'Studiehuis' zal domein van de barbaren zijn

Wanneer over een aantal jaren de bovenbouw van havo en vwo is verbouwd tot 'studiehuis', zullen de tot zelfstudie veroordeelde leerlingen 'studielasturen' moeten maken....

J.A. DAUTZENBERG

ZOALS men weet gaat in 1998 de bovenbouw van het middelbaar onderwijs 'tweede fase' heten en wordt de school een 'studiehuis'. Dit laatste houdt grofweg in dat de leerlingen zich zo zelfstandig mogelijk de stof eigen maken, en dat de docenten alleen nog dienen als begeleiders en probleemoplossers.

Wat de 'tweede fase' inhoudt is buiten het onderwijs veel minder bekend en zelfs daarbinnen begint het nu pas door te dringen. Bij veel docenten - moe geworden van de talloze oekazen uit Zoetermeer die bijna altijd gisteren moesten ingaan - heerst een sfeer van: de honden blaffen wel, maar de karavaan trekt gewoon verder.

Blijft men in die houding volharden, dan zal men dat bezuren. Om dit duidelijk te maken zal ik me in het hiernavolgende beperken tot het vak waar ik het meeste van weet: Nederlands, en dan met name het onderdeel 'literatuur'.

Voor Nederlands zijn voor de bovenbouw van het vwo 480 'studielasturen' uitgetrokken (voor het havo moeten de cijfers allemaal met ongeveer éénderde worden verminderd). Een studielastuur is een klo kuur dat de leerling moet besteden aan het vak; men gaat er van uit dat een lesuur (vijftig minuten) een studielast inhoudt van 75 minuten (er moet immers ook huiswerk worden gemaakt).

Van die 400 studielasturen zijn er 168 gereserveerd voor literatuuronderwijs, wat na even rekenen lijkt neer te komen op 134 lessen. Aangezien de examenklas al eind maart ermee ophoudt, komt dat neer op 50, 50 en 34 lessen in de laatste drie jaren. Met andere woorden: anderhalve les per week (een schooljaar telt wat minder weken dan een kalenderjaar), dus de helft van de totale lestijd voor Nederlands.

Tot zover lijkt er niets aan de hand. Totdat je het begrip 'studielast' wat nader gaat bekijken. Onder dat begrip valt namelijk ook de tijd die de leerlingen nodig hebben voor het lezen van boeken. In het voorstel van de Vakontwikkelgroep (VOG) Nederlands zijn twaalf boeken verplicht (waaronder een gedichtenbundel).

Onderzoek heeft uitgewezen dat leerlingen gemiddeld 25 bladzijden per uur lezen. Gaat men uit van een gemiddelde dikte van 250 bladzijden (de omvang van De aanslag, het meest gelezen boek op school), dan betekent dit een totale leestijd van twaalf maal tien uur. Voor onderwijs blijven dan nog maar 48 klokuren over.

Maar bij elk boek hoort ook een 'verwerkingstijd'. Leerlingen moeten de boeken niet alleen maar gewoon lezen, ze moeten ook een 'leesdossier' aanleggen, met daarin een 'leesautobiografie' en werkstukken over de boeken.

Zo'n werkstuk kan een zelf geschreven recensie zijn, een verhaaltechnische analyse, een vergelijking met andere boeken, en nog veel meer. Uitgaande van de drie uur die de VOG hier voor rekent, gaat elk boek de leerling dertien uur kosten, dus in totaal 156 uur. Blijven voor onderwijs nog twaalf studielasturen over.

Maar neen. Aan het eind van de zesde klas moet de leerling een mondeling tentamen afleggen over die twaalf boeken. Dat betekent dat hij zijn hele leesdossier nog eens grondig moet bestuderen, want de meeste boeken heeft hij - gezien al die werkstukken die hij moet maken - één of zelfs twee jaar geleden gelezen. Voor die bestudering zijn, zeg maar, vier uren benodigd. Resteren voor literatuur-onderwijs acht klokuren ofwel zes lessen. Dat is twee lessen per jaar.

Wat moet er in die lessen gedaan worden? De VOG schrijft: 'De leerling kan adequate tekstbenaderingswijzen hanteren', 'heeft een overzicht van de hoofdlijnen van de literatuurgeschiedenis', 'is in staat gebruik te maken van het gangbare begrippenapparaat'.

In welgeteld zes lessen moet een docent dus onderwijzen wat je allemaal met een literaire tekst kunt doen, hoe de Nederlandse literatuur zich heeft ontwikkeld en wat woorden als 'metafoor', 'perspectief', 'sonnet' en 'jambe' betekenen.

Je zou denken: zijn ze gek geworden, daar bij de VOG? En zijn ze gek geworden bij de 'Stuurgroep' die deze voorstellen overneemt en doorstuurt naar de verantwoordelijk staatssecretaris?

Het meest absurde is wat er gezegd wordt over de literatuurgeschiedenis. Voorgeschreven is dat van de twaalf boeken er drie van vóór 1880 moeten zijn en dat ze allemaal van 'erkende literaire kwaliteit' moeten zijn. Maar leerlingen zijn niet of nauwelijks in staat zelfstandig boeken van voor 1880 te lezen en hoe moeten ze uitmaken of een boek literaire kwaliteit heeftals ze nooit echt les in literatuurgeschiedenis hebben gehad?

Het impliciet of expliciet opheffen van de lessen in literatuurgeschiedenis is ook om meer ideële redenen een ramp. Literatuurlessen zijn namelijk óók lessen in algemene ontwikkeling. Voor veel leerlingen is de literatuurles de eerste en de laatste keer dat ze in aanraking komen met poëzie, dat ze een algemene culturele ontwikkeling opdoen, dat ze iets horen over de bronnen van onze beschaving.

Een van die bronnen is de bijbel en al heel vaak - onlangs nog in de Volkskrant door Arnold Koper - is geschreven dat gebrek aan bijbelkennis een werkelijk begrip van de westerse cultuur onmogelijk maakt. De literatuurlessen zijn zo ongeveer de enige plaats waar jongeren op dit gebied nog iets opsteken, ook op talloze confessionele scholen waar het vak 'godsdienst' meestal verworden is tot 'levensbeschouwing', in plaats van het vertellen van mooie verhalen uit de bijbel.

Maar, zal men tegenwerpen, die algemene culturele kennis doen ze toch op bij dat nieuwe vak CKV (Culturele en Kunstzinnige Vorming)? Daarvoor zijn 200 uren uitgetrokken, waarvan de helft aan wereldliteratuur moet worden besteed. Dat wordt verder onderverdeeld in: dertig uur voor het lezen van vijf boeken uit de 'wereldliteratuur', vijftien voor de dossiermap en 45 voor literaire kennis 'aan de hand van thema's'.

Je zou die 45 klokuren kunnen vertalen in 36 lessen, maar ook hier geldt weer dat de leerlingen zelfstandig aan het werk gaan en bij voorbeeld in het kader van een thema een boek lezen, naar de film gaan, een concert bezoeken et cetera. Voor onderwijs in de normale zin van het woord blijft alweer geen tijd over.

Merkwaardig is overigens dat hier slechts zes uur leestijd per boek gerekend wordt, terwijl als voorbeelden van boeken uit de wereldliteratuur genoemd worden: Anna Karenina en Die Leiden des jungen Werthers! Bij CKV lezen ze dus stukken sneller dan bij Nederlands. Of zou niemand van de VOG-CKV ooit Anna Karenina in de hand hebben gehad?

Zijn er ontsnappingsmogelijkheden? Je hoeft natuurlijk niet uit tegaan van een gemiddelde dikte van 250 bladzijden, je kunt ook een lijst goedkeuren van dunne boekjes (Het bittere kruid, De uitvreter, Bint, Nathan Sid). Stel je de gemiddelde dikte daarvan op vijftig pagina's, dan kom je op een leestijd van maar 24 uur. Samen met de 'verwerkingstijd', die niet zo erg veel korter zal worden, ben je dan zestig uur kwijt, wat 108 uur ofwel 86 lessen overlaat voor onderwijs.

Bovendien is er een zogenaamde 'vrije ruimte' bij elk vak die de school naar eigen inzicht kan besteden. Voor Nederlands is dat 48 uur (38 lessen), en die zou je helemaal aan literatuur kunnen besteden. En je kunt nog verder gaan door de letter van de voorstellen te volgen en niet de geest. Nergens wordt gesproken over boeken, steeds hebben ze het over titels.

Het lijdt geen twijfel dat de titel van een sonnet ook een titel is. Je zou dus kunnen volstaan met één gedicht en elf korte verhalen. En bij schrijvers als Biesheuvel, Carmiggelt en Van Kooten kost het geen enkele moeite verhalen van drie, vier pagina's te vinden, wat de totale leestijd op slechts twee uur brengt.

Maar met al deze uitwegen is er natuurlijk wel iets lelijk mis: elke docent voert een voortdurend gevecht tegen de 'dunne boekjes' en nu moet hij ze noodgedwongen verplicht stellen. En wat te denken van die leerling die De ontdekking van de hemel en Het verdriet van België op zijn lijst wil zetten (die heb je er elk jaar bij). Aan die twee pillen van 900 bladzijden is hij al 72 uur leestijd kwijt! Zo'n leerling kan de rest van de lijst eigenlijk alleen nog maar aanvullen met negen mini-teksten van Koos van Zomeren en één limerick.

Maar zelfs als we dit soort absurde uitwegen bedenken en zelfs als het aantal uren voor literatuur verdubbeld of voor mijn part verdrievoudigd zou worden, is er iets heel erg mis met de voorstellen. Lezen wordt op die manier totaal 'gedidactiseerd'.

Het is niet meer een bezigheid die mensen 'zomaar' verrichten, omdat het een bijzonder aardige bezigheid is, het dient alleen nog als aanleiding voor het maken van werkstukken. Als er een nog efficiëntere manier bestaat om jongeren het lezen tegen te maken, dan hoor ik die graag, want ik ken ze niet.

Je vraagt je af wat dat voor groepje is, die VOG. Hoe word je er lid van? Op grond van coöptatie, ballotage, haarkleur, wie er toevallig voorbij kwam? Niemand die het weet. En wat zijn dat voor mensen? Je zou denken: neerlandici die niet kunnen rekenen. En je zou denken: neerlandici die niet van literatuur houden en die nu hun kans schoon zien. Want, zoals Shaw ooit gezegd heeft: 'het is een vergissing te denken dat zogenaamde onartistieke personen slechts onverschillig staan tegenover kunst: ze haten het, met een bittere en kwaadaardige haat'.

ALS DIT type mensen zijn zin krijgt, dan zullen literatuur en vooral poëzie weer 'het tijdverdrijf voor enkele fijne luiden' worden. Dit is een citaat van E. du Perron. Wie dat was, jongens en meisjes, en wie die Shaw was, mogen jullie over twee jaar niet meer weten. Waarom niet? Omdat die lui van de VOG en denkelijk ook de verantwoordelijke staatssecretaris dat evenmin weten.

Voor leerlingen uit meer intellectuele milieus is dit alles niet erg. Die horen thuis heus wel dat een beschaafd mens weet wie Vondel en Multatuli waren en dat de renaissance vóór de romantiek komt. Maar leerlingen met een wat minder bevoorrechte achtergrond, die zijn zoals steeds de kinderen van de rekening.

Over het werkplezier van de docent Nederlands zullen we het maar niet hebben.

J.A. Dautzenberg is docent Nederlands.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden