Strijders tegen de verstening van nationale identiteiten

De Erasmusprijs is woensdag toegekend aan Claudio Magris en Adam Michnik. Het thema luidt dit jaar 'culturele breuklijnen'. De Italiaan en de Pool hebben veel gepubliceerd over de culturele en politieke verscheidenheid in Midden-Europa....

De een is een dromer, de ander een activist. De een is schrijver, de ander ex-dissident. De een is hoogleraar germanistiek in Italië, de ander hoofdredacteur van de grootste krant van Polen. En de een noemen we een West-Europeaan, de ander een Oost-Europeaan.

Ze lijken in vrijwel niets op elkaar. Toch zijn er maar moeilijk twee Europese intellectuelen te vinden die zich zo met hetzelfde bezighouden als Claudio Magris en Adam Michnik.

Wat de twee met elkaar verbindt is een plek. Die plek heet Midden-Europa.

Je kunt het eigenlijk nauwelijks een plek noemen. De grenzen van Midden-Europa liggen niet vast. Sommigen zeggen: 'De Midden-Europese landen gaan tot de EU toetreden.' Ze bedoelen daarmee Polen, Tsjechië, Slowakije en Hongarije. Anderen stellen Midden-Europa gelijk aan het oude Habsburgse rijk. Daar horen ook Oostenrijk en delen van Roemenië, Oekraïne, ex-Joegoslavië en Italië, inclusief Magris' geboortestad Triëst bij. Weer anderen vinden dat ook Duitsland deel uitmaakt van Mitteleuropa.

Die verwarring over de geografische definitie van het gebied is kenmerkend. 'Midden-Europa' staat voor steeds weer veranderende grenzen. Het is een lappendeken van ontelbare volkeren die een tijd lang samenleven en elkaar dan weer meedogenloos te lijf gaan. Midden-Europa is al eeuwenlang het strijdtoneel van de Europese grootmachten.

'Midden-Europa is geen staat', schreef Milan Kundera daarom begin jaren tachtig in zijn geruchtmakend essay De tragedie van Midden-Europa, 'het is een cultuur of een lot. Zijn grenzen zijn denkbeeldig en worden bepaald en opnieuw bepaald door elke nieuwe historische situatie.' Het is deze herinnering aan de multiculturele chaos van Midden-Europa, aan een identiteit die door de geschiedenis altijd weer ter discussie wordt gesteld, die Magris en Michnik met elkaar gemeen hebben.

Die herinnering kan tot pessimisme leiden. Maar niet bij Magris en Michnik. Zij beseffen dat er altijd twee Midden-Europa's zijn geweest: dat van gruwelijke oorlogen als in Bosnië, maar ook dat van de vreedzame coëxistentie in een stad als Sarajevo. Dat laatste is altijd het ideaal geweest waarnaar ze hun leven hebben ingericht.

Michnik, geboren in 1946 in Warschau, deed dat jarenlang als dissident in een communistisch land. Al op zijn vijftiende wordt hij lid van een verboden groepering. Hij studeert geschiedenis en economie en is in 1976 een van de oprichters van de KOR, het Comité ter Verdediging van Arbeiders. Deze groep intellectuelen wordt enkele jaren later een van de drijvende krachten achter de oprichting van het verboden vakverbond Solidariteit.

Michnik zelf is in de jaren tachtig een van de adviseurs van Lech Walesa. In 1989 neemt hij deel aan de befaamde rondetafelgesprekken met het regime, die een vreedzame overgang naar een parlementaire democratie totstandbrengen. Datzelfde jaar richt hij de Gazeta Wyborcza op, 'de krant van de verkiezingen'. De Gazeta begint als vakbondsblad, maar al gauw laat Michnik het rode symbool van de vakbond van de voorpagina verdwijnen en gaat de krant verder als onafhankelijk medium.

Het wordt hem door veel van zijn oude strijdmakkers niet in dank afgenomen. Maar de beslissing van Michnik om zich ook in het nieuwe Polen als dissident op te stellen, blijkt van grote waarde voor de democratisering van het land.

Michnik, een kind van joodse ouders, stelt zich op als tegenstander van elke vorm van intolerantie, ook ten aanzien van de oud-communisten. Hij verzet zich hevig tegen het autoritaire gedrag van Walesa, de eerste gekozen president, en houdt, ondanks het feit dat hij onder de communisten zes jaar in de gevangenis zat, een geruchtmakend interview met generaal Jaruzelski, de man die in 1980 Solidariteit verbood.

Veel Polen kunnen zijn pogingen het verleden onder ogen te zien waarderen: de Gazeta behoort inmiddels met meer dan een half miljoen lezers tot de toptien van Europese kranten en heeft de ontwikkeling van de onafhankelijke media in Polen een krachtige impuls gegeven.

Het ideaal van een open en tolerante samenleving dat Michnik zo publiekelijk in de praktijk brengt, propageert Magris vanuit zijn studeerkamer. Magris raakt al op jonge leeftijd gefascineerd door de Midden-Europese cultuur die hij tegenkomt in de cafés van Triëst en waar hij zich zelf deel van voelt uitmaken.

De eveneens joodse Italiaan, geboren in 1939, maakt op 26-jarige leeftijd furore onder germanisten met zijn vuistdikke dissertatie over het Habsburgse rijk aan het eind van de negentiende eeuw. Hij blijkt daarna een productief schrijver en wetenschapper. Hij publiceert romans, vertaalt werken van schrijvers als Ibsen, Kleist en Schnitzler, en schrijft essays over auteurs als Borges, Canetti, Rilke en Kafka. Daarnaast werkt hij als recensent voor de Corriere della Sera.

In 1986 verschijnt het boek waarmee hij beroemd wordt: Donau. Een ontdekkingsreis door de beschaving van Midden-Europa en de crisis van onze tijd. Het is een fascinerend reisverslag, een aaneenschakeling van kleine ontmoetingen en melancholieke bespiegelingen, langs een van de grote culturele breuklijnen op het continent. Het is ook één lang poëtisch pamflet voor een Midden-Europa dat moet en kan leren leven met de vele etnische, religieuze en ideologische tegenstellingen die het in zich herbergt.

Elf jaar later voltooit hij het minstens zo overrompelende Microcosmi, waarin Magris op zoek gaat naar de Midden-Europeaan in zichzelf. Door bezoeken te beschrijven aan de plekken waar hij zijn leven doorbrengt, de cafés, parken en godshuizen van Triëst, de heuvels van Piëmont, de eilandjes voor de Kroatische kust en het winterse Tirol, gunt Magris de lezer een kijkje in zijn eigen verbrokkelde identiteit.

Het is een identiteit die hij, en dat is misschien wel zijn grootste verdienste, niet afwijst, maar met grote liefde koestert.

Zowel Magris als Michnik is kenner van de Midden-Europese geschiedenis. Beiden hebben daaruit de les geleerd dat het geweld ontstaat wanneer de bewoners van dit gekwelde gebied zich laten verstenen in hun zelfbedachte identiteit. Een inwoner van Triëst is niet alleen Italiaan, schrijft Magris daarom in zijn boek. En een oud-communist is ook een Pool, betoogt Michnik daarom op de voorpagina van zijn krant. Claudio Magris en Adam Michnik zijn allebei strijders tegen de verstening.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden