Strindberg zonder Scandinavië maakt frisse indruk

Wanneer de vader zich even onbespied weet (toegangsdeuren naar de woonkamer dubbelgecheckt), probeert hij uit alle macht met zijn tong aan zijn neus te raken....

Karin Veraart

reukorgaan af en zakt onderuit op de bank om zijn weldoorvoede buik eens te monsteren. Opblazen. Leeg laten lopen. Even een momentje voor jezelf, zo. De vader is eigenlijk een heel gewone vent, een leuke vent wel.

Maar dat zien zijn huisgenoten doorgaans anders. Al geruime tijd is zijn vrouw Laura bezig een vertekend beeld van hem te scheppen en haar machinaties beginnen vrucht af te werpen. Op het moment dat De Vader van August Strindberg begint, lijkt niemand meer zeker van de staat waarin vader zich bevindt. Is hij, ritmeester en eminent geleerde, krankzinnig aan het worden?

Strindberg schreef het stuk in 1877 en tezamen met Freule Julie van een jaar later wordt het nog gerekend tot zijn naturalistische werk. Onder handen van Paula Bangels - dit stuk is haar eerste grotere regie bij De Paardenkathedraal - krijgt het stuk een licht absurdistische toets, waardoor het prettig modern aandoet zonder dat de beklemming van de inhoud verloren gaat.

Want beklemmend is het. In een ruim landhuis woont ritmeester Dolf met zijn vrouw (sinds twintig jaar) en hun dochter Bertha, een zwakke grootmoeder, de min Margret - allemaal vrouwen die hem ieder op hun eigen wijze tot waanzin kunnen drijven (al was dat nooit echt letterlijk het geval). Maar op het moment dat de vader besluit dat dochterlief beter af is buiten deze bekrompen, kleine wereld, krijgt hij het pas echt met zijn vrouw Laura aan de stok. Zijn plan om Bertha in de grote stad te laten gaan studeren is aanleiding voor een vuile loopgravenoorlog tussen man en vrouw.

De Zweed Strindberg (1849-1912) wordt gezien als vrouwenhater en in De Vader komen de dames er inderdaad bekaaid af. Dochter Bertha is een schaapje, de (onzichtbare) grootmoeder en de min zijn godsdienstige zeurkousen, en de vrouw des huizes is een regelrechte heks. José Kuijpers speelt haar heerlijk vilein, met aanvankelijk steevast een beleefde glimlach om haar mond als een griezelig masker.

Jaap Spijkers is de vader en het is een genot deze acteur na enkele uitstapjes naar het muziektheater weer eens naar hartelust te zien toneelspelen. Langzaam maar zeker laat hij de twijfel zijn brein vertroebelen en verandert hij van een laconieke kerel met een zekere gedrevenheid in een wrakkige, wanhopige smekeling.

Bangels vermijdt verder iedere Scandinavische couleur locale en de frisse aanpak en invulling van de scènes en personages rondom Dolf en Laura maken het stuk tot een tijdloos en vitaal geheel. Zo gaat de opkomst van de inwonende dokter (Bas Keijzer) gepaard met macho-achtige danspassen, is de dominee annex zwager (Louis van Beek) een lekker bemoeizuchtig en wel erg nieuwsgierig mannetje en knecht Nöjd een knurft. In combinatie met slapstickachtige momenten en filmische muziekfragmenten is dat al met al goed voor een onderhoudende voorstelling met een dwingende kern.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden