Stuk voor stuk prachtwerken

Het legermuseum in Delft beschikt over een van de rijkste onbekende bibliotheken in Nederland. De oude zakboekjes voor Jan Soldaat staan er, maar ook een uiterst zeldzame eerste druk van een boek over de 'grote kunst der artillerie'....

De werkkamer van Louis Ph. Sloos bevindt zich in het Legermuseum te Delft. Om die te bereiken passeert de bezoeker een batterij tanks, afweergeschut, realistisch ogende trekhonden, tijdens de Eerste Wereldoorlog ingezet voor het verslepen van mitrailleurs, en schilderijen van veldslagen die, naar het formaat te oordelen, vooral bedoeld waren voor ruim behuisde opdrachtgevers. Voorkomen en dictie wekken even het vermoeden dat Sloos voortkomt uit een van die aristocratische geslachten waar in vroeger tijden het hogere officierskader graag uit putte.

Dat is een vergissing. 'Militaire carrières komen in mijn familie niet voor, maar ik heb wel van jongs af aan belangstelling voor militaire literatuur.' Waarmee de jeugdige boekhistoricus bij het Legermuseum aan het juiste adres is, want daar zijn zoveel schitterende boeken in zo ruime aantallen opgeslagen dat zelfs Boudewijn Büch - toch een groot kenner van bibliotheken - er onlangs licht naar adem happend kennis van heeft genomen.

Büch bezocht als jongetje van 11 voor het eerst het Legermuseum dat zich destijds nog in Leiden bevond. In zijn roman De kleine blonde dood beschreef hij hoe zijn (vaak driftige) vader zich opwindt over de epauletten van een opgetuigde pop, die volgens hem niet kloppen. Vader stapt over het afzettingskoord en wil de epauletten er af rukken. Suppoosten stromen toe en tijdens het gevecht dat volgt, slaat de pop op de vloer te pletter.

Het zou, na deze traumatische gebeurtenis, ruim veertig jaar duren voordat Büch opnieuw voet zette in het museum, ditmaal om het boek van Louis Ph. Sloos (1972) ten doop te houden. Vijf jaar werkte Sloos aan Voor den dienst der Armée. De militaire uitgeverij-boekhandel De Gebroeders van Cleef te 's-Gravenhage en te Amsterdam 1739-1967. De geschiedenis van dit boekverkopersgeslacht en de bibliografische catalogus van haar fonds beslaan twee exquise vormgegeven banden die in een al even fraaie cassette werden gestoken.

Grondlegger van de uitgeverij is de uit Duitsland afkomstige Pieter van Cleef die zich in 1739 aan het Spui in Den Haag vestigt. Opzienbarend kunnen zijn boeken nauwelijks worden genoemd, al verschijnen er reeds enkele militaire werken waaronder een boekje met de optimistische titel Alle maatregelen. . . om alle verrassingen in den oorlog af te keeren. Pieter's zoon Isaac zal vooral roem verwerven als uitgever van Betje Wolff en Aagje Deken. Vanaf 1806 voeren zijn zonen Pieter en Jan Eliza de firmanaam De Gebroeders van Cleef en gaat de toenemende specialisatie gelijk op met de professionalisering van het Nederlandse leger.

Den Haag kende vanouds een dominante militaire cultuur die niet in de laatste plaats werd gevoed door de aanstelling, in 1798, van een Agent van Oorlog, waarmee de basis werd gelegd voor het latere Ministerie van Defensie. Als Lodewijk Napoleon in 1806 koning van Holland wordt, betekent dat een versnelde volwassenwording van het militaire apparaat. Zo verordonneerde de koning dat de opleiding van alle kadetten van de cavalerie en de infanterie in schoolverband moest plaatsvinden en wel op kasteel Honselaarsdijk nabij Den Haag. Onderwezen werd, onder meer, exercitie, de omgang met geweer, pistool en karabijn, genie- en artilleriewetenschap, vaderlandse geschiedenis, paardrijden en schermen - de uitgaven van de Gebroeders Van Cleef sloten hier naadloos bij aan.

Met de Franse bezetter, de Haagse elite welgezind, werden goede banden onderhouden. Na de vlucht, in 1795, van stadhouder Willem V naar Engeland, kreeg Isaac van Cleef opdracht diens bibliotheek te catalogiseren. 24 Kisten met 250 kostbare boeken en handschriften werden naar Parijs overgebracht; de rest, zo'n 3500 titels, zou worden geveild. Van Cleef wierp tegen dat een veiling van zulke bijzondere boeken meer reclame vereiste in het buitenland. Uitstel volgde.

Een jaar later werd in de Eerste Kamer het voorstel aangenomen om het resterende deel van de bibliotheek van Willem V om te zetten in een nationale bibliotheek; mede door toedoen van Isaac van Cleef was de Koninklijke Bibliotheek een feit. Het laat zich raden wie Lodewijk Napoleon benoemde tot de officiële boekenleveranciers van hemzelf en de gloednieuwe bibliotheek.

Het vertrek van de Fransen in 1813 reduceerde alle door Van Cleef uitgebrachte reglementen, instructies en militaire wetten op slag tot oud papier, maar nu was het koning Willem I die de Gebroeders van Cleef dusdanige privileges verleende dat zij konden uitgroeien tot de grootste militaire uitgever van Nederland.

Naast de opleidingen in Den Haag werden ook krijgsscholen in den lande opgericht waarvan de Koninklijke Militaire Academie in Breda de bekendste is. Alle officiële publicaties van het leger werden door de Gebroeders van Cleef uitgegeven - het Departement van Oorlog bevond zich om de hoek. In de krijgsscholen ontstonden bibliotheken die in de loop van de negentiende eeuw gestaag in omvang toenamen. Doorgaans waren deze boekerijen uitsluitend voor officieren toegankelijk maar ook de soldaten - niet zelden analfabeet bij hun aantreden - vormden een reservoir van potentiële lezers. Tienduizenden soldaten leerden in het leger lezen, schrijven en rekenen met behulp van boekjes als Verzameling van korte leeslesjes en Eerste beginselen der rekenkunde, om vervolgens kennis te kunnen nemen van Pligten van een soldaat, korporaal, fourier, sergeant en sergeant-majoor.

Alleen al tussen 1806 en 1832 verschenen bij Van Cleef driehonderdvijftig verschillende titels. Een van de voornaamste uitgaven was het Recueil Militair dat tussen 1815 en 1914 jaarlijks (vaak in meerdere delen) uitkwam en dat alle wetten, besluiten en orders aangaande het Nederlandse leger behelsde.

Bladeren door de ruim vijfhonderd pagina's dikke catalogus van de bibliotheek van het Departement van Oorlog uit 1878 leert dat een militaire bibliotheek veel meer omvatte dan gebundelde dagorders en instructies over schiettuig. Op de planken stonden - we doen maar een greep - boeken over kustverdediging, veeartsenijkunde, paarden, pyrotechniek, carthografie, strafrecht, en er is geen oorlog gevoerd in de wereld of het verloop is vastgelegd in een boek.

Staaltjes van boekdrukkunst ontbraken evenmin. De Beschrijving hoedanig de Koninklijke Nederlandsche troepen en alle in militaire betrekking staande personen gekleed, geëquipeerd en gewapend zijn, door Van Cleef in 1823 voor 25 gulden op de markt gebracht, is een prachtwerk met circa vijftig handgekleurde gravures op groot formaat. De kleuren dienden exact te kloppen om te vermijden dat kleurverschil in uniformen zou optreden.

Op atlasformaat - dus nauwelijks in handen te nemen door een volwassen persoon - verscheen De uniformen van de Nederlandsche Zee- en Landmacht hier te lande en in de koloniën naar aquarellen of teekenigen van J. Hoynck van Papendrecht, W.C. Staring, gepd kapitein der artillerie en J.P. de Veer, gepd majoor O.I. Leger. Dit werk van de latere luitenant-generaal F. ten Raa besloeg twee delen, bevatte tachtig platen van goed een halve meter hoog en kostte honderd jaar geleden zestig gulden.

Met Voor den dienst der Armée zet Louis Sloos het licht op een relatief klein deel (om en nabij duizend boeken) van de immense bibliotheek van het Legermuseum. Dagelijks zijn drie personeelsleden bezig boeken uit te pakken en te reinigen; zo'n 60 duizend boeken wachten nog op beschrijving. Maud Kornaat-van Eunen, hoofd bibliotheek en mediatheek van het Legermuseum. 'We hebben in het verleden wel meegemaakt dat er per week 25 postzakken met boeken werden aangevoerd, afkomstig van onder andere de opgeheven bibliotheek van de Hogere Krijgsschool en van regimentsbibliotheken die hun bezit actueel wensten te houden.' De bibliotheek bevindt zich op de bovenste twee verdiepingen van het voormalige wapenmagazijn van de Staten van Holland. De vliegwielen tussen de eeuwenoude dakspanten dienden ooit voor het takelen van kanonnen en kruit; nu staan er 300 duizend boeken, merendeels afkomstig van het Ministerie van Oorlog, opgesteld in kasten zover het oog reikt. Daarnaast herbergt het museum nog eens 60 duizend prenten, tekeningen en affiches, en 1500 tijdschriften met titels als De Militaire Gids, Méthodes de Guerre en Deutsches Heeres-Zeitung.

Louis Sloos weet er moeiteloos de weg. 'Dit is een van rijkste onbekendste bibliotheken van Nederland.' Hij wijst op een wand met boeken die gedomineerd wordt door de kleur rood; het gaat om zevenduizend boeken, afkomstig uit het Koninklijk Huisarchief. Sloos: 'Eind jaren zestig heeft Koningin Juliana ze aan ons overgedaan. Veel boeken zijn gevat in luxe banden, dikwijls in rood marokijn en voorzien van versieringen en wapenschildjes; schutbladen zijn soms bespannen met zijde. Elk van deze boeken is een unicum.'

Oogstrelend zijn de kostbaarheden, opgeslagen in een geklimatiseerde kluis: de 38-delige Encyclopedie van Diderot en d'Alembert, een in donkergroen leer gebonden set boeken die een Russische tsaar ooit schonk aan de minister van Oorlog; het indrukwekkende Académie de l'Espée, een meesterwerk over de schermkunst, gedrukt door de Leidse Elzeviers en volgens kenners een van de mooiste boeken die de zeventiende eeuw heeft voortgebracht; een zopas verworven en uiterst zeldzame eerste druk van een boek over de 'grote kunst der artillerie'.

Sloos: 'Het zijn stuk voor stuk prachtwerken, maar de oude zakboekjes voor Jan Soldaat zijn me even lief. Alleen zijn die op veel kwetsbaarder papier gedrukt en staan ze in een ruimte waar ze het vaak te koud of te warm hebben.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden