Studiefinanciering is meer dan platte centenkwestie

De manier waarop de permanente discussie over de studiebeurs wordt gevoerd, doet geen recht aan het belang van het onderwerp, meent Arjo Klamer....

STUDIEFINANCIERING lijkt over geld te gaan. Dat zou mij als econoom goed uit moeten komen, maar ik wil u ervan overtuigen dat de discussie over de waarde van wetenschappelijke studies alsook over het karakter van onze samenleving zou moeten gaan.

Om maar met de deur in huis te vallen: de discussie zoals deze nu wordt gevoerd, is hopeloos. Geheel in de traditie van paars, zoekt men naar pragmatische oplossingen voor een probleem dat eerder om een fundamentele herwaardering van het studeren en de rol van de wetenschap vraagt.

Ik ben het eens met degenen die af willen van de centrale rol van de overheid in het hoger onderwijs, maar ga niet mee met de marktgerichte voorstellen die nu domineren. Ik sta een tussenvorm voor waarin de verantwoordelijkheden van leef- en andere gemeenschappen voorop staan, en waarin de waarde van de wetenschap weer tot uitdrukking komt. Voor het gemak spreek ik van het communitaire scenario.

In dit scenario gaat het vooral om duidelijkheid ten aanzien van de verantwoordelijkheden die het lidmaatschap van een gemeenschap met zich meebrengt. Daarmee is dit scenario een duidelijk alternatief voor de economistische en individualistische manier waarop momenteel over studiefinanciering en zoveel andere zaken gesproken wordt.

1. De verantwoordelijkheden van de ouders. Ouders willen trots zijn op hun kinderen. Hebben die kinderen aanleg om naar de universiteit te gaan, dan willen ze alles wat in hun vermogen ligt doen om hun kinderen te steunen. In ruil voor een vermindering van hun belastingen kunnen ouders al vroeg beginnen met het sparen voor het studiefonds van hun kinderen. Op deze wijze worden ouders snel geconfronteerd met de waarde van een wetenschappelijke studie.

2. De verantwoordelijkheden van studenten. De studie is verder een zaak van de studenten. Voorzover een studie een middel is tot een goede baan, geldt het als een investering. De student kan best verantwoordelijkheid voor die investering nemen door zelf de kosten ervan te financieren met een lening van ouders of van banken.

Dat Jan Modaal zou moeten betalen voor de toekomst van Jan Blazer - zoals nu het geval is - klopt niet. Voorzover een studie een middel is tot verrijking in de zin van cultuurkapitaal (denk bijvoorbeeld aan het vermogen tot zingeving), zal geld een minimale rol dienen te spelen.

Studenten die de kans hebben om zich aan zinvolle en zingevende studies te wijden, hebben de verantwoordelijkheid die een voorrecht geeft. Zijn ze eenmaal afgestudeerd, dan kunnen hun universiteiten een beroep op hen doen om dergelijke studies mogelijk te maken voor anderen.

3. De verantwoordelijkheden van de overheid. In dit scenario bemoeit de overheid zich slechts zijdelings met de studiefinanciering. Via het belastingstelsel kan de overheid studeren stimuleren door het sparen voor studiefondsen aftrekbaar te maken, en de afbetaling van leningen afhankelijk te maken van het inkomen (zodat pro-deo werk van juristen nog een kans krijgt).

De overheid zou het studeren verder kunnen stimuleren door het collegegeld voor het eerste jaar te subsidiëren, alsmede het collegegeld voor studies die weinig opleveren (zoals geschiedenis en cultuurwetenschappen). Een studiecoupon voor mensen ouder dan 25 jaar kan hen stimuleren terug te gaan naar de universiteit voor verdere studie (met oog op het principe van levenslang leren).

4. De verantwoordelijkheden van het hoger onderwijs. In dit scenario zal het hoger onderwijs de volle kosten aan de studenten duidelijk moeten maken. Zijn verantwoordelijkheid is dus om die kosten zo laag mogelijk te houden, maar dat kan niet gaan ten koste van de kwaliteit (want dan blijven de studenten weg).

Voor renderende studies als rechten, medicijnen en bedrijfskunde, zouden universiteiten het volle pond in rekening moeten brengen. Goede universiteiten zullen fondsen genereren om kwetsbare studies mogelijk te maken en studenten van verschillende achtergronden aan te trekken.

5. De verantwoordelijkheden van de 'samenleving.' Levendige, inspirerende en actieve universiteiten zijn essentieel voor iedere samenleving. Organisaties en burgers kunnen verantwoordelijkheid nemen voor hun samenleving door hun universiteiten en studenten te steunen. Pas als alle partijen hun verantwoordelijkheden erkennen en serieus nemen, kan een universitaire studie volledig tot haar recht komen.

Arjo Klamer is hoogleraar Economie van Kunst en Cultuur aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Op donderdag 16 oktober vindt in politiek-cultureel centrum De Balie in Amsterdam een debat plaats over studiefinanciering. Aan het debat, dat wordt geleid door Andrée van Es, nemen onder anderen deel: Rob Lubbers (ondernemer), Arjo KLamer (hoogleraar economie), Hugo Keuzenkamp (hoofdredacteur ESB), Daniël Engelsman (oud-studentenleider), Karen den Hartog (student bestuurskunde). Aanvang 20.15 uur. Telefonisch reserveren van 14.00 tot 20.00 uur: 020-5535100. Op de website van de Volkskrant staat de discussierubriek open voor iedereen.Adres: www.volkskrant.nl/dossiers/leergeld

Eerdere discussiebijdragen verschenen op 4 oktober.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden