Stuur Hans Dorrestijn met zijn verrekijker naar de Amazone

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant

Vorige week werd mijn oog getroffen door een typisch Telegraaf-bericht: 'Ree stoot neus aan ecoduct'. Wat bleek? Nabij Soesterberg is voor reeën, herten en wat dies meer zij een ecoduct gebouwd, opdat deze dieren veilig de N237 kunnen oversteken. De kosten bedroegen 20 miljoen euro.

Helaas werd de overgang ook snel ontdekt door voetgangers en fietsers, met als gevolg dat de dieren wegbleven en een omweg maakten, waardoor het aantal auto's met een hert op de motorkap juist toenam.

Om dit nieuwe probleem te tackelen, plaatste de gemeente bij het ecoduct - dat is een duurzaam viaduct - hekken om voetgangers en fietsers tegen te houden. Goed bedacht, met dien verstande dat de doorgang niet alleen voor voetgangers en fietsers werd versperd, maar ook voor het wild.

Reeën en herten stootten bij het passeren opeens hun neus. Slechts het kleinere gewemel des velds wist zich nog een weg te banen, zodat De Telegraaf wel moest constateren dat hier sprake is van 'een peperduur project voor muizen en mieren'.

Eigenlijk ligt het allemaal nog ingewikkelder dan dat ik het hier vertel. Behalve de gemeente Soesterberg, de Provinciale Staten van Utrecht en de Partij voor de Dieren is ook nog het militaire oefenterrein Vlasakkers erbij betrokken, alsmede de politie van Soest en natuuradviseur Mirjam Maasdam-Hoevers.

Enfin. Hoe betreurenswaardig het voorafgaande ook is, de werdegang van het ecoduct vertelt mij veel over de relatie van Nederlanders tot de natuur.

Zelf ben ik opgegroeid met het gedicht van J.C. Bloem, dat begint met: 'Natuur is voor tevredenen of legen', terwijl even verderop wordt gezegd: 'Geef mij de grauwe, stedelijke wegen/ De in kaden vastgeklonken waterkant.'

Het gedicht De Dapperstraat is een terechte klassieker in de Nederlandse poëzie. De gedachte wordt erin verwoord dat je veel gelukkiger bent wanneer je verregend door de stad loopt dan door die zogenaamde 'vrije' natuur.

Sinds Bloem zijn de opvattingen over de natuur sterk veranderd. Weliswaar is stad populairder dan ooit, maar ondertussen wordt er ook van alles aan gedaan om natuur te behouden. Bij de aanblik van een ruisend beekje of een dassenburcht zijn wij nog altijd even sentimenteel als in de 18de eeuw, zij het dat daar de behoefte bij is gekomen om de natuur geheel naar onze inzichten te regelen.

Deze week bracht het Journaal nieuws over een steppekiekendief, die helemaal uit Siberië was overgevlogen om hier te nestelen. Wij zagen beelden van een nest met vier jongen. Er was nog een vijfde ei geweest, maar wat daarmee is gebeurd, werd niet duidelijk. Opgevreten of door biologen meegenomen voor onderzoek?

Ik las later dat er een kooi om het nest was geplaatst om de jongen tegen vossen te beschermen, maar daar waren geen beelden van. Wreedheid in de natuur houden wij het liefst zo veel mogelijk buiten beeld.

Inmiddels heb ik het gevoel dat elke wolf of zeearend die bij Lobith ons land binnenloopt of vliegt direct door het oog van de camera wordt gevangen en dat doen en laten voor de rest van het verblijf minutieus wordt vastgelegd.

Mocht ooit de zalm werkelijk terugkeren in onze rivieren dan voorspel ik dat hij bij Wijk bij Duurstede niet alleen zal worden opgewacht door een leger van visspotters, maar ook door het plaatselijke blaasorkest.

Het is heerlijk om vanuit je luie stoel - met een pilsje en een zak chips binnen handbereik - per televisie de natuur te volgen, vooral als het buiten regent.

Onze nieuwe kijk op de natuur komt nog het meest tot uitdrukking in De baardmannetjes. Dit oer-Hollandse programma, tevens mijn lievelingsprogramma, vertegenwoordigt in werkelijkheid alles wat ons Nederlanders met de natuur verbindt.

In een Volkswagenbusje dat nog op stoom rijdt of op een e-bike - anders moet je zelf trappen - verplaatsen de presentatoren Nico de Haan en Hans Dorrestijn zich door natuurgebieden die niet groter zijn een krant.

Beiden zijn gewapend met verrekijkers, maar de gespotte vogels zijn meestal niet meer dan een zwart stipje aan de hemel, tenminste als ze niet net uit beeld zijn gevlogen.

Alles gebeurt zo sukkelig mogelijk, met Nico de Haan als de allesweter en Hans Dorrestijn als zijn Eckermann. Gelukkig kan Dorrestijn, net als Eckermann, één ding beter dan zijn leider: teksten schrijven. En dat doet hij midden in het open veld op een schrijfmachine uit 1852.

'Du scheinst mir ein Kind in Literatur zu sein.'

Niets ten nadele van Nico de Haan, maar volgens mij moet dit groter worden aangepakt. Stuur Hans Dorrestjin in zijn eentje met zijn verrekijker naar de Amazone om daar de driehoektandpapegaai of de gorgelkrokodil te spotten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden