Struck a pose

Met de dansstijl Vogue ontstond in de jaren zeventig, maar ook in de decennia erna, een fascinerende subcultuur.Nu zijn er een boek en een cd die deze subcultuur fraai documenteren.

De opgestoken middelvinger van M.I.A. vorige week tijdens het pauzeoptreden van Madonna in de Super Bowl leidde tot veel ophef, maar pas echt lef had Madonna zelf. Zij begon haar optreden van 12 minuten met een stuk uit haar hit Vogue, uit 1990. Niet zo opmerkelijk misschien, want het was de bestverkochte single van dat jaar en ze zong het sindsdien vaker.


Maar om juist met dit liedje (een ode aan de New Yorkse zwarte homo-scene waarbinnen het vogue-dansen in de jaren tachtig een subcultuur was) te openen tijdens een van de grootste sportmanifestaties van het jaar, lijkt welhaast een statement. American Football is de manifestatie van de Amerikaanse machocultuur bij uitstek, en de jaarlijkse climax van deze sport is de Super Bowl, dat dit jaar door meer dan 110 miljoen mensen live op tv werd gevolgd. Meer antimacho dan dat de zwarte New Yorkse homo- en dragqueenscene zich presenteerde bestaat bijna niet.


Vogue is een term die afkomstig is uit de ballroom, zoals die in New York in de jaren zeventig van de vorige eeuw gestalte kreeg. Afro- en Latijns-Amerikaanse homo's, travestieten en transseksuelen die verstoten waren door hun families, vonden elkaar in zogeheten houses, eerst in Harlem en later meer downtown. Ze deden daar allerlei dans- en presentatiewedstrijden. Wie kon zich het mooist uitdossen? Wie kon het knapst paraderen alsof hij een Parijse modeshow liep? En wie kon het beste bepaalde poses uit modebladen als Vogue nadoen?


Dat waren serieuze wedstrijden, of balls, gehouden tussen leden van verschillende houses als House of Xtravaganza en House of Ninja.


Een goed beeld van hoe die ballroomscene zich in die jaren manifesteerde, geeft de in 1990 door Jennie Livingstone gemaakte documentaire Paris Is Burning. Een film die ook het Voguing, een onderdeel van de ballroomdanscultuur, bekend zou maken buiten de New Yorkse (zwarte) homoscene.


Toen was de trendgevoelige pop-liefhebber wel al op de hoogte van het vogue-fenomeen, want in 1989 bracht entrepeneur/manager Malcolm McLaren (eerder het brein achter de Sex Pistols) een single uit: Deep In Vogue, dat een ode was aan deze scene. McLaren werd hiertoe aangezet dankzij de toen in de maak zijnde film Paris Is Burning, waarvan de productie in geldnood verkeerde. McLaren wilde net als toen hij een paar jaar eerder de hiphop-subcultuur aan het grote poppubliek presenteerde, hetzelfde doen met de vogue-cultuur, en hij kreeg bij wijze van reclame wat audio- en videofragmenten uit de nog niet voltooide film in bruikleen.


Het nummer werd echter geen grote hit, het was een andere liefhebber van New Yorkse danssubcultuur die vogue pas echt wereldwijd onder de aandacht zou brengen: Madonna.


Zij frequenteerde in 1988-'89 regelmatig clubs als Sound Factory waar dj's als Junio Vasquez tijdens hun sets steeds een klein uurtje ruimte maakten voor een Vogue battle. Vogue kreeg stilaan immers ook buiten de 'ballrooms' succes. De houterige bewegingen, hoekig ritmisch zwaaiend met de armen, en met het hoofd steeds een andere pose aannemend, alsof je gefotografeerd werd, pasten goed bij de hoekige ritmiek van de steeds populairder wordende housemuziek.


Niet alle house, techno en disco was echter geschikt voor vogue, het ritme moest vooral niet te snel zijn, en de melodie het liefst een beetje orkestraal. De soundtrack van de vroege ballroom-feestjes uit de jaren zeventig werd gevormd door Philly-soul nummers als Love Is The Message van MFSB, Let No Man Put Us Under van First Choice en Love Break van Saulsoul Orchestra.


Maar de nieuwe generatie houseproducers die in de jaren tachtig van zich deed spreken kwam met een eigentijds vervolg op deze muziek, met een geluid dat we nu ergens tussen disco en house zouden plaatsen.


Het is mooi dat de beste nummers uit die tijd, de overgangsperiode in de dance van disco naar house, die immers samenvalt met de periode dat vogue even 'en vogue' was, nu zijn samengevoegd door het (Britse) Soul Jazz label. Voguing And The House Ballroom Scene Of New York City (1976-1996) is een dubbel-cd (gelimiteerd ook als driedubbel-cd leverbaar, met een mix-cd van Junior Vasquez) met prachtige soulvolle house- en discoproducties.


Behalve voornoemde titels zijn andere sleutelnummers The Ha Dance, een vroege Masters At Work productie, The Witch Doktor van Armand van Helden en Raze's Break 4 Love.


Ook Malcolm McLarens Deep In Vogue staat er op, maar Madonna's Vogue ontbreekt. Mogelijk gaf ze geen toestemming, maar het kan ook zijn dat de samenstellers haar genegeerd hebben. Ze heeft zichzelf niet heel populair gemaakt in de scene, die zich geëxploiteerd voelde.


Een scene waar inmiddels ook in letterlijke zin niet veel meer van over is. In het gelijknamige, schitterende, fotoboek met werk van van Chantal Regnault, dat tegelijk met de cd-box verscheen, meldt de fotografe dat sinds haar werk in de jaren tachtig en negentig tweederde van de drag-queens en andere modellen is overleden, veelal aan de gevolgen van aids.


Boek en cd vormen een fraai monument voor deze even curieuze als fascinerende subcultuur.


Chantal Regnault: Voguing And The House Ballroom Scene Of New York City 1976-96.

Soul Jazz Books £ 25,-

ISBN 978 0 955 4817 65

****


Voguing And The House Ballroom Scene Of New York City 1976-96: Diverse artiesten.

Label: Soul Jazz/Munich.

****

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden