanders zich tot voor kort nog vrolijk maakten. Door de bijval voor Finkers en De Graaf beseffen de mensen van goede wil dat ze met velen zijn.

Dat besef klinkt ook door in de nieuwste campagne van de Bond tegen Vloeken. Vroeger hield hij ons voor dat vloeken een gewoonte is die mensen snel geneigd zijn van elkaar over te nemen. Nu verspreidt hij posters (van mensen die in onfortuinlijke situaties verkeren) met informatie van onderzoeksbureaus waaruit blijkt dat 70 procent van de Nederlanders vloeken als hinderlijk ervaart, dat 61 procent meent dat schelden op de werkvloer uit den boze zou moeten zijn en dat 70 procent van de jongeren zich 'gelukkig' verontschuldigt als ze worden aangesproken op grof taalgebruik.

Met andere woorden: de fatsoenlijken zijn in de meerderheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.