Studio Sport zonder einde Leni Riefenstahl en de 'innerlijke censuur'

Luis Buñuel vond haar films ideologisch afschuwelijk, maar fantastisch gemaakt. Susan Sontag noemde ze 'misschien de twee grootste documentaires aller tijden.' In Potsdam is een Leni Riefenstahl-retrospectief te zien, maar wie de beroemde beelden tot zich wil laten doordringen, heeft het nog niet makkelijk....

MANNEN IN uniform, waar je ook kijkt. Links en rechts staan ze bij duizenden strak in het gelid. Over het brede middenpad van de appèlplaats marcheren drie mannen naar voren. De buitenste twee lopen een klein beetje achter de voorste in wie we Adolf Hitler herkennen.

Dat is het bekendste beeld uit Triumph des Willens (1934), de beroemde documentaire van Leni Riefenstahl over een nazi-bijeenkomst in Neurenberg. Het is een monumentaal beeld, gevat in een strenge symmetrie, vol eensgezindheid, macht en orde. De gesloten carrés van de staande mannen en de driehoek van de lopende mannen zijn het meest geciteerde voorbeeld geworden van fascistische schoonheid.

Twee jaar later maakte Riefenstahl een al even opzienbarende documentaire over de Olympische Spelen in Berlijn. Ook in die film, Olympia (1938), was Hitler nadrukkelijk aanwezig. Met deze twee films verzekerde Riefenstahl zich van een plaats in de filmgeschiedenis. Luis Buñuel vond de films 'ideologisch afschuwelijk, maar fantastisch gemaakt, indrukwekkend.' Susan Sontag, die men al evenmin van sympathie voor het nazidom kan verdenken, vond ze 'misschien de twee grootste documentaires die ooit zijn gemaakt.'

Zijn die films echt zo goed? Wie zich daar zelf een oordeel over wilde vormen had het moeilijk. De films waren, in elk geval in Duitsland, alleen te zien in besloten voorstellingen. Met een inleidend praatje en een discussie na afloop, waarin het publiek kreeg voorgekauwd wat het er van moest vinden: 'Zo heeft zich een klimaat van innerlijke censuur ontwikkeld, waarin verondersteld werd dat de films nog steeds direct demagogisch zouden werken. Een algemeen gebrek aan kennis (van die films) was het gevolg.'

Dat citeer ik uit de catalogus van het Leni Riefenstahl-retrospectief, dat momenteel wordt gehouden in het filmmuseum van Potsdam. Ik liep daar binnen om het Riefenstahl-vormige gat in mijn kennis van de filmgeschiedenis bij te spijkeren. Van Triumph en Olympia kende ik stills en clips uit de overzichtswerken over de film- en de nazi-geschiedenis, maar ik had die films nog nooit in hun geheel gezien. Maar dat zat me ook in Potsdam niet glad.

In het eerste compartiment van de tentoonstelling staan vier piepkleine monitors, waarop permanent Riefenstahl-films worden afgespeeld. Ik vermaakte me, ter voorbereiding op het grote moment, even bij een bergscène uit een van haar beide terecht vergeten speelfilms en draaide me toen om naar de monitor waarop Triumph des Willens was te zien. Hitler droeg, met veel crescendo's en pauzes, uit zijn hoofd een tekst voor.

De manier van voordragen was natuurlijk verouderd, maar binnen die nu bombastisch werkende stijl deed hij het helemaal niet slecht. Hij deelde zijn tekst goed in en blies de woorden beheerst de menigte in. Zijn stem was niet onaangenaam en had zeker niet steeds het vervelend-schreeuwerige van de crescendo's waarmee, via soundbites in programma's over het nazisme, onze afkeer van hem werd en wordt gevoed tot we daar op zijn gaan reageren als Pavlov-honden. Zo spraken alle openbare sprekers in het begin van het tijdperk van de microfoon, ik herinner me die stijl nog van de dominees uit mijn jeugd.

Voor de monitors stonden geen stoelen, waarop je op je gemak nu eens de hele Triumph tot je zou kunnen nemen. Het kamertje was bovendien zo klein dat je al gauw anderen in de weg stond die ook wat van de Triumph wilden zien. Het was duidelijk niet de bedoeling dat je je eens uitvoerig aan die film zou gaan vergapen.

Je moest echt door naar de volgende zaaltjes, met foto's die Riefenstahl na de oorlog in Afrika gemaakt had van de Nuba's in Sudan en naar haar onderwaterfoto's van tropische vissen. Onderweg kreeg je ook beelden uit haar leven te zien: wat een mooie vrouw! Intussen hoorde je steeds maar de stem van Hitler, want het geluid van Triumph was harder dan dat van de andere films.

Het effect was natuurlijk dat alles ook die kleur aannam: het hele leven en oeuvre van Riefenstahl is nazistisch. Knorrig van zoveel betutteling belandde ik in het laatste zaaltje, waar een documentaire over Riefenstahl werd gedraaid. Daar stonden wel stoelen, die film mocht je echt helemaal zien en dat was dus een film waarin de cineaste er niet goed af kwam. Wat een rotmens! Ze kwam uitvoerig aan het woord en liet niets na om me te ergeren.

In de museumwinkel waren Riefenstahl-video's te koop. Maar een video van Triumph kon je niet kopen; nee, daar waren we nog niet rijp voor, daar konden we wel eens nazi van worden! Ik ging de deur uit met een loodzware catalogus, waarin werd uitgelegd wat er aan Riefenstahl niet deugde. Maar dat wist ik toch al lang? Ik wilde nu juist wel eens weten wat er zo mooi was aan de stem van Hitler en aan de Triumph des Willens, ik wilde begrijpen waarom een heel volk zich daardoor ooit heeft laten verleiden. Ik wilde eindelijk snappen wat er zo geil was aan de nazistische esthetiek, met zijn monumentaliteit, zijn symmetrie, zijn harmonie, zijn schoonheid.

Ik wilde van mijn Pavlov-reactie af, die altijd weer opspeelt als ik iets zie dat monumentaal en symmetrisch is - het eeuwige ongemak dat ik voel bij de voorstellingen van Jan Fabre, de openingsceremonie van de Olympische Spelen of een optreden van Mick Jagger in een stadion. Zulke voorstellingen, die voor de meeste mensen blijkbaar onweerstaanbaar zijn, roepen bij mij angst op. Omdat ik de achterkant van die vormentaal ondermeer zo goed ken uit de in mijn ogen beste filmdocumentaire aller tijden: Shoah van Claude Lanzmann.

Leni Riefenstahl zei, in de aan haar gewijde documentaire, natuurlijk dat ze van die achterkant van het nazidom niets had geweten. Zij voelde zich, door de artistieke boycot die na de oorlog haar deel was geworden, onrechtvaardig behandeld.

In het filmprogramma bij de tentoonstelling zag ik haar die avond in Potsdam als jong actrice in S.O.S. Eisberg, een speelfilm over een in het nauw geraakte Groenland-expeditie. Ik zag een actrice zonder humor, zonder poëzie, zonder geheim; een harde vrouw, bezig met haar carrière, in een semi-documentaire over ijsbergen. Van die gevoelsarmoede zijn ook haar eigen films doortrokken, die ik na terugkeer uit Potsdam gewoon bleek te kunnen huren bij een Amsterdamse videotheek.

Olympia is een soort Studio Sport waar geen eind aan wil komen en Triumph is, los van de overbekende fragmenten, ook doodsaai. Leni (S.O.S. IJsberg) Riefenstahl lijkt mij de meest overschatte cineaste aller tijden.

Leni Riefenstahl. Tentoonstelling in het Filmmuseum Potsdam. 's Avonds in de bioscoop van het museum films met en van Riefenstahl. Tot en met 28 februari; maandags gesloten. Catalogus Henschel Verlag Berlin, DM 58.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden