Opinie

'Studenten hebben over alles een mening, alleen is die vaak nergens op gebaseerd'

Niet alles was vroeger beter, maar sommige dingen wel, schrijft Thomas von der Dunk. 'Als je Abraham gezien hebt, kun je daarover dan uit eigen ervaring misschien toch net iets adequater oordelen dan degenen die pas decennia later op de wereld zijn komen kijken.'

studenten. de afgebeelde personen komen niet voor in het artikel.Beeld ANP

Het is vermakelijk te zien tot welke reacties mijn kritiek op het stuk van politicologiestudent Michiel Hennink op vk.nl vorige week heeft geleid. Ik heb hier kennelijk een hele gevoelige snaar geraakt - een snaar die maar weinigen durven te raken. Mijn sociologisch-historische beschouwing werd duidelijk niet door iedereen geapprecieerd.

Misschien hebben we hier een van de laatste hedendaagse taboes te pakken: kritiek op jongere generaties is ongepast. Sinds de grote paradigmawisseling van de Verlichting staat nieuw voor modern, en oud voor achterhaald, is ervaring ballast en heeft de jeugd de toekomst. Het hedendaagse veranderingsporno van het neoliberale managerdom - verandering als zodanig is goed - vormt van dat denken de overtreffende trap.

Dan ben je, als je dat axioma niet voetstoots slikt, al snel een oude brombeer die in het verleden is blijven hangen, die vindt dat het vroeger 'allemaal beter' was en niet met zijn tijd is meegegaan. Ook het stuk vanochtend van Henninks leeftijdgenoot Rutger Bregman ademt die geest.

Gediplomeerd historicus
Was vroeger alles beter? Nee. Maar sommige dingen waren dat wel. Als je Abraham gezien hebt, kun je daarover dan uit eigen ervaring misschien toch net iets adequater oordelen dan degenen die pas decennia later op de wereld zijn komen kijken. En als gediplomeerd historicus ben je beroepsmatig bij uitstek geëquipeerd om dat vergelijkenderwijs vervolgens ook nog met terugwerkende kracht over eerdere perioden te doen.

Het kernidee van het universitair onderwijs dat Hennink geniet, is ook op dat vooruitgangsidee gebaseerd: studenten leren allereerst van docenten, en een zekere leeftijdsvoorsprong van de laatsten speelt daarbij een rol. Het omgekeerde komt ook wel eens voor, zeker, maar het onderwijssysteem is daar terecht niet op ingericht, als we afzien van de Iederwijs-scholen, of de verdwenen jaren-zeventig-praktijk dat studenten zichzelf beoordelen.

Wat dat laatste betreft is er inderdaad sprake van een feitelijke verbetering van de academische onderwijsorganisatie, maar het denken is niet in alle opzichten meegeëvolueerd. Vooral is - zo kan ik uit eigen docentervaring berichten - het meest basale weten soms schokkend miniem. Internet versterkt in dat opzicht de nonchalance als het om het besef van het belang van parate kennis gaat: dat zoeken we toch gewoon even op?

Favoriete test
Mijn favoriete test bij eerstejaarsstudenten was altijd de kaart van Europa. Gewoon overgetrokken uit de atlas, met cijfertjes erin. Graag namen van landen en hoofdsteden. Geeneen die het foutloos had, en het aantal met twintig, dertig missers was niet te tellen. Opvallend: de veel oudere deeltijdstudenten wisten het wel bijna allemaal feilloos.

Maar de rest? De hoofdstad van Zwitserland: één op de tien kwam met Wenen. Bij Spanje: Barcelona. Je wordt ter plekke gelyncht. De hoofdsteden van de Scandinavische landen? Oslo, Stockholm, Kopenhagen - de helft had er nog nooit van gehoord. Waar Polen lag? Geen flauw idee - daartegen helpt nu zelfs geen Polenmeldpunt van de PVV. Wel waren enkelen zeer verontwaardigd dat ik ernaar durfde te vragen: ik doe toch geschiedenis, geen aardrijkskunde?

Want assertief zijn ze zeker: leren opkomen voor jezelf is ten onzent opvoedkundig einddoel nummer één. Ik ben ook een paar maal in de gelegenheid geweest, Nederlandse studenten met Duitse en Vlaamse te vergelijken. Die bleken beduidend meer te weten, maar tegelijk bescheidener. Kom daar maar eens bij sommige Nederlandse studenten om. Die hebben over alles een mening, alleen is die vaak nergens op gebaseerd.

Leeghoofden
Deze algemene typisch Nederlandse habitus verklaart ook waarom leeghoofden als Dominique Weessie zo'n furore kunnen maken: iemand die er openlijk prat op gaat dat hij van iets geen verstand van heeft, maar er toch zeer veel van vindt. Trots op de eigen onwetendheid: dat zou in Duitsland of Frankrijk ondenkbaar zijn, waar het negentiende-eeuwse ideaal van het Bildungsbürgertum veel dieper wortel geschoten heeft.

Misschien heeft dat iets te maken met het feit dat wij een handels- en geen industrienatie zijn. Industrie is gebaseerd op kennis van zaken, handel op kennis van ritselen. Dat met Halbe Zijlstra iemand die marketing heeft gestudeerd omhooggevallen is naar het staatssecretariaat voor Hoger Onderwijs, is veelzeggend.

Hennink reageerde zaterdag dat ik zou vinden dat je pas boven de veertig recht van spreken zou hebben. Er staat nergens dat ik dat zou vinden. Maar ik moet toegeven dat zijn stuk wel argumenten levert om dat alsnog te gaan vinden. Goed lezen is namelijk ook een kunst, daar begint het al mee.

Toekomst
Wat ik heb bekritiseerd - en tevens heb getracht historisch te verklaren - is dat voor veel zichzelf als modern en veranderingsgezind beschouwende jongeren werkelijke maatschappijveranderingen buiten hun denkraam vallen. Zozeer zitten ze opgesloten in het sinds 1989 vanzelfsprekende neoliberale paradigma van de marktsamenleving dat andere dan op individualisme gebaseerde alternatieven voor hen ondenkbaar geworden zijn, niet meer dan nostalgische verlangens naar het verleden.

De burger, zo Hennink, heeft geen boodschap aan moralisme en politiek gefilosofeer: die wil gewoon zorg, onderwijs, een baan, een huis. Alsof die wens en verwachting niet ook op bepaalde morele noties is gebaseerd. Maar daarover eens apart een volgende keer.

Tot slot: doordat historici het verleden kennen, kunnen ze vaak ook wat verder in de toekomst kijken. Wie het niet kent, is gedoemd de fouten ervan te herhalen. Dat gebeurt nu dan ook massaal. En uiteindelijk hebben ook in de toekomst, als alle anderen eenmaal onder de zoden liggen, historici over elk concreet onderwerp onvermijdelijk het laatste woord.

Thomas von der Dunk (leeftijd bij de redactie bekend) is cultuurhistoricus en columnist voor vk.nl

 
De hoofdstad van Zwitserland: één op de tien kwam met Wenen. Bij Spanje: Barcelona. Je wordt ter plekke gelyncht.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden