Subtiele Spaanse horror in het weeshuis

El Orfanato begint met een kinderspelletje. ‘Eén, twee, drie’, telt een klein meisje af, en bij elke tel sluipen de andere kinderen achter haar dichterbij....

Het aftellende meisje, Laura, wordt kort na het spelletje geadopteerd. Na de proloog schiet El Orfanato (het weeshuis) dertig jaar vooruit in de tijd. Laura (Belén Rueda), nu eind dertig, in goede doen en getrouwd met een dokter, keert terug bij het huis uit haar jeugd. Ze heeft het leegstaande pand gekocht om er, samen met haar echtgenoot Carlos (Fernando Cayo) en hun geadopteerde negen jaar oude zoontje Simón (Roger Príncep), weer een weeshuis van te maken. Simón is hiv-positief, maar zijn ouders houden de ziekte voor hem verborgen. Het jongetje heeft een rijke fantasie en refereert vaak aan zijn imaginaire vriendjes. In het nieuwe huis wordt die gefantaseerde vriendenkring al snel uitgebreid met een nieuw jongetje. Naarmate dat vriendje zich meer opdringt, begint moeder Laura te twijfelen of een en ander wel zo imaginair is.

Spaanse horror is inmiddels een volwaardig en internationaal gewaardeerd subgenre, met gelaagd opgebouwde films waarin subtiel geacteerde emoties minstens zo belangrijk zijn als schrikeffecten. El Orfanato, de debuutfilm van regisseur Juan Antonio Bayona, wordt verteld vanuit het gezichtspunt van Laura – wat al vlot vragen oproept over de betrouwbaarheid van haar blik. Die truc is zeker niet nieuw, maar wordt wel vaardig uitgesponnen. BB

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden