Studiedrift op leeftijd

Een vertrouwd beeld op veel Nederlandse universiteiten: collegezalen met studenten van boven de 50. Hun aantal neemt sterk toe. Ze leren voor de lol, zijn gemotiveerd, gedreven ('Ik denk Latijn, ik poep Latijn, ik pies Latijn'), en zeer nadrukkelijk aanwezig....

Professor Smolenaars krijgt de kans niet om een van zijn studenten Latijn de beurt te geven. Daar priemt de vinger van Pieter Stou tenbeek al in de lucht. 'Mag ik nog éven terugkomen op de vertaling van het woord axis?' Twee studentes zuchten. Vorige keer eindigde het college met een uur lang axis en God verhoede dat vandaag de les begint bij wat een wagenas zou kunnen heten, een hemelas of toch misschien heel iets anders. De twee meiden geloven het wel.

Zo niet Pieter Stoutenbeek. De gedroom de student: altijd in voor huiswerk. Schrijft uitstekende, vaak lyrische vertalingen en werkt opgetogen een paar lessen vooruit. Hij verstouwt ook nog eens op eigen initiatief stapels extra literatuur over de lesstof. Hij haalt negens, streeft naar tienen.

Die krijgt hij niet voor niks. Zeventig uur in de week is Stoutenbeek bezig met zijn propedeuse Latijn. 'Het is bloedzwaar. Ik verwaarloos mijn sociale leven. Ik hou verschrikkelijk veel van muziek, maar heb geen tijd meer om te luisteren. Ik denk Latijn, ik poep Latijn, ik pies Latijn.' Stoutenbeek is zich bewust van de gevaren: 'Als ik niet oppas sloopt de studie alles waar ik om geef.' En hij verzucht: 'Deze opleiding is ook te zwaar voor bejaarden.'

Stoutenbeek is bijna 70. De gewezen oogarts sloeg na zijn pensioen aan het lezen - oude boeken over kunstgeschiedenis en werk van middeleeuwse monniken - en struikelde daarbij over de stortvloed aan Latijn. Hij sloeg, zo zegt hij zelf, wat aan het 'rommelen' met klassieke teksten. Nadat Stou tenbeek een Latijnse vertaalwedstrijd had gewonnen, schreef hij zich in aan de Universiteit van Amsterdam (UVA) voor de studie Latijnse taal en cultuur.

In het college van Smolenaars zitten zes eerstejaars op leeftijd. Het wordt een vertrouwd beeld op veel Nederlandse universiteiten; studenten die geen ov-jaarkaart maar seniorenkorting hebben. Ze kiezen uit verschillende vormen van academisch onderwijs. Gro te aantallen ouderen betalen een paar honderd gulden om aan te schuiven bij vakken voor gewone studenten - zij zijn de zogeheten contractstudenten.

Het gros van de oudere studenten volgt het speciaal opgerichte Hoger Onderwijs Voor Ouderen (hovo). In tien jaar tijd vervijfvoudigde het aantal hovo-cursisten in Ne derland; van 3000 in 1992, naar 16.500 verleden jaar. De contractstudenten en hovo-cursisten krijgen geen diploma. Wel de groep vijftigplussers die regulier studeren. Hun aantal groeit, maar blijft het kleinste regiment senioren. De UVA telt er 313, dat is 1,5 procent van alle voltijds studenten.

Piet de Rooy, hoogleraar aan de UVA, zegt het bijna verontschuldigend: 'We hebben er niet ons best voor gedaan.' Het aantal ouderen aan zijn universiteit neemt gestaag toe. Voor zijn vakgebied, Nederlandse Geschie denis, schrijft De Rooy het grote aantal senioren vooral toe aan de groeiende belangstelling voor vaderlandse historie. 'Had een boekwinkel vroeger één plankje boeken over de Tweede Wereldoorlog, tegenwoordig hebben ze kasten vol.' Maar ook de oudere is veranderd, zegt De Rooy. 'Die wil na zijn pensioen iets doen wat hij leuk vindt. Veel mensen zijn hun leven lang blijven dromen van een studie geschiedenis.'

Talen, filosofie, godgeleerdheid en socio logie zijn populair. Rechten en geschiedenis spannen de kroon, met kunstgeschie de nis/archeologie als uitschieter.

De wens om de vrijgekomen tijd zínvol te besteden lijkt kenmerkend voor een nieuwe generatie ouderen. Van de vijftigplussers van nu zijn er meer hoogopgeleid dan van de senioren tien jaar geleden, zegt Peggy Rompen van het Maastrichtse hovo. Ze merkt bij de nieuwe senioren (wie heeft het nog over bejaarden?) een grote belangstelling voor onderwijs. 'Dit zijn mensen die met internet willen werken en die openstaan voor nieuwe dingen. Voorheen hadden we groepen die uitsluitend kwamen voor klassieke filosofie van professor De Rijk.'

Er is meer aan de hand met deze generatie. Ze heet oud, maar voelt zich niet zo. Th. Huigens van het landelijke hovo-secretariaat: 'Ze zijn jong van hart en redelijk jong van jaren. Ze willen niet achter de geraniums. Daarvoor zijn ze veel te vief.' Ook niet onbelangrijk: ze hoeven niet rond te komen van alleen een aow. De door snee oudere student had een goede baan, nu een dito pensioen. En juist omdat deze mannen en vrouwen steeds hebben gewerkt, valt met het werk een deel van hun sociale contacten weg.

Huigens ging zelf na haar pensioen werken als vrijwilliger bij het hovo-secretariaat. Nu krijgt ze telefoontjes van mensen die haar om raad vragen: hoe val ik niet in een zwart gat als ik zo meteen met pensioen ga? Het antwoord van Hui gens laat zich raden. En ze ziet het telkens weer bevestigd: de sociale aspecten van studie zijn belangrijk. 'Kijk', zegt ze, 'als je met de vut gaat, spreek je de eerste maanden nog eens met een oud-collega af. Maar dat wat je deelde is er niet meer. Dat bloedt dus dood.'

De studenten op leeftijd leren voor de lol. Dat ze daarom lichtzinnig in hun opleiding zouden staan, is een grove misvatting. Ze zijn gedreven, ze zijn gemotiveerd en ze werken hard.

'Erg eigenlijk dat je zo fanatiek wordt', vindt Barbara Meijer, nog net geen 60 en tweedejaars geschiedenis aan de UVA. Meijer is een van die studenten van De Rooy die altijd al geschiedenis wilde doen. Na het gymnasium had ze graag 'iets moois' gedaan. Maar ze studeerde rechten, had een modezaak en nadat ze die vier jaar geleden had gesloten, ontwierp en verbouwde ze in opdracht keukens en badkamers. Nu pas komt ze toen aan 'verfraaiing van de ziel'.

Meijer begon als deeltijdstudent, maar 'raakte verslaafd'. Als het college van het deeltijdprogramma was afgelopen, bleef ze zitten. 'Ik vond het zo veel leuker dan ik had kunnen denken.' Waar ze zelf van opkijkt, is dat ze zo hard werkt. Meijer grinnikt: 'Dat ken ik niet van vroeger. Nu zou ik beledigd zijn met een zes.' Net als haar collega's op leeftijd haalt Meijer cijfers die boven het gemiddelde liggen.

Geen wonder dat hoogleraren en docenten weglopen met de senioren. Hans van Stra len doceert literatuurwetenschap aan de universiteiten van Utrecht en Amsterdam: 'Het zijn fantastische studenten. Als ze niet kunnen komen, zeggen ze van tevoren af.' Zo veel enthousiasme, het is even wennen voor Van Stralen en zijn collega's: 'Ze vragen om meer lesstof! En als een college een beetje tegenvalt, zijn ze teleurgesteld. Zij verheugen zich er de hele dag op.'

De hovo-cursisten zijn net zo populair als de voltijds studenten. De ergernis van docenten over jonge studenten - te laat binnenkomen, te vroeg weggaan, geklets en gillende gsm's - doet zich bij de senioren niet voor. Menig docent zoekt hen op, ook omdat ze in het ho vo hun eigen neus achterna mogen gaan.

Huigens: 'Iedere docent heeft zo zijn hob by. Hier hoeft hij zich niet te houden aan een leerplan. Hij kan doen wat hij leuk vindt.' Aan de Universiteit Maastricht zijn er wetenschappers die nieuwe ideeën, uit een onderzoek of een te verschijnen boek, uittesten op een hovo-groep.

'Zorgelijk', noemt hoogleraar De Rooy de studiedrift van de oudere. 'De doorsnee student besteedt twintig uur per week aan studie. De vijftigplusser het dubbele. De senioren zijn dus beter voorbereid. Ze komen met veel vragen, maar als ik daar te veel op inga, voelen de jongeren zich miskend. Alle bovengenoemde docenten vroegen weleens een vijftigplusser wat meer zijn mond te houden.

Evridiki Nikolaou (23) had verleden jaar vijf vijftigplussers in haar college nieuw Grieks. Ze had niet zozeer last van het fanatisme van de ouderen, integendeel. 'Als ik slecht voorbereid in een werkgroep kom en zij hebben de tijd genomen om dingen op te zoeken, profiteer ik daarvan.' Nee, het stoorde haar dat de ouderen hun zin doordrukken. 'Wat zij willen, gebeurt.' De studenten in Niko laous werkgroep moesten samen een tekst kiezen, om daar de rest van het trimester aan te werken. De ouderen wilden een moeilijke tekst, de jongeren een makkelijke. De senioren kregen hun zin. Maar gaandeweg bleek het zo lastig, dat iedereen baalde. De docent incluis. En dat gaat Ni kolaou te ver. 'Als ik eer lijk ben, vind ik dat wij jongeren een doorslaggevende stem moeten hebben. Want wie moet er straks de arbeidsmarkt op?'

Hoogleraar klassieke talen Hans Smo le naars heeft er alle begrip voor dat de jongeren minder tijd aan hun studie besteden. Iemand van 18, zegt hij, moet leren leven. 'Die is bezig te leren omgaan met dames en heren, moet werken naast zijn studie.' Ook Hans van Stra len neemt de jongeren niets kwalijk. 'Ik snap dat ze minder fanatiek zijn. Ik had in die tijd ook andere dingen aan mijn hoofd, loskomen van mijn ouders, om maar wat te noemen.' Waar Smolenaars echter niets van begrijpt, is dat de jonge studenten zich zo gemakkelijk de mond laten snoeren. 'Mis schien zijn ze toch geïntimideerd.'

Wat de vijftigplussers voor hebben op de reguliere studenten, is hun algemene kennis, hun uitdrukkingsvaardigheid en hun levenservaring. Ook waren hun vooropleidingen anders, en daarmee hun manier van leren. Bar bara Meijer zegt daarover: 'Wij zijn van de rijtjes, de puntjes op de i en van een strak ke, logische redeneertrant. Voor ons moet alles kloppen. De jongeren van vandaag zijn getraind in sociale vaardigheden en in het maken van mooie werkstukken. Kleine foutjes doen er voor hen minder toe.'

Wat hoogleraar geschiedenis De Rooy opvalt, is dat de senioren anders tegen de wereld aankijken. 'Ouderen hechten aan één beeld van de werkelijkheid. Die houden niet van onzekerheid. De jongeren zijn postmodern. Voor hen is er niet één waarheid.' Een tegenstelling die het onderwijs spannender maakt, vindt De Rooy. 'De senioren leg ik uit dat de werkelijkheid meer dan één dimensie heeft, de jongeren moeten leren niet oeverloos door te gaan.'

Kunnen ze het een beetje met elkaar vinden, de guppen met studenten die soms van hetzelfde jaar zijn als hun grootouders? De senioren zitten altijd apart, klinkt het nogal eens. Evri diki Nikolaou heeft bijvoorbeeld nooit met een van haar oudere collega-studenten gesproken. Maar veel vaker zijn docenten en studenten verbaasd over het gemak waarmee veertig of vijftig jaar leeftijdsverschil mengt. 'Ik vind het enig tussen die kinderen', zegt Meijer. Ze gaat ook mee op studiereis, al slaapt ze in plaats van in de jeugdherberg in een hotel. Mee naar het café gaat ze nooit. 'Ik heb in de groep een eigen functie. Als meisjes naar een feest gaan, vragen ze aan mij wat ze moeten aantrekken.'

Dat vindt Smolenaars prachtig. Wie studeert, moet ook een en ander opsteken over hoe te leven. 'Laatst tijdens een studiereis liet een van de ouderen zien hoe je een fles wijn uitschenkt. Ik vind het belangrijk dat jongeren dat soort dingen leren, maar ik zou het raar vinden als ik hun dat ga bijbrengen. Nee zeg, dat wordt me veel te betuttelend.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden