Strijder voor belastingverlaging

Hij was een grondlegger van de Republikeinse nadruk op lage belastingen. Als Congreslid, minister en running mate van Bob Dole kwam hij ook op voor de zwarten.

In 1970 werd Jack Kemp gevraagd waarom zijn American football-carrière hem geschikt maakte voor het Congres. Profsport had hem goed voorbereid op de politiek, zei hij. ‘Ik ben al uitgefloten, toegejuicht, verkocht en als pop opgehangen.’

Kemp was op de schouders rondgedragen toen hij de Buffalo Wings in 1964 en 1965 tot kampioen had gemaakt. Hij werd tot de beste speler van de AFL-competitie gekozen. In het Congres werd hij aanvankelijk bespot als een domme quarterback.

Maar Kemp had tijdens de lange reizen met zijn team boeken gelezen van conservatieve denkers als Ayn Rand en William F. Buckley. En hij was oprichter en vijf jaar achtereen voorzitter van de spelersvakbond. In die hoedanigheid hielp hij in 1965 een spelersboycot te organiseren van een finale in New Orleans, omdat de zwarte spelers werden geweigerd in taxi’s en nachtclubs.

Het werden de twee pijlers van Kemps politieke carrière. Kemp, negen keer herkozen in het Congres, streed steeds tegen discriminatie en probeerde de Republikeinse Partij aantrekkelijker te maken voor zwarte kiezers. Als minister van Volkshuisvesting in het kabinet van president Bush senior koos hij vaak voor zwarte huurders en tegen hun huisbazen.

Kemps sympathie voor de sociale problemen van zwarten, zeldzaam bij conservatieve Republikeinen, was terug te voeren op zijn contact met zwarte medespelers. Zoals Kemp vaak zei: ‘Ik moet wel opkomen voor de rechten van de mensen met wie ik onder de douche stond’. President Obama zei zondag dat Kemp op het footballveld had geleerd dat ‘de bittere kloof tussen rassen en klassen het gezamenlijke doel om te winnen slechts hindert’.

Maar de belangrijkste bijdrage van Kemp aan de Amerikaanse politiek is zijn constante nadruk, vanaf 1976, op belastingverlaging, nog altijd een kernpunt in het Republikeinse wereldbeeld. Van ‘supply side’-econoom Arthur Laffer leerde Kemp de nu nog omstreden theorie: lage belastingen jagen de economie zo aan dat de staat er uiteindelijk beter van wordt en tekorten dus gerechtvaardigd zijn.

Kemp vatte de theorie in wetsvoorstellen in een tijd dat het hoogste Amerikaanse tarief 70 procent bedroeg. Het werd een hoofdthema van de campagne en het presidentschap van president Reagan. De wet waarmee diens belastingverlaging werd doorgevoerd, droeg Kemps naam.

Kemp probeerde in 1988 zelf president te worden, maar legde het af tegen vicepresident Bush senior. Die vroeg hem voor volkshuisvesting, waar hij zich met grote energie inzette tegen corruptie en voor achterstandswijken.

In 1996 vond de Republikeinse presidentskandidaat Bob Dole Kemp een zo belangrijke conservatieve stem, dat hij hem tot running mate maakte. De twee konden het eigenlijk slecht met elkaar vinden. In de jaren tachtig had Kemp eens gezegd: ‘Bij een brand is onlangs Doles bibliotheek verbrand. Beide boeken gingen verloren. En bij een ervan was hij nog niet eens klaar met inkleuren.’ De twee legden het af tegen president Clinton.

Kemp, die bij denktanks bleef strijden voor zijn ideeën, heeft nog beleefd hoe zijn politieke erfenis in zwaar weer geraakte: de belastingverlagingen voor de rijken onder Bush jr. werden door de kiezers afgewezen. En heel weinig zwarten stemden Republikeins in 2008. Kemp riep ‘de partij van Lincoln’ op terug te keren naar haar wortels ‘als partij van emancipatie, bevrijding, burgerrechten en gelijke kansen voor allen’.

Kemp bezweek zaterdagavond aan kanker in zijn huis in Bethesda bij Washington. Hij werd 73.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden