Student heeft op de middelbare school bedroevend slecht taalonderwijs gehad

'Taalgevoel verslonst en dat is erg' (U-pagina, 8 december). Wel, dit is allerminst te zacht uitgedrukt, vooral wanneer ik de gemiddelde taalprestaties bij de hoger opgeleiden in ogenschouw neem: studenten in hun laatste jaar en afgestudeerden die zich aan een proefschrift wagen....

De Nederlandse universiteiten streven er juist naar Nederlands terug te dringen als omgangstaal voor maatschappelijk lager geplaatsten: niet de buitenlandse hoogleraar, maar de schoonmaker op de campus moet Nederlands leren. Maar juist daar tref ik vaak de pijnlijkste voorbeelden van wegkwijnend taalgevoel aan, ongeacht of de taalopbrengst nu in het Nederlands of in het Engels is.

Het Engels is als schone taal opgedroogd tot een zielig euro-Engels met een sleetse woordenschat die in het schoolschriftje van de gemiddelde econoom of een 'business school'-docent van Nijenrode past. Het Nederlands is verworden tot een lachspier verstuikend Anglo-bataafs, dat slechts ernstig genomen wordt in de rituele belangrijkheidsdans der chronische middelmatigheid.

Kreeg ik dus het verzoek binnen voor literatuurverwijzing voor 'variabelen binnen het Cultural Web, die drivers blijken voor potentiële corruptie. . . conflict of interest' enzovoort. Dit soort deerniswekkend taalgebruik draai ik hardhandig de nek om . In de eerste plaats om taalkundige redenen: taalverscheidenheid en -zuiverheid dienen evenzeer gekoesterd te worden als de genetische verscheidenheid in de natuur. In de tweede plaats om intellectuele redenen: dit soort brabbelaars gebruikt dit soort taal om sociaal over te komen, niet om scherp begrippen te onderscheiden en te ontleden. Zij moeten dan ook niet bij mij afstuderen of promoveren, maar inlegkruisjes of slipjesreclames gaan maken. In de derde plaats gruw ik van gewichtigdoeners die nog geen drie zinnen recht kunnen schrijven en op hun omringende taalcultuur neerkijken, en met dit soort gebrabbel ernstig genomen willen worden. En hoe treurig, zij worden ernstig genomen in die gemeenschappelijke rituele dans van taalonzin.

Waar de bron ligt van deze ontwikkeling is moeilijk vast te stellen. Eén oorzaak is wel duidelijk: het bedroevend taalonderwijs op de middelbare scholen. Zo moet ik volwassen afstuderende studenten leren wat de betrekkelijke voornaamwoorden zijn, omdat zij bij gebrek aan kennis daaromtrent uitwijken naar 'welke' en 'wat'.

Maar ja, wat wil je? Scheppend taalgebruik? Leren jongleren met woorden? Eigen uitdrukkingen bedenken? Opstellen schrijven? Leer je dat op de middelbare school? Ik vrees dat aankomende studenten Nederlands slechts als een 'muf vak' herinneren. En wellicht hebben zij daar gelijk in. Inmiddels zit de maatschappij wel met 'hoogopgeleiden', van wie het merendeel al blij is als het veel half begrepen Anglo-bataafse woorden een half A-viertje weet te vullen. Hoe triest.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden