Struikelend het nieuwe jaar in

Traditiegetrouw waren de feestdagen een periode van wachten in lange rijen. De 'verlate' gasboot veroorzaakte een schaarste aan kookgas. Daar wij een lege 'gasbom' hadden, stond ik noodgedwongen al om zes 's morgens in de rij en ervoer ik welke ontberingen de gemiddelde Surinamer ondergaat om er een zalige kerst...

IWAN BRAVE

Om niet uren in de rij te hoeven staan bij het veer over de Coppenamerivier, vertrokken we afgelopen zondagmorgen in het pikkedonker naar het kokosdistrict Coronie, voor de jaarlijkse Dag van de Zwarte Beschaving. Behalve dat de twee veerboten met hun maximumcapaciteit van vijftien auto's veel te klein zijn, is er geregeld een onaangekondigd 'buiten dienst'.

Het was erg inspannend me op de onverlichte weg te concentreren op gaten en bochten. In ieder geval wisten we ons gedekt bij schade veroorzaakt door vallende kokosnoten, vloedgolven, aardbevingen en aardverschuivingen. Niet dat er zoveel palmbomen langs de weg staan - die staan meestal op het veld - of dat het gezegende Suriname natuurrampen kent. 'Bij wijze van geste', moet de verzekeringsmaatschappij hebben gedacht.

De door de VN in 1978 uitgeroepen Dag van de Zwarte Beschaving wilde ik bijwonen in verband met een essay over de slavenperiode dat ik moet schrijven. Een lid van de Federatie van Afro-Surinamers reed mee en hield ons wakker met een niet-aflatend college. Hij vertelde dat de Coroniaanse slaven door de Britten rechtstreeks werden aangevoerd, zodat ze niet in aanraking kwamen met het verzet in Paramaribo. Toch kwam er opstand, dankzij de slaaf Tata Colin, die geruime tijd 'stom' was. Toen hij zijn spraak weer had, zei Colin messiaans dat hij 'lijfelijk in Coronie was maar spiritueel elders, om anderen te bevrijden'.

Omdat hij vooral bij slavinnen populair was, werd hij door jaloerse broeders verraden en veroordeeld tot de galg. Hij stierf echter voordat executie kon worden uitgevoerd, wat heeft bijgedragen tot de mystiek rondom zijn persoon. Zo leer ik hier stukje bij beetje over mijn 'eigen' geschiedenis en dat geeft zowaar een complemeterend identiteitsgevoel.

De viering vond plaats in het pittoreske Totness, waar de tijd ijzig stil heeft gestaan. Ironisch genoeg werd de dag geopend met het westerse tafereel van majorettes: blauwfluwelen pakjes, witte knielaarsjes, tromgeroffel en trompetgeschal. Wel was er de swing die alleen de zwarte heupen hebben, en veel bezoekers waren Afrikaans getooid.

Symbolisch gezien wou het niet echt vlotten met de Dag van de Zwarte Beschaving. Bij de sluis werd een miniatuurzeilbootje van 'voorspoed' te water gelaten. De traditoneel geklede man had het er niet voor over zijn blote voeten in de grijze modder en tussen het afval te planten. Op de schuine wal boog hij zo ver voorover dat hij bijna zijn evenwicht verloor. Het bootje viel uit zijn hand en de zeilen raakten besmeurd. Toen de sluis werd opengezet, was het de bedoeling dat de stroming het zou meevoeren. Maar de wind leverde zoveel tegenkracht dat het bootje kapseisde en ondersteboven bleef dobberen.

Bij de sokkel van Tata Colins standbeeld werd een herdenkingsplaquette onthuld. Het was een geschenk van de Federatie van de Afrikaans-Surinaamse Roots, een afsplitsing van de Federatie van Afro-Surinamers. 'Pure animositeit', zei iemand over deze afsplitsing. Wat dat betreft, kwam de speech van de districtscommissaris te laat. In de fleurige feesttent riep hij de menigte op elkaars hand vast te pakken. 'Eenheid, respect, vooruitgang én productie', somde hij op. 'Deze ketting van verbintenis dient er altijd te zijn. Omdat er geen eenheid is, komen we er niet. En daardoor is er ook geen vrijheid.'

Gelukkig stond ik aan de kant en hoefde ik niemands hand vast te houden. Hoewel goed bedoeld, kleefde mij aan dit onderdeel een te hoog sekte-gehalte. Bovendien voel ik me onbehaaglijk bij verbondenheid op basis van 'ras'. Daarna begon een reeks toespraken van politici en historici. Naarmate de tijd verstreek, had het publiek moeite wakker te blijven. Na de muzieksessie, een spetterende voordrachtskunstenaar en een melige cabaretier, besloten we naar de oceaan te rijden.

Onderweg belandden we in een filmdecor. Verdwaalde houten huizen. Open velden die gedeeltelijk onder spiegelend water lagen en ingelijst werden door zandwegen. Verstilde reigers die ieder moment zouden toehappen, en stapelwolken in de blauwe lucht. Op een dijkje lieten we de stilte en het drassige landschap op ons inwerken. Geleidelijk werd de atmosfeer gevuld met getsjilp. In de verte liepen bruine schapen in een sliert en scheerden zilveren vogeltjes over de vlakte. Ontkruinde palmboomstammen, die op uitvergrote haren leken, vervolmaakten het surrealistische beeld.

Voor we huiswaarts gingen, zochten we vrienden op. De oma van de familie onthaalde ons op vers geslachte kalkoen en gaf kokosolie en zuurzak mee. Terug stonden we anderhalf uur in de rij bij de veerboot. Inmiddels stortregende het. Drijfnatte passagiers zochten beschutting onder het slordig getimmerde zinken afdak, vlak bij de oorverdovende motoren, en belandden van de regen in de drup. Twee oudere passagiers gingen onderuit op de spekgladde stalen afloop. En zo rolde en struikelde de Surinaamse beschaving het nieuwe jaar in.

Terwijl de troosteloze veerschuit met een oergeluid tergend langzaam over de brede Coppenamerivier ronkte, zei een man: 'Ze dóen met ons, hoor.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden