'Subsidie maakt geen grote kunstenaars'

Is het aantal topkunstenaars gedaald, ondanks stijgende subsidies? De kunstwereld reageert.

Is het aantal Nederlandse topkunstenaars de afgelopen jaren afgenomen?

Gitta Luiten: 'Nee. Er zijn nog veel Nederlandse kunstenaars die het internationaal goed doen. Neem Marlene Dumas, Joep van Lieshout, Aernout Mik, Robert Zandvliet en zo kan ik nog wel even doorgaan. In nieuwe disciplines als fotografie, nieuwe media, design en architectuur hebben Nederlanders een grote reputatie in het buitenland.'


Pim van Klink: 'Ja, dat tonen de twee economen Ernst Bos en Aris Gaaff overtuigend aan. Op basis van veel onderzoeksmateriaal, waaronder verkoopcijfers, slagen ze erin het mythische fenomeen topkunst objectief te meten.'


Els van Odijk: 'Nee, beslist niet. De economen geven geen definitie van een topkunstenaar. Is dat iemand die veel werkt verkoopt? Een kunstenaar met een grote reputatie die door de aard van zijn werk niet veel verkoopt, maar wel getoond wordt in belangrijke musea, zoals videokunstenaar Aernout Mik? Wat mij betreft gaat het om beide groepen en wie deze in ogenschouw neemt kan concluderen dat het aantal topkunstenaars zeker niet is afgenomen.'


Waarom zou het minder gaan met de Nederlandse topkunst?

Gitta Luiten: 'Nederlandse topkunstenaars zijn mogelijk minder zichtbaar dan voorheen omdat de internationale concurrentie groter is geworden. Kunstenaars uit China en India, maar ook uit Arabische, Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse landen spelen nu een grotere rol op het wereldtoneel. Kunst is mondialer dan ooit. Logisch dat een relatief klein land als Nederland minder vaak voorkomt in de top-100 van succesvolste kunstenaars. Maar dat betekent niet dat er minder goede Nederlandse kunstenaars zijn.'


Pim van Klink: 'Het is een door de twee economen aangetoond feit. Ik vind hun onderzoek daarom belangwekkend. De internationale concurrentie in de kunstwereld is toegenomen, maar dat wil niet zeggen dat je dan automatisch een kleinere rol gaat spelen. Kijk naar de voetbalwereld; daar gebeurt hetzelfde maar het kleine Nederland heeft nog steeds een leidende positie.'


Els van Odijk: 'Het gaat niet minder goed. Als ik kijk naar onze statistieken, zie ik dat op internationale kunstbeurzen als in Londen, Bazel en Milaan, waar alle grote verzamelaars komen, de belangstelling voor jonge Nederlandse talenten toeneemt.'


Speelt subsidie een rol bij het creëren van toptalent?

Gitta Luiten: Het aantal grote kunstenaars vergroot je niet met subsidies. Maar het is wel zo dat met behulp van subsidies als startstipendia toptalent wordt geholpen zich verder te ontwikkelen. Ik durf de stelling aan dat kunstenaars als Dumas en Van Lieshout niet zover waren gekomen zonder subsidie.'


Pim van Klink: 'Je kunt niet concluderen dat subsidie kunstenaars lui maakt, dat is mijn kritiek op de conclusie van de twee onderzoekers. Het is denkbaar dat sommige grote kunstenaars niet zover waren gekomen zonder subsidie. Wel is duidelijk dat subsidie niet automatisch leidt tot meer topkunstenaars.'


Els van Odijk: 'Ja. Het is ongelooflijk belangrijk toptalent een kans te geven zich door te ontwikkelen in hun specialisme. Om hen met financiële steun een periode te gunnen waarin ze niet alleen hoeven te werken om hun brood te verdienen. Als we dit niet doen, vertrekken ze naar het buitenland en dat is niet goed voor de sterke internationale positie die we nu nog hebben.'


Gitta Luiten was tot voor kort directeur van de Mondriaan Stichting, fonds voor beeldende kunst


Pim van Klink is kunsteconoom


Els van Odijk is directeur van de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden