Studie: sta asielzoekers veel sneller toe te gaan werken

Integratie

Een snelle integratie van asielzoekers voorkomt niet alleen langdurige werkloosheid en criminaliteit, zij stimuleert juist ook terugkeer naar het land van herkomst. Dat is de conclusie van een nieuw onderzoek naar de integratie van de vorige grote groep asielmigranten. De drie belangrijkste bevindingen:

Asielzoekers doen mee aan een Hollandse Koek-en-Zopie schaatsmiddag in De Uithof in Den Haag. Beeld ANP

1. Wachten en onzekerheid verkleinen kansen op de arbeidsmarkt

Het ligt voor de hand dat een lang verblijf in een asielzoekerscentrum en de mentale klachten die kunnen ontstaan door verveling en onzekerheid over een verblijfsvergunning, niet bevorderlijk zijn voor de kans op werk zodra het licht eenmaal op groen staat. Toch wordt nog te weinig gedaan om hier iets aan te veranderen. De regels om al tijdens het verblijf in een asielzoekerscentra te mogen werken zouden moeten worden versoepeld. Dat vinden de onderzoekers van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum (WODC) van het ministerie van Justitie, het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in een studie naar het verloop van de integratie van 33 duizend asielmigranten die in de jaren tachtig en negentig naar Nederland zijn gekomen. Het blijkt dat van deze grote groep asielmigranten na vijf jaar verblijf slechts 25 procent en na vijftien jaar 35 procent een betaalde baan van meer dan 30 uur heeft. Bij andere migrantengroepen is dat 65 en 50 procent.

Vooral asielzoekers die niet of laag geschoold zijn, zoals veel Somaliërs, komen moeilijk aan het werk. Van deze groep heeft het kleinste aantal, 26 procent, een betaalde baan. Van de Somalische kinderen groeit 67 procent op in een arm huishouden. Samen met Eritreeërs, een sterk groeiende groep asielmigranten, lijken de Somaliërs al de nieuwe onderklasse van vluchtelingen te vormen die socioloog Godfried Engbersen vreest. 'Hun perspectieven op werk zijn zeer gering.'

Goed opgeleide asielmigranten hebben minder hinder van de langdurige asielprocedure; zo zijn de voormalig Joegoslaven die eind jaren negentig naar Nederland vluchtten, sociaal-economisch de succesvolste groep asielmigranten. Hun arbeidsparticipatie is met 65 procent het hoogst. Zij scoren, in tegenstelling tot de meeste andere groepen vluchtelingen, beter dan Marokkaanse en Turkse Nederlanders, blijkt uit de studie.

Vluchtelingen dreigen onderklasse te worden

Er dreigt een nieuwe onderklasse van vluchtelingen te ontstaan in de Nederlandse samenleving, waarbij werkloosheid en criminaliteit een grote rol spelen. Lees hier het nieuwsartikel.

Werkgelegenheid

Om de kans op werk te vergroten, bepleiten de onderzoekers bij de huisvesting van asielzoekers verspreid over Nederland, rekening te houden met de werkgelegenheid. Zo heeft de regio Eindhoven een tekort aan technici en Rotterdam aan verzorgenden. Het is logischer in die regio's meer asielmigranten te huisvesten dan in regio's waar amper vacatures zijn.

Steeds meer werkgevers die met een tekort aan personeel kampen, zoals in de techniek, willen onder asielmigranten personeel werven. Het zou volgens de onderzoekers goed zijn snel na aankomst van asielmigranten hun opleiding, beroep en vaardigheden te registreren. De gemeente Eindhoven is hier onlangs mee begonnen.

Ook Amersfoort en Amsterdam worden in de studie genoemd als gemeenten die gas geven met de integratie van asielmigranten op de arbeidsmarkt. Zo gaat de hoofdstad hun inburgering combineren met een beroepsopleiding met goede kansen op de arbeidsmarkt. Een Nederlands diploma geeft de beste kans op werk. Degenen die meteen aan de slag kunnen, worden gekoppeld aan werkgevers die moeilijk te vervullen vacatures hebben. Minister Asscher van Sociale Zaken heeft Amsterdam financiële steun toegezegd voor dit project.

Beeld ANP

2. Criminaliteit onder jonge mannen is een risico

De criminaliteit onder asielmigranten die eind jaren negentig naar Nederland kwamen, is drie keer hoger dan onder autochtone Nederlanders. Maar in de studie van het SCP, WODC en WRR worden deze cijfers meteen gerelativeerd.

Kijkend naar de dadergroep - overwegend jonge, alleenstaande, werkloze mannen in de Randstad - dan doen zij percentueel niet onder voor autochtonen met dezelfde kenmerken die crimineel gedrag vertonen. Sterker: dan plegen zij verhoudingsgewijs minder misdrijven dan jonge, alleenstaande werkloze autochtone mannen.

Beeld anp

Somaliërs

'Etniciteit speelt dus een ondergeschikte rol,' concluderen de onderzoekers. 'Het is nu eenmaal zo dat het overgrote deel van de delicten wordt gepleegd door jonge, alleenstaande, werkloze mannen', zegt onderzoeker Roel Jennissen van het WODC.

De geregistreerde criminaliteit onder asielmigranten die in de jaren negentig naar Nederland kwamen, cirkelt rond de 4 procent. Dat is ook hoger dan onder andere groepen niet-westerse migranten uit dezelfde periode. Somaliërs, met de slechtste sociaal-economische positie, komen van alle asielmigranten het vaakst voor in de daderstatistieken van de politie, Joegoslaven het minst.

De delicten waarvoor asielmigranten worden vervolgd, zijn vooral vermogensdelicten, zoals diefstal. Gewelds-, drugs- en zedendelicten komen weinig voor. 'Het criminele gedrag houdt duidelijk verband met een zwakke sociaal-economische positie en verveling', zegt migratiedeskundige Jaco Dagevos van het SCP. 'Zodra zij ouder zijn dan 23, een partner hebben en een baan, komen de meesten niet meer in aanraking met de politie. Integratie is voor deze groep dus ook van groot belang.'

Discussie

Het bevreemdt migratiehistoricus Leo Lucassen dat in de studie zoveel aandacht is voor criminaliteit onder asielmigranten. 'Die is met 4 procent gering. Bovendien komt het daderprofiel overeen met autochtone leeftijdgenoten en doen die twee groepen niet voor elkaar onder.'

Godfried Engbersen zegt dat deze gegevens relevant zijn omdat in de publieke discussie over de opvang en integratie van asielzoekers de kans op een toename van de criminaliteit een rol speelt.

'Wij laten zien dat die angst onder burgers niet terecht is. Tegelijk is het zo dat nu meer jonge alleenstaande mannen asiel aanvragen dan eind jaren negentig. Het is dus wel een punt van zorg en aandacht voor de politie. Maar ik verwacht dat het probleem beheersbaar zal zijn. Bovendien zijn er nu slimme initiatieven om jonge mannen te huisvesten in gebouwen waar ook studenten en andere groepen wonen. Als dat kleinschalig is, verwacht ik een positief effect op hun gedrag.'

Beeld ANP

3. Integratie stimuleert vertrek

Eenderde van de asielmigranten die tussen 1998 en 2007 naar Nederland kwamen, is inmiddels alweer vertrokken. In de jaren 2004 tot 2007 was het aantal vertrekkers onder Irakezen, Iraniërs en Somaliërs groter dan het aantal nieuwkomers uit deze landen. Hetzelfde gold voor de Afghanen in de jaren 2005 tot 2009. In 2014 kwamen en vertrokken bijna evenveel Iraakse en Afghaanse asielmigranten. Het is dus niet zo dat wie eenmaal een verblijfsvergunning heeft in Nederland blijft.

Wie van de vertrekkers naar het land van herkomst terugkeert en wie doorreist naar een ander land, is onduidelijk. Van Somaliërs is bekend dat een deel naar Groot-Brittannië is gegaan, onder andere omdat het daar eenvoudiger is een eigen bedrijfje te beginnen. Na het einde van de burgeroorlog in voormalig Joegoslavië zouden enkele duizenden vluchtelingen zijn teruggekeerd naar hun geboortegrond. Hetzelfde geldt voor Afghanen in jaren dat de veiligheid in Afghanistan verbeterd was.

Uit Zweeds onderzoek blijkt dat asielmigranten die geen goede plek op de arbeidsmarkt hebben gevonden, juist niet geneigd zijn te vertrekken. 'Succesvolle' asielmigranten die goed opgeleid zijn, veel werkervaring en een goed inkomen hebben, vertrekken daarentegen het vaakst.

Beeld anp

Zweden

'Als het doel van asielbeleid is dat vluchtelingen tijdelijk in Nederland verblijven, wat de meeste vluchtelingen ook van plan zijn, dan pleit dat voor een snelle integratie in de samenleving, zoals in Zweden bijvoorbeeld gebeurt,' zegt socioloog Godfried Engbersen. 'Wie een sterke sociaal-economische positie heeft, kan het zich veroorloven te vertrekken en iets nieuws op te bouwen, heeft elders meer kansen, is mentaal weerbaarder en durft het daarom eerder aan weer terug te keren naar zijn eigen land zodra de situatie daar weer veilig is.'

Tegelijkertijd leidt een sterke arbeidspositie ook tot een sterkere binding met Nederland. Een deel van de goed geïntegreerde asielmigranten die zich tijdens hun verblijf in Nederland sociaal-cultureel verbonden zijn gaan voelen met hun nieuwe thuisland, keren om die reden niet terug naar hun geboorteland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.