Studiehuistragedie

Als Nederland, zoals vroeger, een grote mogendheid in de kenniseconomie wil zijn, dan zal de onderwijspolitiek weer een zaak van de politieke leiders moeten worden....

De treurige gang van zaken rond het studiehuis, de inrichtingvan de bovenbouw van de havo en het vwo, lijkt in alles op eenGriekse tragedie. Het noodlot voltrok zich zonder dat eensterveling de gebeurtenissen naar zijn hand kon zetten.

De Volkskrant kreeg in het treurspel de rol van Cassandratoebedeeld, van de waarzegster naar wie niemand luistert. Aan devooravond van de invoering van het studiehuis in 1998organiseerden Xandra van Gelder, Pieter Hilhorst, MichaëlZeeman en ik een full dress debate over de zin en onzin van dezeonderwijsvernieuwing. De nieuwe studieboeken werden per vakgerecenseerd, de argumenten gewisseld. Uit het Volkskrant-debatbleek dat driekwart van de docenten tegen het studiehuis was en dat onwelkome informatie over het studiehuis door het ministeriewerd achtergehouden.

Met de titel van het project, 'Heimwee naar de hbs', raaktenwe een open zenuw in het onderwijsveld. We werden overstelpt metongevraagde bijdragen van verontruste leerkrachten,wetenschappers en ouders.

'Ach, was de hbs er nog maar', verzuchtte een ouderecommentator van deze krant toen wij de zoveelsteonderwijsvernieuwing van een hoofdredactionele kanttekeningmoesten voorzien. De hbs, opgericht in 1863 door niemand minderdan de liberale staatsman Thorbecke, is zonder twijfel de meestsuccesvolle onderneming op onderwijsgebied aller tijden. Met eendiploma hbs was je klaar voor het grote-mensenleven. Meer had jeeigenlijk niet nodig, al kon je natuurlijk nog naar het hogeronderwijs.

De hbs was een praktische opleiding voor de burgerij, dietoegang gaf tot de Polytechnische School in Delft, tot deofficiersopleiding en tot de de ambtenarij in Indië. Maar je koner ook meteen mee aan de slag: op kantoor, bij het spoor, in defabriek, als landmeter, onderwijzer of apotheker.

Met het kernprogramma van de hbs was niks mis: Nederlands,Frans, Duits, Engels, wiskunde, natuurkunde, biologie,geschiedenis, aardrijkskunde en tekenen. In de examenfase werdenook nog vakken als handelswetenschappen, staatsinrichting,kosmografie en mechanica onderwezen.

In de leraarskamers werd nog tientallen jaren na de invoeringvan de hbs geklaagd over het overladen programma en het hogeniveau. Maar de hoge eisen werden afgedwongen door de leerlingenen hun ouders zelf. Want de overgrote meerderheid van de hbs'ersging niet werken, zoals de bedoeling van Thorbecke was, maarstudeerde verder. Toen in 1905 de faculteiten wis- en natuurkundeen geneeskunde rechtstreeks toegankelijk werden voor hbs'ers,verviervoudigde het aantal studenten in de exacte wetenschappenin één klap.

Nederland was honderd jaar geleden, dankzij de hbs, een grotemogendheid op het gebied van de natuurwetenschappen. Een milderegen van Nobelprijzen daalde over ons land neer: Van 't Hoff,Lorentz, Zeeman, Van der Waals, Kamerlingh Onnes.

De manier waarop de onderwijspolitiek door Thorbecke en zijnopvolgers werd gemaakt, verschilt in alles van de praktijk vande laatste dertig jaar. In de eerste plaats was deonderwijspolitiek een zaak van de politieke leiders, niet vanbackbenchers. In de tweede plaats stond de onderwijspolitiek inhet teken van de vooruitgang van de natie. Het ontwikkelen vantalenten stond niet in het teken van de individuele ontplooiing,maar in dienst van Hollands welvaren.

In de derde plaats maakte niemand zich druk over gelijkekansen. Elke sociale laag kende z'n eigen onderwijs: hetgymnasium voor de geleerde stand, de ambachtsschool voor dearbeider, de huishoudschool voor zijn vrouw en de handelsschoolvoor de middenstander.

Als Nederland zijn positie als grote mogendheid in dekennis-economie wil heroveren, dan zal de onderwijspolitiek weereen zaak van de politieke leiders moeten worden. Dan zal heteconomische, staatkundige en culturele belang van het onderwijsmoeten prevaleren boven de individuele ontplooiing van hetindividu.

En dan moeten we afscheid nemen van onze fatale obsessie met'gelijke kansen'. Sinds de slager in een Mercedes rijdt, deschilder in een four wheel drive en de doctorandus op z'n fietsnaar het werk gaat, hoeven we ons over het onderwijs alsreproducent van de standenmaatschappij geen zorgen meer te maken.

Dertig jaar lang zijn de onderwijsmakers gebiologeerd door de 'achterstandsleerlingen' - zonder veel resultaat overigens. Het toptalent is verwaarloosd. Kennisoverdracht en discipline,juist van belang voor leerlingen die minder goed kunnen meekomen,staan niet langer centraal in de klas. De aansluiting tussen hetonderwijs en de arbeidsmarkt is ver te zoeken. Inmiddels moetenwe onze vakmensen uit Oost-Europa laten komen en onze techneutenuit India.

In de tijd van de hbs vormden de leraren een zelfbewustestand met een groot maatschappelijk aanzien. Nu is van dieeigenwaarde niet veel meer over. De kwaliteit van delerarenopleidingen heeft enorm geleden onder het volstrektmisplaatste dogma dat didactische vaardigheden belangrijkerzouden zijn dan vakkennis.

Ik vind het niet overdreven dat de Tweede Kamer eenparlementaire enquête houdt naar de wijze waarop een gesloten'educatief-politiek complex' van bureaucraten en specialisten (determ is van Bart Tromp) er met het Nederlandse onderwijs vandooris gegaan. Die zelfreiniging lijkt mij een voorwaarde om hetvertrouwen van de samenleving in de (onderwijs-)politiek teherstellen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden