Strijken

Laatst heb ik leren strijken. Ik heb nogal wat overhemden, dus het kwam goed uit. Of laat ik het zo zeggen: mevrouw Bril gaf er de brui aan, genoeg gestreken....

Martin Bril

Voor de strijkles had ik een goede vriend gecharterd. Zijn vader was toneelspeler in een tijd dat acteurs hun eigen kleding moesten verzorgen. Van hem had de vriend het weer geleerd. Zo zie je maar - er gaat meer van vader op zoon dan alleen dezelfde dikke neus.

Strijken heeft altijd een magische aantrekkingskracht op mij gehad. Het sissen van de bout, het onderstel van de plank, de geur van het gestreken goed, moeder die met de radio mee neuriet, regen slaat tegen de ramen. Een prachtig tafereel.

Later werd het genot anders: het verplaatste zich naar de klerenkast. Regelmatig deed ik die open en dan hingen ze daar opeens: al die mooie, prachtig gestreken overhemden. De knisperende geur van nieuwe avonturen sloeg er vanaf. Ik hoefde er alleen maar een aan te trekken. Een wonder was het, heerlijk. Voor zulke momenten is het huwelijk uitgevonden.

Goed.

De vriend liet mij zien hoe het ging. Eerst kwam het moeilijkste, de mouwen, gevolgd door de manchetten. Daarna de linkerschouder, dan de rechter. Goed kracht zetten op de bout, met de punt tot de naden, maar niet eroverheen. Intus sen moet de zaak strak worden aangetrokken, niet benauwd zijn. Vervolgens de grote panden: de rug en de voorkant. Als laatste de boord, en die dan uitgevouwen, zodat de stof goed kan rullen als je hem met de hand in de bedoelde vorm legt.

Mooi werk.

De vriend deed nog een overhemd voor. Ik voelde al aankomen dat nummer drie voor mij zou zijn. Strijken, zo hoor je vaak, is zo'n huishoudelijk karweitje waarvan de mooiste eigenschap is dat je al doende zo fijn aan iets anders kunt denken. Dat is een eigenschap die bij wel meer huishoudelijke werkzaamheden opduikt, trouwens, maar waarom eigenlijk? Betekenen ze van zichzelf soms niet genoeg? Over de hengelsport en hardlopen hoor je ook vaak dat je er zo goed bij aan iets anders kunt denken.

Ik was aan de beurt.

Het eerste overhemd ging mis, het tweede ook. Het struikelblok zat iedere keer in het begin: de mouwen. Gelukkig zie je de mouwen niet als je een colbertje draagt. Maar bij het derde overhemd ging het al heel redelijk, wat zeg ik - ik had de slag te pakken.

Bedoelde slag komt hier op neer: al strijkend steeds beter te willen strijken. Ben je bezig met een pand, dan probeer je aan de randen alvast zoveel mogelijk mee te pikken van het volgende pand, want dat is winst. Tijd, daar gaat het om bij het strijken, in combinatie met kwaliteit. Het doet denken aan het scheren.

Ook dat is zo'n activiteit waarbij het gaat om een vaste hand, een goed ingestudeerd parcours, het juiste materiaal, ferme snelheid. En nergens anders aan denken dan aan het scheren zelf, of aan niets, dat mag ook. Al scherend de agenda voor de komende dag doornemen werpt een smet op de schoonheid van het ritueel, de complexiteit van de handelingen die tot eenvoud verwordt door eindeloze herhaling. Strijken is net zo: je moet aan niets anders denken dan: ik strijk, jij strijkt, hij strijkt, wij strijken. Het is van zichzelf genoeg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden