Student vrijetijdskunde moet op laatste moment switchen

De Hogeschool Holland (HH) moet het gros van zijn eerstejaars studenten vrijetijdskunde doorverwijzen naar een andere opleiding. De hogeschool had de capaciteitslimiet van 150 toelatingen overschreden, en moet de inschrijving van ongeveer 250 boventallige studenten ongedaan maken....

Dat is het gevolg van de rechterlijke uitspraak in een kort geding dat de Christelijke Hogeschool Noord-Nederland te Leeuwarden en de Nationale Hogeschool voor Toerisme en Verkeer (NHTV) tegen de Diemense branchegenoot hadden aangespannen. De bestuursrechter meende, anders dan de gedaagde partij, dat de afspraken die de drie hogescholen in 1997 hebben gemaakt over hun opnamecapaciteit nog steeds van kracht zijn.

De gedupeerde studenten zullen binnen de Hogeschool Holland moeten uitwijken naar een andere opleiding. Of ze zullen zich - krap een week voor de opening van het nieuwe hogeschooljaar - voor de opleiding van hun keuze tot de twee concurrenten van de HH moeten wenden.

Naar schatting honderd studenten hebben inmiddels voor deze optie gekozen. Anderen overwegen juridische stappen tegen de Hogeschool Holland. Zij menen dat de hogeschool hen van de opnamelimiet en de mogelijke implicaties in kennis had moeten stellen.

In 1998 voegde de HH zich bij de twee hogescholen die vrijetijdskunde aanbieden. Volgens collegevoorzitter W. Rietvelt van de Hogeschool Holland betrof het een compensatie voor de zogenoemde vrije opleidingen die de hogeschool op aandrang van toenmalig minister Ritzen van Onderwijs van het programma had moeten afvoeren. Maar volgens Rietvelts Leeuwardense collega A. Vroon is de Diemense opleiding vrijetijdskunde 'een gewitte, legaal gemaakte' versie van een studierichting die Ritzens saneringsijver niet had overleefd.

Om voor erkenning in aanmerking te komen, moest het nieuwe product van de HH aan twee voorwaarden voldoen; het moest een periodieke deugdelijkheidscontrole ondergaan, en de HH moest een limiet van 150 inschrijvingen per jaar in acht nemen om te voorkomen dat de vrijetijdskunde het slagveld van een ongebreidelde concurrentie zou worden.

Het convenant waarin deze afspraken werden vastgelegd, bleek evenwel een dode letter. Sinds zijn totstandkoming heeft de HH - niet gehinderd door enige vorm van supervisie - elk jaar steeds om en nabij de 400 studenten vrijetijdskunde kunnen toelaten. Rietvelt verbindt hieraan de conclusie dat de afspraken officieel weliswaar niet zijn herroepen, maar feitelijk geen betekenis meer hebben. Vroon en zijn collega van de NHTV denken daar echter anders over. 'Het convenant is maar voor één uitleg vatbaar, en daar hebben wij de HH aan herinnerd. Niet éénmaal trouwens, maar driemaal. Elk jaar constateerden wij dat de HH in gebreke bleef, en elk jaar hebben wij haar daaraan herinnerd. Aan het feit dat ze intussen ongestoord haar gang is gegaan, kan ze nu geen aanspraken ontlenen.'

De HH lijkt daar vooralsnog echter niet van doordrongen. Getuige ook het feit dat de gedupeerde studenten pas vorige week, een maand na de uitspraak van de bestuursrechter, van de ontwikkeling in kennis zijn gesteld. Rietvelt wijt het conflict vooral aan de profileringsdrift van de - recentelijk benoemde - collegevoorzitter van de Christelijke Hogeschool Noord-Nederland. Die voert volgens hem een achterhoedegevecht tegen de vrije concurrentie binnen het hoger beroepsonderwijs, en brengt de betrokken studenten nodeloos schade toe.

Er is bovendien genoeg ruimte voor drie opleidingen vrijetijdskunde, meent Rietvelt. Van de groei van zijn eigen opleiding hebben de concurrenten in Leeuwarden en Breda geen enkel nadeel ondervonden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden