Studerende basketballer moet dunken, niet denken

Het universiteitsbasketbal in de VS bereikt zijn kookpunt met het eindtoernooi: March Madness. Het semi-professionele spel houdt het land elk jaar bezig vanwege ouderwets goed teamwork....

Elf maanden per jaar letten voornamelijk uitzinnige studenten op de prestaties van de Huskies, Wildcats, Wolfpack en andere teams met namen die aan wilde dieren doen denken. Pas in maart voegt de rest van Amerika zich bij hen. Dan maken het professionele bastketbal en de voorjaarstraining in het honkbal plaats voor de gekte van het universiteitsbasketbal, die March Madness heet.

Het nationale toernooi van de National Collegiate Athletic Association (NCAA) is in volle gang. Avonden live-televisie en hele sportkaternen worden er door in beslag genomen. Via bookmakers en in informele kring zetten miljoenen Amerikanen geld op de winnaars in de diverse ronden.

Wie haalt deze week in de feitelijke playoffs de achtste finales, de zogenoemde sweet sixteen? Wie overwint straks in de halve finales die, ook al zo lekker allitererend, de final four heet? En wie bestijgt op 4 april de NCAA-troon, nu de kampioen van vorig jaar (Connecticut Huskies) al verloor van North Carolina State?

Wie ooit een diploma haalde aan een universiteit met een goede ploeg is persoonlijk betrokken. De gelukkige die bijvoorbeeld aan de Universiteit van Illinois studeerde, loopt met een trotse grijns rond, want zijn Fighting Illini kwam tijdens het regulier seizoen als nummer één bovendrijven.

De 64 clubs in March Madness zijn in naam amateurploegen van spelers die alleen wat vaker in de sporthal verkeren dan hun mede-studenten. In werkelijkheid is de NCAA een soort eerste divisie waarin veel geld omgaat.

De beste spelers stappen over naar de profliga (NBA). Zij spelen nu al basketbal dat ze in de rest van de wereld een plek bij de beste clubteams zou garanderen. Sterker, veel spelers brengen tijd door bij Europese (ook Nederlandse) ploegen, waarna ze alsnog de NBA hopen te halen.

De mensen die sporten in athletic programs - honderden in heel Amerika, verdeeld over tientallen divisies - zijn vaak nauwelijks studenten te noemen. Op papier moeten ze naar college en huiswerk maken, en een enkele spelverdeler interesseert zich voor architectuur of biologie. Maar volgens de New Yorkse Daily News studeert minder dan de helft van de sporters ooit af.

De basketballers worden gerekruteerd bij middelbare scholen. Al in die fase is duidelijk dat het niet om hun hersenen gaat. Scouts zoeken op de zomertoernooien naar talenten zoals Lebron James. Steeds vaker is dat vruchteloos, omdat James besloot de universiteit helemaal over te slaan en zijn geluk te beproeven bij Cleveland Cavaliers. Hij ging, net als Kobe Bryant van Los Angeles Lakers, direct naar de NBA.

In de frase 'studentensport' gaat het enkel om de sport. Dat geldt ook voor veelbelovende hardlopers en en American Football-spelers, volleyballers en zwemmers. Het geldt eveneens voor vrouwen.

Maar in het mannelijke basketbal gaat veruit het meeste geld om, middels studiebeurzen, half-legale of illegale financiële vergoedingen. Het prestige overstijgt dat van andere sporten, want er staat het meeste op het spel. De zwemmer kan hopen op een Olympische medaille, maar de dunkende forward maakt kans op een miljoenencontract in de NBA.

In zijn roman I am Charlotte Simmons heeft Tom Wolfe knap beschreven wat dit betekent. Op de fictieve campus van een topuniversiteit zijn basketballers de helden. Niet vanwege hun intellect, integendeel, maar omdat ze door de semi-corrupte bestuurders met glimmende auto's, opvallend mooie behuizing en vette beurzen in de watten worden geleged.

Wolfe overdrijft een beetje, maar niet erg. De spelers bepalen het imago van veel onderwijsinstellingen. Dat is ook wat leidt tot een fanatieke, trouwe schare van supporters. De gevoelens van trots (op dit moment) en verdriet (vorig jaar) in de staat Illinois leven voort in generaties studenten.

Bij de altijd uitverkochte wedstrijden in de enorme sporthal van het universiteitsstadje Champaign verschijnen grootmoeders met kinderen en kleinkinderen in zelfgebreide oranje sjaals. In de clubkleur juichen ze hun Fighting Illini toe, begeleid door de vaste band van trommelaars en blazers die elke NCAA-wedstrijd opluistert met pop- en jazz-liedjes.

Voor alle enthousiasme en aandacht in maart is een goede reden. Er wordt niet alleen erg goed, maar ook samen gespeeld. De ploegen zijn hechte teams. Veel meer dan de NBA-clubs zijn het snel passende, nauw samenwerkende machines. Het is ouderwets basketbal. In de NBA werd Detroit Pistons vorig jaar kampioen met soortgelijk spel, maar dat was uitzonderlijk. Voor teamwork moet je bij de maartse gekte zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden