Succes nekt informatieve reizigersdagen

Op normale zondagen ontvangt het Tropenmuseum duizend bezoekers, op reizigersdagen het dubbele, en op Indonesië-dagen het drievoudige. Een klassiek beeld: vechtende mensen voor een zaaltje met dertig klapstoelen.' Hoe een succesformule tot opheffing leidt....

JACOMIJN DE RAAD

ZELF HEEFT HIJ ook eens achter zo'n tafeltje gezeten. Komen er op één dag toch honderd mensen op je af. Frans Fontaine, conservator bij het Tropenmuseum, lacht. 'En dan krijg je vragen als: is het echt waar van die diarree in Mexico?' Twaalf jaar geleden stond hij aan de wieg van een idee dat uitgroeide tot een fenomeen: reizigers informeren reizigers.

Het moest van het museum in Amsterdam een 'levendige plek met manifestaties en evenementen' maken. 'Het publiek vond het leuk: weer eens wat anders dan vitrines en stille dingen.' Het sloeg zó aan dat op de drukste informatiedagen drieduizend mensen door het Tropenmuseum dromden. Mede daarom is de volgende reizigersdag de laatste: wegens succes opgeheven.

'Na twaalf jaar heb je zo'n formule uitgemolken', vindt Fontaine. 'We gaan nu iets heel anders doen.' De activiteiten voor reizigers blijven, verzekert museummedewerker Fulco van 't Hag. 'Het is geen groep die we zomaar kunnen overslaan. Vijf tot 10 procent van de bezoekers aan de bibliotheek van het Tropeninstituut bestaat uit reizigers.'

In de jaren tachtig begon het museum met themadagen, lezingen en films over de beeldvorming over de Derde Wereld. Fontaine: 'Daar schortte nogal wat aan. Omdat we deels worden gefinancierd door Ontwikkelingssamenwerking, rekenden we het tot onze taak mensen voor te bereiden op andere culturen.'

Vanwege het groeiende toerisme richtte het museum zich al snel op de reismarkt. 'Die was in handen van grote bedrijven wier bestedingen terugvloeiden in eigen kas. Die rondreden met een luxe bus waar je niet eens uit hoefde: airco-toerisme. Wij hadden de mooie gedachte dat je op eigen initiatief moest reizen en je geld besteden op lokaal niveau.'

De informatie over zulke landen was echter rudimentair, zegt Van 't Hag. 'Over Indonesië bijvoorbeeld bestonden maar twee - Amerikaanse - reisboeken.' Reisbureaus vertelden vooral het vakantieverhaal. Het lumineuze idee kwam op om reizigers zelf te laten vertellen. In de loop der jaren werd een heel bestand van 'informanten' opgebouwd, via-via en door oproepen in advertenties.

Fontaine: 'Mensen zijn van verschillende achtergrond en leeftijd, omdat we een dwarsdoorsnee van het publiek wilden bereiken. Zodat bezoekers van vijftig, zestig, niet zouden denken: jaja, die jonge gast kan me nog meer vertellen. En we wilden hier ook niet gaan staan met twintig oude hippen die nog wel eens het oerwoud in gingen.'

Van 't Hag: 'Van veel mensen weten we nu: dat zijn leuke vertellers, of goeie fotografen, die wel een praatje in elkaar kunnen spijkeren. Een ander criterium: ze moeten recent in dat land zijn geweest. Er wordt altijd veel gevraagd over prijzen, openbaar vervoer, de politiek.'

De bezoekers zijn potentiële vakantiegangers die informatie uit de eerste hand willen, en mensen die na een verre reis de sfeer even komen terughalen. De meesten zijn rugzakkers, die hun tocht voor een deel maken met een avontuurlijke reisorganisatie en voor een deel op eigen houtje.

'Hoewel dat wat betreft Indonesië veranderd is', zegt Fulco van 't Hag. 'Dat is het Spanje van de jaren negentig. Zonder denigrerend te willen doen: tegenwoordig gaat daar een ander publiek naar toe. Jonge mensen met veel geld, die een duikvakantie nemen of bruin bakken op een eiland. Australië bijvoorbeeld heeft een heel eigen publiek, veel mensen die op familiebezoek gaan.'

Indonesië neemt sowieso een aparte plaats in. De jaarlijkse themadag over dat land (het ene jaar west-Indonesië, Maleisië en Brunei, het volgende oost-Indonesië en Irian Jaya) wordt steevast het best bezocht. De andere vier jaarlijkse informatiemarkten staan wisselend in het teken van één bepaald gebied en zijn gekoppeld aan een museum-expositie.

Zo'n dag is doorgaans gevuld met dia-lezingen, rondleidingen, optredens, een markt met stands van nationale reisbureaus, ideële clubs als Amnesty International en sinds enige tijd, uit financiële noodzaak, ook commerciële reisorganisaties. Maar het belangrijkste onderdeel zijn de elkaar toesprekende reizigers.

En toch gaat het museum daarmee stoppen. Van 't Hag: 'We konden het niet meer trekken, het was te druk en te rommelig.' Het normale bezoekersaantal op zondag, duizend, werd op reizigersdagen makkelijk het dubbele, en op Indonesië-dagen het drievoudige. Fontaine: 'Ze pasten er niet meer in, we moesten ze teleurstellen. Heel klassiek: vechtende mensen voor een zaaltje met dertig klapstoelen.'

Verplaatsing naar de rustiger zaterdag leidde juist tot te weinig bezoek. Ook speelde mee dat steeds meer mensen verzorgd op vakantie gaan, en dat de informatievoorziening sterk is verbeterd.

'Er zijn nu zó veel reisboeken', zegt Van 't Hag. 'En neem een medium als Internet. Iemand vroeg via het net of hij met de motor op Cuba terecht kon. Hij kreeg negen antwoorden. Waarvan vijf uit Cuba zelf, van mensen die schreven: leuk idee, kom maar langs. Daar kunnen wij niet tegenop. Aan de andere kant: het persoonlijke contact tussen de ervaren en de potentiële reiziger, daar kan geen computer tegenop.'

Fontaine: 'Die formule was een gat in de markt. Andere organisaties hebben het nu overgenomen. Je hebt Wandelaars informeren wandelaars, Fietsers informeren fietsers. . .'

Zoals op de najaarsbeurs van vereniging De Wereldfietser, vorige week in Amsterdam, waar de meeste interesse niet naar fietsbanden of -boeken uitging, maar naar de verhalen van ervaren trekkers. 'Voor fietsers bestaan eigenlijk geen goede reisgidsen', vinden de bestuursleden. 'De low budget-gidsen zijn aardig, maar beschrijven vooral steden. En de informatie veroudert snel.'

Contact leggen tussen fietsers is een doelstelling van de vereniging, dus dit is daarop een logisch vervolg, aldus het bestuur. 'De meeste mensen willen ontzettend graag vertellen. Eindelijk kunnen ze hun ei kwijt.' En de bezoekers vinden het belangrijk 'eigen' foto's en dia's te zien: 'Dat geeft een goed beeld.'

André Voesenek heeft net een twee jaar durende reis achter de rug. Met zijn vrouw Selma via Turkije, Iran, Pakistan, India, Maleisië, Java, Australië, Nieuw-Zeeland, de VS en Londen terug naar Gouda. Op tafel ligt hun reisverslag te koop; op een bord boven zijn hoofd staan de landen waarover hij vragen beantwoordt.

Die zijn overwegend praktisch van inslag. 'Hoe kom je aan kaartmateriaal, wat is de beste tijd om in een bepaald gebied te reizen? Ik heb zelf ook veel moeite gehad om daarachter te komen. Zo waren we nog net op het nippertje in Pakistan, in november.' Een week later zou de pas waar ze door moesten, langdurig hebben dichtgezeten.

En passant vertelt hij een tanige rugzakker hoe je in Istanbul een visum voor Iran verkrijgt. 'Heel makkelijk, binnen een dag klaar, en gratis. Maar: dat was wel in '92.' Zijn tijdelijke gast wil weten in welke periode het paar in Iran was. En of de grens met Turkije nu open is, of je veel permits nodig hebt in Pakistan, of je met dit weer nog kunt fietsen in Islamabad en waar je anders de buskaartjes moet kopen. 'Is dat nog steeds in diezelfde hoofdstraat?'

Geen informatiedag meer zonder vertellende reizigers in een of andere vorm. Commerciële reisorganisaties organiseren kennismakingsavonden waar de gids alvast verhaalt, de ANWB houdt themadagen met reisleiders en landenspecialisten.

Een niet-commerciële club is Reisbewijs, onderdeel van het Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking in Eindhoven. De oprichters ergerden zich aan 'toeristen die zich totaal niet aanpasten aan de plaatselijke cultuur, zeden en gewoonten, religie in niet-westerse landen'. Wat het Tropenmuseum voor de Randstad doet, kunnen wij voor het zuiden, was hun redenering. Reizigers Adviseren Reizigers is al zes jaar een vast onderdeel van hun informatiedag (dit jaar India, volgend jaar een deel van Indonesië).

De drie noordelijke provincies hebben sinds kort hun eigen reizigerscafé dank zij het cursuscentrum Verre Volken, dat 'iets extra's' zegt te willen toevoegen aan het algemene beeld over een land. Zo verhalen binnenkort een Zambiaanse en een Nederlandse vrouw over omgangsvormen in zuidelijk Afrika en vertellen twee reizigsters hoe het is om in je eentje door dat gebied te fietsen. Hoewel de informatie is gericht op reizigers, komen de vragen soms uit heel andere hoek. 'De vorige bijeenkomst ging onder meer over Sri Lanka. Toen kwamen er ook een echtpaar dat daar een kindje wilde adopteren.'

Reizigers Informeren Reizigers over oost-Indonesië en Irian Jaya; 4 november 11.30-17 uur; Tropenmuseum, Linnaeusstraat 2, Amsterdam, 020-568.82.15.

Reizigerscafé van Verre Volken over zuidelijk Afrika; 5 november 12-17 uur; Vinkhuys, Diamantlaan 94, Groningen; informatie 050-25.95.22 en 050-27.25.30.

Informatiedag van Reisbewijs met Reizigers Adviseren Reizigers over Sumatra, Java, Sulawesi en Bali; 11 februari, World Trade Center Eindhoven; informatie 040-244.30.63.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden