Gastcolumn

Studeren is een lifestyle geworden

Ten onrechte leeft het idee dat iedereen die het aankan, maar naar de universiteit moet gaan; veel mensen lijken te denken dat het 'hogere' alleen aan de universiteiten te vinden is.

Minister Jet Bussemaker (Onderwijs) is in gesprek met vertegenwoordigers van studentenorganisaties LSVb en ISO. Beeld anp

Ministers en onhandige uitspraken, het blijft een wonderbaarlijk fenomeen. De verontwaardiging was niet te stuiten toen minister Bussemaker zich uitliet over haar ergernis over het feit dat 'iedereen alleen maar hogerop wil'. Wat de minister welllicht bedoelde, was dat het te vol is aan de universiteiten en dat de kwaliteit van het onderwijs daaronder lijdt. En dan ben ik het met haar eens.

Ten onrechte leeft het idee dat iedereen die het aankan, maar naar de universiteit moet gaan; ten onrechte lijken veel mensen te denken dat het 'hogere' alleen aan de universiteiten te vinden is. Het streven om onszelf constant te verbeteren of 'hoger op te komen' is menselijk. Dit werd in 1755 al opgemerkt door de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau. Hij stelde dat wij altijd geteisterd worden door deze 'perfectibilité' en dat wij nooit genoegen zullen nemen met wie wij zijn, maar altijd gericht zullen zijn op wat wij kunnen worden. Ons leven is een project dat nooit af is - wij leven vooruit geworpen in de toekomst, steeds gericht op het doel dat zich voor ons bevindt.

Net als de mens is ook de Nederlandse overheid overgeleverd aan haar perfectibilité en dit heeft de afgelopen jaren geleid tot een tunnelvisie op de ontwikkeling van 'Nederland kennisland'. De overheid bleef steeds maar hameren op de ontwikkeling van 'kenniskapitaal' en een 'kenniseconomie'.

Natuurlijk, voor het toenemende kennispeil van de Nederlander is heel wat te zeggen - alleen het fenomeen blijkt in de huidige vorm niet houdbaar. Net als dokter Frankenstein hebben we samen iets gecreëerd waarvan we dachten dat het geweldig zou zijn, maar ondertussen hebben we de controle verloren en nu lijkt onze creatie zich tegen ons de keren.

Hogeropgeleiden komen moeilijk aan de bak en de universiteiten kunnen de enorme toestroom aan studenten niet aan, met als kwalijk gevolg dat de kwaliteit van het hoger onderwijs verschraalt. Studenten krijgen niet de aandacht die ze verdienen; docenten krijgen niet de tijd om hier voldoende zorg voor te dragen. Het lijkt een maatschappelijke vanzelfsprekendheid te zijn geworden om naar de universiteit te gaan puur en alleen omdat het kan.

Oneigenlijke reden

Maar is dit niet een oneigenlijke reden om voor het wetenschappelijk onderwijs te kiezen? In plaats van dat er om intrinsieke redenen gekozen wordt om enkele jaren te wijden aan wetenschappelijk gedachtegoed en het ontwikkelen van een kritisch denkvermogen, lijkt een deel van de toekomstige studenten vooral bezig te zijn met het toekomstperspectief van een goedbetaalde baan en bijbehorende status.

Logischerwijs maakt dit van de universiteit een aantrekkelijke plek, maar beroepsgericht studeren vindt nou juist plaats binnen het hoger beroepsonderwijs.

U denkt misschien: zij heeft makkelijk praten, vanuit de collegebanken. Maar ik wil graag erkennen en benadrukken dat deze collegebanken niet de enige plek zijn voor kennisvergaring. Wanneer je dol bent op concepten, ideeën, theorieën en onderzoek doen - allicht. Maar dit geldt lang niet voor alle 253.482 studenten die op 1 oktober 2014 ingeschreven stonden aan een universiteit.

Studeren lijkt een alternatief te zijn geworden voor jongeren die niet weten wat zij willen met hun toekomst. 'Wat wil je later doen?' 'Nja. Weet ik niet. Dan maar studeren, hè.' Vervolgens struinen ze studiemarkten af, om te zoeken wat het beste in hun straatje past, terwijl ze zich verheugen op het studentenleven in de grote stad. Studeren is steeds meer een lifestyle geworden, die zich kenmerkt door veel vrijheid, af en toe wat lezen en schrijven, vaak veel nachtelijke bezigheden - waar in principe natuurlijk niets mis mee is.

Geen VWO-7

Maar het daadwerkelijke studeren verdwijnt daarmee voor sommigen naar de achtergrond, vooral wanneer de studie niet zo zeer om de inhoud gekozen is. Soms heb je aan de praktijk meer dan aan boeken, en hoewel met lezen en studeren niets mis is, moeten andere manieren van kennis opdoen hierdoor niet miskend worden. Ambachtelijke kennis en beroepsgerichte kennis zijn minstens zo belangrijk voor de samenleving als wetenschappelijke kennis en daarom zou daar even veel aandacht en waardering voor moeten bestaan.

Ik wil pleiten voor een onderwijssysteem waarbij de universiteit weer de plek wordt voor hoogwaardig academisch onderzoek en onderwijs, waarbij de propedeuse geen VWO-7 meer is en waar de mensen die geen toekomst ambiëren in de wetenschap of een ander terrein waar wetenschappelijke kennis noodzakelijk is, andere plekken vinden voor hun gewenste ontwikkeling. Het streven om hogerop te komen betekent dan niet meer de massale gang naar de universiteit, maar het individuele streven om jezelf te ontwikkelen in de richting waar jij heen wilt. Het gaat hierbij niet om het middeleeuwse iedereen 'daar waar hij hoort', maar om iedereen daar waar hij of zij daadwerkelijk wil zijn en zijn of haar talenten het beste kan ontwikkelen.

Tessa de Vet is student geesteswetenschappen aan de UvA. Deze maand is zij gastcolumnist van Volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden