Studeren? Goed te doen

We willen graag dat iedereen kan studeren. Het massale karakter van de universiteit vormt echter ook een bedreiging van de kwaliteit van het onderwijs....

Langzaam druppelen de studenten de grote collegezaal binnen. Ze klappen hun tafeltjes open en leggen hun collegeblok naast het meegebrachte en onafscheidelijke flesje water. Jassen hangen over stoelen, rugzakken liggen op de grond. De meisjes dragen het haar opgestoken, de jongens kuiven met gel. 'Ga je echt maar keer in de drie weken naar je ouders?', vraagt de aan de ander als ze pauze hebben. Een enkeling zet een laptop aan. Ze zijn met driehonderd, minder dan in het begin van het semester, toen de zaal tot de nok toe gevuld was.

Hoogleraar Paul Bovend'Eert spreekt over het Duitse staatsrecht. Artikel 65 van de Duitse Grondwet staat geprojecteerd op het schoolbord. 'Wie was kanselier onder keizer Wilhelm?' Niemand antwoordt. Wie is de huidige minister van Buitenlandse Zaken? De naam van Joschka Fischer zingt hoog in het amfitheater rond, maar het duurt even voordat het luid genoeg is om ook beneden door Bovend'Eert te worden gehoord.

De universiteit als leerfabriek. Nooit eerder bevolkten in de Europese steden zoveel jongens en meisjes de collegezalen. De rechtenfaculteit in Nijmegen heeft 350 vwo'ers en 80 hbo'ers als eerstejaars en is op geen stukken na de grootste van het land. Alleen die massaliteit al doet vrezen voor afbreuk aan de kwaliteit. Vandaar dat er steeds vaker stemmen opgaan om de onderlinge verschillen tussen universiteiten zichtbaar te maken, zowel in Nederland als in Europa, om een onderscheid te maken op basis van kwaliteit. Topuniversiteiten moeten extra geld krijgen, want talent en wetenschap kosten veel geld en zijn schaars. De overige universiteiten zouden een breed en minder getalenteerd publiek moeten bedienen.

Op de voorste rij in de collegezaal zitten Esther van Zadel (19), Ton van den Berg (20), Rebecca Zimmerman (20) en Alexander Neophiton (22). 'Hij houdt het leuk en hij zet je aan het denken', zegt Esther na afloop over het hoorcollege van Bovend'Eert. Ze hoeven niet op hun tenen te lopen, zeggen ze. 'Als je maar de colleges volgt en de lesstof bijhoudt, is het voor iedereen goed te doen', vinden de vier. 'Het niveau van de studie is niet superhoog.'

Nederland heeft dertien universiteiten. Zeven ervan staan in de toptwintig van de Europese Commissie, zoals de Katholieke Universiteit Nijmegen - per 1 september Radboud Universiteit Nijmegen. Geen slechte score, hoewel ze nog immer achter liggen bij het Britse Cambrigde en Oxford.

Docenten zijn ook voor onderscheid tussen universiteiten, maar niet als zij daardoor meer studenten krijgen voor minder geld en op den duur hun eigen kwaliteit geweld moeten aandoen. Ze weren zich tegen de dreigende erosie, die niet alleen is veroorzaakt door de massale toestroom van studenten. Als er iets is dat het academisch niveau verschraalt, is dat de komst van de manager, de professionele bestuurder, zegt Bovend'Eert beslist.

'De academische vrijheid neemt af door het voortdurende proces van controle door de overheid, maar ook door je eigen college van bestuur. De managers krijgen steeds meer greep op de inrichting van het onderwijs, het zijn beleidsmedewerkers die maar weinig oog hebben voor wat er op de werkvloer gebeurt. De besturen kiezen vaak de kant van de beleidsmakers, daarom moeten wij als docenten tegengas bieden.

'De manager ziet de universiteit als een bedrijf waar resultaten geboekt moeten worden. Je moet in de Nederlandse topdrie van de universiteiten staan. Die obsessie met lijstjes kan ertoe leiden dat concessies worden gedaan aan de kwaliteit.'

Bovend'Eert is sinds 1999 hoogleraar staatsrecht in Nijmegen, waar hij als student begon en in 1988 universitair hoofddocent werd. Hij zit in zijn werkkamer. Plotseling beginnen zijn ogen geheimzinnig te twinkelen, zijn hand klopt gretig op het verslag van de visitatiecommissie. De rechtenstudie van de Katholieke Universiteit Nijmegen is, wie een beetje handig optelt en aftrekt, op na de beste van het land. Hij mag het eigenlijk nog niet openbaren, maar trots, ja dat is hij zeker, en dat is op z'n zachtst gezegd eigenaardig, beaamt de hoogleraar staatsrecht.

Want had hij twee seconden eerder niet betoogd dat het vijfjaarlijkse bezoek van de visitatiecommissie, het voortdurend gehamer op rendement, de onderlinge vergelijking met andere rechtenfaculteiten, behalve prettige ook heel gevaarlijk kanten heeft? 'Je kunt worden gedwongen je leerstof bij te stellen. Bijvoorbeeld als je een slecht jaar hebt, een zwak cohort, dus met niet zulke goede studenten die slechte tentamens maken. Dan moet je waken voor de kwaliteit van het onderwijs, dan moet je oppassen geen concessies te doen.'

D

e studenten zijn zich nog van geen lijstje bewust. Ze zitten laat in de middag in de grote mensa op de campus. Shaslick met ratatouille en gebakken aardappeltjes. Iedere dag is er keuze uit vier menu's voor een paar euro per maaltijd. Het spaart tijd en net als Rebecca wil Esther straks eerst nog wat studeren voordat ze gaat stappen. Alexander eet vegetarische kroketjes. Hij duikt dadelijk in de trein naar Deventer weer in de studieboeken. 'Studeren draait om discipline.'

Ze hebben ambities en willen het weten ook. Ze rekenen elkaar voor hoeveel uren per week ze studeren. Dertig, veertig, meer dan de gemiddelde student. Ton: 'De standaard rechtenstudent heeft een doel, want anders kom je er niet.' Esther: 'De meerderheid gaat ergens voor, of dat nu notaris is of advocaat of internationaal recht.' Rebecca: 'Je moet wel een passie hebben voor het recht om ook door die saaie stof heen te komen.'

Alle vier kozen ze in het tweede jaar van hun bachelor voor internationaal recht. Niet vanwege de hoogleraar, maar wel uit liefde voor het recht en vanwege hun carri. Ze willen verder in de diplomatieke wereld, werken bij het ministerie van Buitenlandse Zaken of bij de Verenigde Naties. Esther weet het zeker, ze wordt ambassadeur in Isra hoewel 'je dan wel veel connecties moet hebben'. Alexander: 'Als je een hoge functie wilt, moet je blijven leren.'

Vier jaar mag de rechtenstudie duren, maar een beetje student doet er net als vroeger vijf, zes jaar over. Ze betalen de extra studiejaren met leningen, beurzen of de verdiensten uit een parttime baan. Een enkeling dankzij een rijke pa.

In tegenstelling tot vroeger heeft de studie geen extraatjes meer. Meta-juridische vakken als economie, sociologie en psychologie zijn van minder belang of verdwenen. 'Je ziet dat studenten zelf alternatieven zoeken. Ze gaan een keer naar het buitenland, of ze volgen een tweede studie, maar over het algemeen steken ze er minder tijd in', zegt Bovend'Eert.

Waarom we nog niks hebben gevraagd over de nieuwe bachelor-master-structuur, zegt hij plotseling. Vervolgens hekelt hij de haast waarmee die is ingevoerd. Typisch Nederlands noemt hij het om de nieuwigheid 'waartoe in Europees verband door een stel ministers op een achternamiddag is besloten' meteen maar over te nemen.

'Niet vanuit het idee de opleiding te verbeteren, maar alleen vanwege politiek prestige. Andere landen zijn nog niet zover, en je moet je echt afvragen of ze hun academische opleidingen zo willen inrichten. Ik betwijfel dat.'

Invoering van een masteropleiding verzekert niet de komst van talent. Dat lukt alleen door selectie aan de poort. Flink veel geld vragen en hoge eindexamencijfers eisen, zoals het Amerikaanse Harvard doet. Maar in Nederland durft geen universiteit dat nog aan. De roep neemt toe, maar de weerstand dikwijls ook. Waarom zouden we ook, vraagt Bovend'Eert retorisch. 'Is iemand met een 9,5 gemiddeld straks een betere jurist dan iemand met gemiddeld een zeven?'

De Nederlandse universiteiten hebben op de eerste plaats een regiofunctie. Er zijn uitzonderingen. Esther komt uit de buurt van Rotterdam en koos voor Nijmegen omdat de Erasmus-universiteit in Rotterdam haar te massaal was. Rebecca komt uit Cura. Maar de andere twee komen uit de buurt van Nijmegen. De meerderheid van de ruim zestienduizend studenten die de Radboud Universiteit telt, is afkomstig uit zuid-oost Nederland, ruwweg het gebied dat door de Radboud wordt bediend.

Aan de poort klopt het type van de gemiddelde student aan, de vwo'er. Braaf en ijverig, gemotiveerd en kritisch, niet altijd betrokken bij onderwijs of universiteit. De student die een duwtje nodig heeft en snel tevreden is. Bovend'Eert: 'We zouden meer van ze moeten eisen. We zijn te soft, we accepteren teveel. Er zijn studenten die in het derde jaar zitten en nog niet klaar zijn met alle vakken van het eerste jaar.'

De studenten gaan voor naar wat ooit de fietsenkelder van de rechtenfaculteit was. Nu zit er het studiecentrum, het kloppend hart van de faculteit, de plaats waar ze ongehinderd over computer en internet kunnen beschikken. Moderne faciliteiten, nodig om studenten te trekken en te houden, omdat de student ook consument is. Bovend'Eert: 'Dit is de generatie die in de watten is gelegd. Ze vinden die computers vanzelfsprekend. Voor buitenlandse studenten is het absolute luxe.'

Een eind verder is er nog een nieuwigheid, het lokaal waar de rechtbank wordt nagespeeld. Studenten noch docenten laten niet na het te tonen. Daar houden zij pleidooien, spreken ze aanklachten of vonnissen uit. Ze worden ook geacht essays en scripties te schrijven en te verdedigen. De rechtenfaculteit heeft daarmee voor een intensieve en kleinschalige vorm van onderwijs gekozen om een tegenwicht te bieden aan de massaliteit.

De kwaliteit van het onderwijs is daardoor toegenomen, maar de docenten zijn niet allemaal onverdeeld gelukkig met de gemaakte keuzes. Want de onderwijslast is groter geworden door de intensievere begeleiding; de ruimte voor onderzoek door docenten en hoogleraren kleiner. Een nadeel is ook dat er is gekozen voor een grotere schoolsheid van het academische onderwijs.

'P

rofessor mr. dr. L.M. Beelzaal' staat op de deur van het meest onooglijke vertrek van de faculteit: hoekig, pilaar in het midden. De zon piept onder de voor driekwart gesloten luxaflex door. Binnen zitten twintig jongens en meisjes in drie rijen dik ijverig te schrijven. Het werkcollege van Pien van den Eijnden, net een generatie ouder, het type van een professional. Op de achterste rij frummelt iemand onder tafel een boterham uit het plastic zakje.

Juf vraagt, leerlingen antwoorden. Ineens is er toch discussie over een essay van van de studenten. Het gaat om de gescheiden rollen van rechter en wetgever. De jongens laten zich vaker horen dan de meisjes. Op de valreep zegt iemand meer vertrouwen te hebben in rechters dan in politici. Het antwoord van Van den Eijnden wordt overstemd door het lawaai van de vertrekkers.

Van den Eijnden studeerde zelf ook in Nijmegen, vertrok voor een jaar naar Engeland en keerde terug voor haar promotieonderzoek De onafhankelijkheid van de rechter. 'Het niveau is er', zegt ze, 'maar het komt er niet altijd uit'. Ze moet trekken en sleuren, motiveren en stimuleren. 'Het is heel schools, studenten vinden het wel prettig als ze de stof krijgen aangereikt.'

Haar stoort het soms. Ze wil studenten kritisch leren nadenken over het recht, leren intellectueel zelfstandig te oordelen en dus ergert het haar dat de meesten niet meer doen dan ze voorschrijft. Haar belangrijkste concessie? 'De syllabus. Er staat precies in wat je allemaal moet kennen. Deze week dit, volgende week dat. Sommige collega's vinden het te schools, maar ik heb er geen moeite mee. We hebben het gedaan om de studenten iets van een houvast te geven.'

Kleinschalligheid, begeleiding, voorzieningen op maat. Toverwoorden waarop ook de campus is ingericht. Kleine faculteitsgebouwen liggen aan een wirwar van smalle straatjes die uitkomen op een plein met een cafEr is een ABN-Amro, een kapper zelfs. Dat allemaal tegen het decor van hoge, zwarte, anonieme universiteitsgebouwen, die in de jaren zestig in dit bosrijke deel van Nijmegen werden opgetrokken.

Het is inmiddels vrijdagmiddag: de massa heeft zich opgelost, is in uitpuilende bussen naar het station en het centrum van de stad gebracht. De gemiddelde student is terug naar huis, alleen in het cafe hangen nog wat blijvers naast het universiteitspersoneel. Buiten ligt de campus er ineens stil en verlaten bij. Een studente hangt halverwege tegen de muur, haar gezicht gekeerd naar het eerste lentezonnetje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden