Subsidierover met spijt

De kunstwereld schudde op zijn grondvesten toen in 2009 bleek dat bijna 16 miljoen euro was verduisterd uit het beeldendekunstfonds BKVB. De dader, Clemens K.(43), vluchtte naar Thailand, werd bij verstek veroordeeld, was onvindbaar en zweeg. Voor het eerst vertelt hij zijn verhaal.

Waarom wilt u dit deel van het verhaal vertellen?

Ik bereid me voor op mijn verdediging en verantwoording bij de Nederlandse rechter. Ik zal tijdens het hoger beroep het achterste van mijn tong laten zien. Ik ben bereid mijn straf te ondergaan, maar ik ben niet de dief van 16 miljoen. Ik heb zo lang gewacht met het afleggen van verantwoording vanwege de veiligheid en studie van mijn zoons. Ik kan melden dat we nu min of meer veilig en gezond zijn. Dat we een nachtmerrie hebben meegemaakt, maar dat ik terug zal komen. Door hard te werken hoop ik in Nederland een normale toekomst op te bouwen voor de jongens.


Wat is u allemaal overkomen?

Waanzinnig veel. Helaas kan ik daar nu nog niet alles over vertellen. Dat komt doordat de politie het onderzoek naar mijn zaak heeft heropend. Mijn advocaten vinden het niet verstandig als ik nu al alles open gooi. Wellicht volgen er nog aanhoudingen.


Ik wil me beperken tot het schetsen van mijn functioneren in de kunstwereld. Niemand kent mijn verhaal over het Fonds BKVB. Ik wil dat vertellen, zodat duidelijk wordt hoe er bij dit grote kunstfonds met gemeenschapsgeld werd omgegaan. Ik doe dit niet om mezelf vrij te pleiten, maar om de cultuur en omstandigheden te schetsen waarin ik heb gefraudeerd. Insiders weten het meeste wat ik ga vertellen, maar het is in de doofpot gestopt.


Het is u extra zwaar aangerekend dat u een kwetsbare sector als de kunsten hebt gedupeerd.

Wat ik heb gedaan is verkeerd, laat daar geen misverstand over bestaan. Ook betreur ik dat door mijn toedoen de publieke opinie over kunstsubsidies negatief is beïnvloed. Ik wil echter één ding rechtzetten. Volgens de vorige directeur bij het Fonds BKVB, Lex ter Braak, heb ik de kunstenaars bewust gedupeerd. Dat is slechts de helft van het verhaal. Ik schat dat nog 3 miljoen euro weg is - natuurlijk een enorm bedrag - maar toch hebben schilders en beeldhouwers geen last gehad van de fraude. Ik ben niet de enige die dit zegt. Recent oordeelde een visitatiecommissie dat mijn fraude het Fonds BKVB geen nadeel heeft opgeleverd. Mensen als Lex ter Braak en Barbara Visser, die over de zaak een documentaire maakte, hebben dit opzij geschoven en al hun pijlen op mij gericht.


Waar is de fraude begonnen?

Bij SKOR, de Stichting Kunst in Openbare Ruimte, waar ik indertijd als freelancer één of twee keer per week langs ging om de administratie bij te houden en te controleren. Het was erg vrij bij SKOR, informeel, lief en iedereen ging voor de kunsten. Financiële regels en voorschriften werden als nodeloos bureaucratisch ervaren.


Er liepen bij SKOR veel te veel projecten - vooral oude waarvan niemand precies wist wat de voortgang was. Ook was het rommelig en kwamen overgeboekte subsidies niet bij de juiste persoon of instelling terecht.


Het begon ermee dat ik, als ik krap bij kas zat, weleens kleine geldbedragen 'leende' van SKOR en die later weer terugstortte. Dat viel helemaal niet op. Later ging ik echt frauderen, door geld weg te boeken naar rekeningen waar ik bij kon. Dat was eenvoudig. Alles in het financiële systeem van SKOR werd handmatig ingevoerd. Ook de betaalstromen werden aan mij overgelaten. Ik had geen officieel mandaat van het bestuur, dat lag bij de directeur, maar ik kreeg wel de bevoegdheid over de bankpasjes en de wachtwoorden.


De betaallijsten die ik opstelde werden pas achteraf - nadat alles betaald was - gefiatteerd door de directeur, om te voldoen aan de vereisten van de accountants. Ik kon, kortom, financieel gezien doen en laten wat ik wilde.


Maar dat was toch geen reden om te frauderen?

Natuurlijk niet, maar ik maakte het van kwaad tot erger. Zo ben ik later bij het Fonds BKVB ook gaan frauderen. Ik had toen door nare privé-omstandigheden grotere bedragen nodig en die stonden bij het Fonds op de rekening.


De subsidieadministratie bij het Fonds was waterdicht, daar heb ik nota bene zelf hard aan gewerkt. Er ontstond pas ruimte toen Lex ter Braak, de directeur bij het Fonds, regelingen buiten dit systeem om ging invoeren. Zonder de vrijheid die daaruit voortvloeide, had ik nooit mijn frauduleuze handelingen kunnen verrichten.


Om de slagkracht te vergroten werden de grenzen van wat Lex en ik mochten overboeken, zonder handtekening van het bestuur, verhoogd. In Lex' geval naar 100 duizend euro; bij mij naar 50 duizend. De reden voor deze aanpassing was dat we flexibel wilden blijven. Net als bij de SKOR wilde het Fonds niet een slaaf zijn van de financiële regeltjes. Het bestuur op afstand had het bovendien te druk om alles te tekenen.


Ik wil benadrukken dat het nooit mijn eigen idee is geweest om de miljoenen weg te boeken. Dat had een vervelende aanleiding. Simpel gezegd ben ik de verkeerde mensen tegengekomen die mij ernstig hebben bedreigd. Ik heb bijna alle frauduleuze boekingen onder zware druk verricht. Ik was zo bang dat ik daarnaast bezig ben geweest om voor mezelf een potje te creëren waarmee ik mijn onvermijdelijke vlucht kon financieren.


Ik heb hierover een uitgebreide verklaring bij mijn advocaten afgelegd en ik zal daar ook aan het gerechtshof uitleg over geven.


Hoe kwam het fonds zo rijk?

De grote reserves bij het Fonds zijn vooral ontstaan vanaf het jaar 2000, toen Lex ter Braak directeur werd. In die tijd kwam ik daar ook in dienst. Zijn voorganger Geert Dales benadrukte dat het basisdoel van het Fonds BKVB overeind moest blijven: het voorzien in de inkomensbehoefte van kunstenaars door middel van stipendia. De belangrijkste regeling daarbinnen was de basissubsidie.


Die bleven ook bestaan, maar Ter Braak had vanaf het begin meer oog voor andere subsidieregelingen; regelingen waarmee hij zelf naam kon maken. Dat was een kentering, want binnen het Fonds bepalen commissies welke kunstenaars subsidie krijgen en welke niet. Er ontstonden projecten waarbij Ter Braak persoonlijk betrokken was bij het toekenen van subsidies. Hierdoor namen zijn macht en invloed in de beeldende- kunstwereld sterk toe.


Later bleef het Fonds met een overschot zitten aan financiële middelen, omdat er te weinig gekwalificeerde kunstenaars basissubsidies aanvroegen. Hierdoor was er geld over, wat we oplosten door buiten de commissies om allerlei nieuwe projecten te starten.


Het geld moest boekhoudkundig worden verantwoord, zodat de accountants ermee akkoord zouden gaan en het geld niet moest worden teruggestort naar het ministerie. Ik kreeg opdracht om dit te regelen. Zo moest ik de goedkeuringen van deze projecten laten tekenen door een bestuurslid, bij voorkeur de penningmeester.


Dit gebeurde tussendoor en tegelijk met veel andere stukken, zodat er niet de nadruk op gelegd werd. Hierdoor kreeg de penningmeester het idee dat het een normale werkwijze was. Er werden wel vragen gesteld over bepaalde projecten door de accountants, maar uiteindelijk werd het formeel afgedekt: het bestuur en ministerie keurden uiteindelijk alles goed.


Maar dan was alles formeel toch in orde?

Nogmaals: formeel gezien liep alles op rolletjes bij het fonds. Alles is uiteindelijk altijd goedgekeurd en geregeld. Ik wil alleen de cultuur schetsen, omdat mensen dan hopelijk begrijpen hoe dit heeft kunnen gebeuren. Er werd daar hard gewerkt, door goede en integere mensen.


Wij waren iets goeds aan het doen voor de kunsten, zo voelde het. Natuurlijk liepen de reserves sterk op, maar niemand vond dat een punt. Anders had het geld terug gemoeten naar de schatkist, terwijl het voor beeldend kunstenaars bedoeld was.


Ik had hierover regelmatig overleg met de leiding. Ze vroegen mij om advies over hoe zij plannetjes konden verantwoorden zonder dat de accountant, het bestuur en het ministerie OC&W er vragen over zouden stellen.


Er zijn simpele methoden om dat te organiseren. Er moesten mooie brieven over de projecten liggen en er moesten verplichtingen worden aangegaan. Begrijp me niet verkeerd: het ging vaak om mooie projecten, maar de vraag was of deze door het Fonds ondersteund moesten worden en of de directeur dit op eigen houtje moest regelen.


De adjunct-directeur, die er nu nog steeds zit, was verantwoordelijk voor de interne organisatie. Zij had aan de bel moeten trekken dat alles buiten haar om gebeurde en nooit mogen accepteren dat ik subsidies overmaakte buiten het systeem om. Maar zij heeft het laten zitten, net als de accountants.


Er ontstond willekeur. Het is zelfs voorgekomen dat ik subsidiegelden heb overmaakt waarvan niet eens een toekenningsbrief aanwezig was. Betaal nu maar, zei Lex dan. Ik was de enige met wie hij dit openlijk besprak, vooral omdat ik de toegekende subsidies in de jaarrekening moest verantwoorden.


We hebben begrepen dat er in 2008 problemen waren met de pensioenen. Wat was daarvan de voorgeschiedenis?

Ik ben jarenlang bezig ben geweest om, samen met het pensioenfonds, het pensioengat van Lex ter Braak te dichten. Dat was ingewikkeld, omdat Ter Braak aanvankelijk als kunstenaar en parttime als leraar werkte. Pas op latere leeftijd heeft hij carrière gemaakt.


Ter Braak gaf aan dat hij bij zijn aantreden afspraken had gemaakt met het bestuur, maar daar waren in eerste instantie geen contracten van. Het pensioenfonds vroeg zich af of het bestuur wel op de hoogte was van de bedragen waar het om ging.


Het gat was te groot om in één keer te dichten. Bij zijn aantreden hebben we zo veel mogelijk geld beschikbaar gesteld, minimaal 25.000 euro per jaar. Dat bleek niet voldoende te zijn, waarna Ter Braak geïrriteerd raakte en mij en de pensioenuitvoerders erop aansprak om het gat toch gedicht te krijgen.


We moesten daarbij creatief te werk gaan omdat er wettelijke regels zijn aan de maximale pensioenstortingen. Als je daar boven uitkomt, wordt het gezien als salaris en moet er belasting over worden betaald. Dat is deels het geval geweest. Maar ik vond in overleg met Ter Braak ook onbelaste manieren om zijn pensioenpot vol te krijgen - vooral door secundaire arbeidsvoorwaarden maximaal uit te melken en dat geld naar het pensioenfonds te sluizen. Denk daarbij aan de combinatie van een verhuisvergoeding, een hoge autovergoeding, de maximale kilometervergoeding en een ov-kaart.


Pas in 2008 is het pensioendossier van Lex uiteindelijk met veel kunst- en vliegwerk formeel in orde gemaakt.


Wie wist hiervan bij het fonds?

Lex en ik. Ik had de opdracht om dit soort dingen niet zichtbaar te maken. Ik moest de bankafschriften van de salarisbetalingen, onkostenvergoedingen en pensioenbetalingen van Ter Braak persoonlijk bewaren, zonder dat iemand er bij kon. Ik bewaarde die in een aparte map in een kastje in mijn kantoor achter slot en grendel. Waar die nu is, weet ik niet.


Wist het ministerie hiervan?

Nee. In de jaarrekening is de pensioenkwestie nauwelijks terug te vinden. Ook rommelde ik met de balkenendenorm. Het ministerie wilde dat we jaarlijks de directiesalarissen, uitgesplitst naar salaris- en pensioenkosten, via een digitaal systeem bij hen bekendmaakten. Dit zou in het geval van Ter Braak disproportioneel hoog uitvallen. Ik heb in zijn opdracht daarom te lage cijfers gerapporteerd aan het ministerie.


Vond u op dat moment dat u grenzen aan het overschrijden was?

Natuurlijk, maar het was zo gegroeid en maakte het leven makkelijker. Ik ben altijd loyaal geweest aan mijn werkgevers. In ruil daarvoor werd ik op handen gedragen. Ik kreeg een goed salaris en mocht dineren met bestuursvoorzitters van banken en voormalig minister Guusje ter Horst. Ik ging me belangrijk voelen. Bovendien dacht ik er als gevolg van mijn privé-omstandigheden - ik had een lange moeizame scheiding en zorgde alleen voor mijn twee kinderen - niet al te veel bij na.


Hebt u spijt?

Ik heb fouten gemaakt, waardoor het uit de hand is gelopen. Ik voel enorm veel spijt dat door mij deze fondsen in de problemen zijn gekomen. Ik wil ook mijn oprechte excuses maken aan mijn collega's die ik in vertwijfeling heb achtergelaten. Maar ik kon niet anders dan weggaan zonder iemand op de hoogte te brengen. Voor mijn eigen veiligheid en voor die van mijn kinderen.


Het spijt mij ook voor mijn vrienden en familie, die ik in grote problemen heb gebracht. Ik ben nooit voornemens geweest om mezelf te verrijken. Ik ben in een trein terechtgekomen die ik niet kon stoppen.


Het overgrote deel van het geld is nooit in mijn bezit gekomen. Ik heb hier in Thailand bescheiden geleefd en de laatste tijd zelfs in armoede. Ik werkte met de Thai op een viskwekerij. Het leven op de vlucht is zwaar. Mijn moeder is overleden. Ik heb er veel verdriet van dat ik geen contact met haar had in haar laatste levensfase. Het doet me nog steeds pijn dat ik nooit echt afscheid heb kunnen nemen.


Achtergrond megafraude BKVB

Hij is waarschijnlijk de meest gezochte megafraudeur van Nederland, de Amsterdamse kunstboekhouder Clemens K. In maart 2009 sloeg hij op de vlucht, toen zijn miljoenenfraude bij het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst (BKVB) aan het licht kwam. Na allerlei omzwervingen eindigde hij samen met zijn twee zoons in Thailand. Hij prijkt prominent op de internationale opsporingslijsten, maar wist daar tot nu toe uit ieders zicht te blijven - pogingen hem op te sporen, stuitten op gebrek aan medewerking van de Thaise autoriteiten.


In 2010 werd hij, bij verstek, veroordeeld tot vijf jaar cel. Van de bijna 16 miljoen euro die de nu 43-jarige Amsterdammer verduisterde bij het BKVB - toen het grootste beeldende-kunstfonds van Nederland - is nog 3,5 miljoen euro zoek.


De stichting Kunst in Openbare Ruimte (SKOR), zijn vorige werkgever, bestal hij eveneens voor tonnen. Met dat geld onderhield hij twee opeenvolgende - en nadien ook gevluchte - Thaise vriendinnen in Amsterdam, Phim en Mimi. Bij de een verwekte K. een zoontje dat hij al jaren niet meer heeft gezien.


Tot begin 2013 was K. onvindbaar. Gezocht werd er volop, onder anderen door Barbara Visser, die in 2012 voor de VPRO een prijswinnende documentaire over hem maakte, C.K.. Wat zat er achter die zachtmoedige Amsterdammer, wilde zij weten. En hoe was hij tot deze daad gekomen? Maar ook zij wist hem niet te vinden.


Inmiddels heeft de Volkskrant wel contact weten te leggen met K. in Thailand. De voormalige boekhouder schrijft dat zijn leven daar in het teken heeft gestaan van de toekomst van zijn twee Nederlandse zoons van 17 en 20 jaar oud.


K. wil terug naar Nederland, zo voegt hij toe, waar zijn zoons verder hun vervolgopleiding kunnen doen en hij terecht zal staan. K. heeft tegenover zijn advocaten aangekondigd dat hij het hoe en waarom van de fraude volledig uit de doeken zal doen in de Nederlandse rechtbank. Ook gaat hij aan de rechter vertellen hoe hem bij de kunstfondsen geen strobreed in de weg werd gelegd.


Daarop vooruitlopend heeft K. tegenover zijn twee advocaten, Khalid Kasem en Geertjan van Oosten, in een Thaise hotelkamer een zeven uur durende verklaring afgelegd. Die is op dvd vastgelegd door een ingehuurde cameraman en aan justitie overhandigd. K. noemt op de dvd 'nieuwe namen en rugnummers' van betrokkenen. Op grond daarvan is het politieonderzoek heropend en is niet uit te sluiten dat er de komende maanden nieuwe verdachten worden aangehouden.


De zaak rond Clemens K. kwam aan het licht in het Oostenrijkse dorpje Waidring in Tirol. Daar keken medewerkers van een lokale bank vreemd op toen op 27 februari 2009 120 keer 50.000 euro, in totaal 6 miljoen euro, werd overgeboekt vanuit Amsterdam naar een rekening op de dorpsbank.


Nog vreemder werd het toen kort daarop 'verdachte types' vierenhalve ton contant wilden opnemen van deze rekening.


De Oostenrijkers sloegen alarm en de Amsterdamse politie werd gebeld. De inderhaast geïnformeerde Lex ter Braak, de directeur van het Fonds BKVB, wist niet wat hij hoorde. Fraude? Miljoenen? Wat was dit? En waar was Clemens, zijn rustige boekhouder die altijd het overzicht had?


Ter Braak kreeg Clemens telefonisch te pakken. Die zei hem dat hij ziek thuis zat, dat er niks aan de hand was en dat hij het uit zou zoeken. In werkelijkheid was hij toen al samen met zijn twee zoons op de vlucht, waarschijnlijk nog in Europa. Op de vlucht voor de politie, maar ook voor zware criminelen die hem bedreigden.


In totaal boekte Clemens bijna 16 miljoen euro weg, het leeuwendeel in porties van 50.000 euro.


Groot was de verbijstering van de collega's van Clemens, zeker toen duidelijk werd aan welke duistere wereld de boekhouder zich had verbonden. De altijd weloverwogen pratende K. bleek in een web van zware criminelen te zitten, met vertakkingen naar Thailand, Oostenrijk en Oost-Europa.


Het was allemaal begonnen bij de Amsterdamse sportschool waar K. op advies van een haptonoom ging trainen om zijn gecompliceerde echtscheiding te verwerken. Een van zijn sportschoolvrienden, die door Clemens werd gezien als vertrouweling, vroeg of hij geld kon lenen. Clemens wilde helpen en stemde in.


Het geld, dat hij op zijn beurt had 'geleend' van zijn werkgever, kwam nooit retour. Vanaf dat moment wisten ongure types Clemens te vinden.


Het geld van het Fonds BKVB ging de hele wereld over, zo blijkt uit de uitspraak van de rechter in 2010. Er was om te beginnen een financiële lijn met Zuid-Limburg. Een juridisch advieskantoor zou daar geld onder kunstenaars verdelen en daar ging een miljoen heen. Een ton stroomde via een tussenpersoon naar de financieel beheerder van een motorbende, er was een geldstroom naar België, fondsen verdwenen via Almere naar Oostenrijk, en de handtekeningen van Lex ter Braak en ex-minister Guusje ter Horst bleken vervalst om boekingen te onderbouwen.


Er werden miljoenen overgeboekt naar Estland, Letland en Thailand.


Bedreiging en intimidatie hadden hem deels tot de megafraude aangezet, zo zeggen zijn advocaten, en die bedreigingen en intimidaties hielden aan. Hij was doodsbang dat hem hetzelfde zou overkomen als de man die zich in Limburg had uitgegeven als vertegenwoordiger van het Fonds, de 41-jarige Ronald Noteboren uit Schinnen. Die werd in februari 2009 in stukken gesneden gevonden langs een Belgische snelweg.


Uiteindelijk werden meerdere verdachten aangehouden nadat K. was gevlucht richting zonniger oorden. Het onderzoek naar deze verdachten loopt nog steeds, in de moordzaak is nog niemand veroordeeld.


De vraag die telkens onbeantwoord bleef: hoe heeft deze megafraude gepleegd kunnen worden bij gerenommeerde cultuurfondsen? Hoe kon een medewerker tweederde van het jaarbudget van BKVB wegsluizen zonder dat iemand dat ooit merkte?


Directeur Lex ter Braak heeft nooit volledig opening van zaken gegeven over hoe deze fraude in zijn Fonds gepleegd heeft kunnen worden en waarom hij dit niet had kunnen voorkomen. Hij is door de advocaten van K. als getuige opgeroepen, in het hoger beroep. Hij wil zelf graag opdraven om zijn versie van het verhaal te vertellen. In de documentaire van Barbara Visser zegt Ter Braak dat Clemens één keer iets liet doorschemeren over zijn financiële situatie, toen hij vroeg wat Ter Braak vond van Rolex-horloges. Clemens ontkent overigens ten stelligste ooit zoiets te hebben gevraagd.


Extra: Reactie Lex ter Braak, oud-directeur van het fonds BKVB

'De heer K. vindt kennelijk met terugwerkende kracht dat er van alles is aan te merken op het Fonds BKVB waar hij bijna tien jaar heeft gewerkt en waar hij als Hoofd Financiën in 2009 bijna 16 miljoen euro heeft verduisterd.


'Ik zie dat K. in de veronderstelling verkeert dat ik, toen ik directeur was van het Fonds BKVB, in staat was het bestuur, het ministerie van OCW én de accountants om de tuin te leiden. Welnu, die capaciteiten heb ik niet en ik heb ze ook niet nodig. Maar ik hoefde dan ook niet, anders dan K., ervoor te zorgen dat ik stiekem miljoenen kon wegsluizen.


'Ik heb overwogen om geen gebruik te maken van dit weerwoord, omdat mij onduidelijk is waaraan juist K. het recht ontleent zich deze J'accuse-status toe te kennen.


'Toch wil ik een paar punten rechtzetten, omdat misverstanden snel geboren zijn.


'Zo doet K. het voorkomen alsof hij 'slechts' 3,8 miljoen verduisterd heeft in plaats van 16 miljoen. Zijn argument is dat er inmiddels 12 miljoen is getraceerd en veiliggesteld. Het is een beetje alsof kunstrovers schilderijen niet zouden hebben gestolen als ze later worden teruggevonden.


'Daarnaast zijn alle subsidietoekenningen gedaan door het bestuur (niet door de directie), zijn ze gebaseerd op door het ministerie van OCW goedgekeurde regelingen en worden ze gecontroleerd door accountants.


'Bovendien waren de reserves van het Fonds BKVB geen 'overtollige liquiditeiten', om het jargon van K. aan te houden, maar reserveringen voor aanvragen van kunstenaars. Die kregen hun toekenning (vrijwel) nooit in één keer uitbetaald, maar in termijnen. Het Fonds had dus gedeeltelijk de rol van een bank. Eind 2008 stond er extra veel geld op de bank omdat dit het laatste jaar was van de kunstenplanperiode 2004-2008 en kunstenaars hun aanvragen later indienden. Wij voorzagen dit en hebben daarom extra geld gereserveerd en vanaf 2009 ook uitgekeerd. K. vond kennelijk dat bestemmingsreserves vooral voor hemzelf bestemd waren.


'Wat K. over mijn houding tegenover de basissubsidies zegt, is onjuist. Voordat ik directeur was, kon een kunstenaar maar twee keer in zijn leven een basissubsidie krijgen. Ik heb mij ervoor ingezet dat een toekenning eens in de vier jaar mogelijk werd (beleidsplan 2001-2004).


'Mijn pensioen is inderdaad een keer 'gerepareerd', omdat het niet goed was geregeld. Dit gold ook voor de pensioenen van andere medewerkers. Het toenmalige bestuur is in 2008 hierop opmerkzaam gemaakt en heeft, nadat het had nagegaan of alles klopte, besloten tot deze reparatie.'


Extra: Verantwoording

Vier jaar na zijn vlucht naar Thailand verbreekt de bij verstek veroordeelde Clemens K., die 16 miljoen euro van het Fonds Beeldende Kunst Vormgeving en Bouwkunst verduisterde, tegenover de Volkskrant de stilte. Hij schrijft vanuit een internetcafé in Thailand, waar hij met zijn zoons leeft en zich voorbereidt op zijn terugkeer naar Nederland. In onderstaand interview is sprake van afpersing. Details daarover mag hij van zijn advocaten niet geven. Wel wil hij praten over hoe hij de bedrijfsvoering bij zijn werkgever, het fonds BKVB, heeft ervaren.


Uit jaarverslagen en correspondentie blijkt dat er zich tot het moment van de fraude geld ophoopte op de bankrekening van het fonds BKVB. Ook kwamen er in 2008 problemen rond de pensioenen van het personeel aan het licht. Dat zijn de feiten, die door het fonds en Clemens verschillend worden uitgelegd. In dit interview, dat is samengesteld uit een omvangrijke mailwisseling met K. en vanwege het bijzonder karakter alleen plaats kon hebben zonder veel interventie, geeft de boekhouder zijn versie van de gang van zaken. Op de volgende pagina reageert de voormalige directeur van het fonds BKVB.


Extra: Mondriaan

In 2012 werd het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst (BKVB) samengevoegd met de Mondriaan Stichting. De nieuwe organisatie heet Mondriaan Fonds. Oud-hoofdredacteur van NRC Handelsblad Birgit Donker is directeur van het fonds. Dit jaar heeft het fonds 25,6 miljoen euro te besteden. Afgelopen jaar was dat nog 40 miljoen euro, maar ook het Mondriaan Fonds heeft last van de bezuinigingen.


Extra: Thrillersprookje

Met het plan voor de documentaire C.K. over de fraude bij het Fonds BKVB won Barbara Visser in 2010 de IDFA-Mediafondsprijs. Het zou de eerste documentaire worden die Visser maakte. Volgens de jury was het winnende filmplan 'een film die een thriller zou kunnen zijn, of een sprookje, over een man die de hele wereld voor de gek houdt en misschien uiteindelijk ook zichzelf door met miljoenen die niet van hem zijn een eigen leven te gaan leiden, en ook ons dan in verwarring achterlaat.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden