Succes Da Vinci Code verontrust elite

Niet de culturele elite, maar de massa heeft de 'moeilijke' De Da Vinci Code zelf ontdekt. Kan niet deugen, aldus Herman Franke....

In zijn column in de Volkskrant I(Cicero, 19 september) beschreef Herman Franke zijn leeservaring van de bestseller De Da Vinci Code van Dan Brown. Hij is 'meegezogen' in het boek dat een hedendaagse jacht naar de graal behelst en erdoor 'geboeid', maar zijn conclusie is negatief: 'Zelden heb ik een boek zo helemaal uitgehad als DDVC'.

Als thrillerrecensent van NRC Handelsblad (die zowel DDVC als zijn voorganger Het Bernini Mysterie vrij positief besprak) meen ik zowel Frankes leeservaring als zijn verwarde gevoelens te kunnen verklaren. Nauwkeurige lezing van zijn column volstaat.

Eerste alinea: Het succes van DDVC kwam zonder mediaoffensief tot stand. De advertenties waren bijna paginagroot.

Tweede alinea: DDVC is eerst door de massa en vervolgens door de culturele bovenlaag omarmd.

Kijk aan, de culturele verheffing is zelfs omgedraaid! Maar dat komt doordat het boek 'een schoolvoorbeeld [is] van een fusie tussen de moderne massacultuur en de klassieke hogere cultuur, tussen volksvermaak en Kunst.' Let op die K! De elite heeft het boek kennelijk pas laat herkend door al die elementen van moderne massacultuur die de elitaire kwaliteit aan het zicht onttrekken.

Derde alinea: Franke verraadt de clou van het boek (wat onfatsoenlijk is) en doet het geheel af als 'intrigerende en goed gedocumenteerde flauwekul.' Als gepromoveerd literatuurwetenschapper ken ik geen deugdelijke definitie van literatuur, maar deze komt in de buurt. Flauwekul is immers bijna een synoniem voor fictie; Kunst moet intrigeren, en wil ze kwalitatief hoogstaand zijn, dan moet het schrijven vooraf worden gegaan door goede research.

Vierde alinea: Franke verklapt dat hij gefascineerd werd door het boek, dat hij 'geboeider uit[las] dan menige roman uit de wereldliteratuur.' Volgens een gangbare en plausibele literatuurtheorie is geloofwaardigheid nodig voor spanning: zodra het ongeloofwaardig wordt, boeit het niet meer. Frankes leeservaring (geboeid) en zijn mening (ongeloofwaardig) staan dus met elkaar op gespannen voet. Wat is er overigens geloofwaardig aan de werken van Gogol, Jules Verne, Bilderdijk, aan vrijwel alle literatuur van voor 1800 inclusief sprookjes, legenden, gebedenboeken en de eerste 'encyclopedie? Behoren die niet tot de literatuur?

Vijfde alinea: 'Qua stijl, inzet of posche zeggingskracht heeft het [DDVC] niets met literatuur als kunstvorm te maken.' Jawel hoor: de stijl van het boek is die van een avonturenroman, en je mocht bovendien willen dat literaire prijswinnaars als Tijs Goldschmidt en Frits van Oostrom even trefzeker als Brown ingewikkelde materie uitlegden. Met de vage term inzet doelt Franke vermoedelijk op de 'bedoeling' van de schrijver, in de literatuurwetenschap bekend als de intentional fallacy. Posche zeggingskracht is ook een vaag begrip. Franke bedoelt dat er geen mooie, goed te onthouden zinnen in DDVC voorkomen. Dat klopt, maar dat het boek zo enorm boeit is ook een stilistische kwaliteit en die heeft hij wel ondergaan.

Zesde alinea: Het hele boek beklijft niet: heb je het uit, dan heb je het uit. Tja, hier verraadt zich de koppige romanticus. Voor mensen als Franke voor wie de hele theologie en kunstgeschiedenis blijkbaar gesneden koek zijn, is DDVC lezen niets anders dan een ritje in de achtbaan, draaierig uitstappen en zich dan beklagen er niets mee te zijn opgeschoten.

Zevende alinea: Franke hoopt de kern niet te hebben geraakt van een cultuur die zowel op de massa als op de bovenlagen mikt. Merkwaardig. Ik zou hopen de kern wel te hebben geraakt, maar ik kan hem geruststellen: Hij heeft van DDVC niets begrepen. Hij heeft het ondergaan, maar van de elitaire cultuurdominee die hij heeft ingeslikt, mag hij niet erkennen dat 'going through the motions' waardevol is.

In het voorbijgaan heeft hij overigens alle literatuur van voor en na de Romantiek waardeloos verklaard. Erger nog, hij heeft niet alleen getoond hoe weinig hij als romanticus begrijpt van andere cultuurperioden, maar ook dat hij buiten de realiteit staat. De personages die hij psychologisch irre vindt, bestaan echt. Marionetten die niet aan seks doen en de dood niet vrezen, omdat ze bevlogen zijn door een hoger ideaal. Dat is de realiteit van nu: middeleeuws barbaars, en daar past een queeste naar de graal uitstekend bij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden