Student verkiest goedkope kamer boven meer luxe

De nieuwe lichting studenten heeft liever een goedkope kamer met gedeelde voorzieningen dan een duurdere zelfstandige woonstudio met meer luxe. Mede door de economische crisis en de dreigende afschaffing van de basisbeurs stellen eerstejaarsstudenten hun eisen aan woonruimte bij.

UTRECHT - Deze trend signaleren de landelijke koepel van studentenhuisvesters Kences (met ruim 70 duizend studenteneenheden in de verhuur) en de Utrechtse studentenhuisvester SSH. In Utrecht zijn de kleine, goedkope kamers in het wat aftandse studentencomplex IBB uit het eind van de jaren zestig weer het populairst. 'Voorheen waren de grotere, nieuwere studentenwoningen met vaak eigen voorzieningen meer gewild. Maar nu letten nieuwe studenten in de eerste plaats op prijs', zegt woordvoerder Remco de Maaijer van SSH.


Tot enkele jaren geleden gingen de studentenhuisvesters ervan uit dat studenten meer behoefte hadden aan kwalitatief hoge zelfstandige eenheden met eigen keuken, douche en toilet. Daarvan werden er sinds eind jaren negentig veel gebouwd. Toen werd de huurtoeslag op onzelfstandige woningen afgeschaft. Alleen huurders van woningen met een eigen voordeur krijgen deze toeslag nog. De huur mag in dat geval voor huurders jonger dan 23 jaar niet hoger zijn dan de toeslaggrens, nu 370 euro.


Maar in de nieuwe bouwplannen staat de simpele kamer weer op de eerste plaats. Opvallend is dat studenten wel graag een eigen wc en douche willen, maar het geen probleem vinden de keuken te delen. En dan liever niet met vijftien huisgenogen, zoals in de oude complexen, maar met vier of vijf.


'De komende jaren ligt de focus van de student op zijn portemonnee', zegt directeur Vincent Buitenhuis van Kences. Er is nog geen leegstand in het bovensegment van de studentenhuisvesting. Maar Buitenhuis verwacht dat commerciële aanbieders in de toekomst blijven zitten met studentenhuisvesting duurder dan 500 euro, ver boven de huurtoeslaggrens.


Studenten hechten wel veel belang aan locatie. Complexen die verder van de onderwijsinstellingen of stadscentra af liggen, zijn steeds minder gewild.


Door de invoering van het zogeheten campuscontract zijn studenten minder geneigd later in hun studie te verhuizen . Met zo'n contract moeten studenten een half jaar of een jaar na het beëindigen van hun studie hun studentenkamer verlaten. 'Dan denken ze misschien: voor die korte periode dat ik er nog mag wonen, heeft verhuizen geen zin', aldus Buitenhuis.


De studentenhuisvesters hebben het campuscontract ingevoerd voor een betere doorstroming. Dat doel is volgens hen bereikt. Maar veel net afgestudeerden voelen zich op straat gezet. 'Daarom bieden studentenhuisvesters sinds kort ook starterswoningen aan', aldus Buitenhuis.


Pagina's 10 en 11: aftands, maar nergens zo gezellig

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden