Strijdbaar als in zijn allerbeste dagen op het ijs

Sinds december vecht Harm Kuipers (64) tegen prostaatkanker én een gezwel in zijn slokdarm. De wereldkampioen allround van 1975 knokt tot het bittere eind, net als vroeger. 'Als statistieken zeggen dat ik 70 word, wil ik die statistieken verslaan.'

Harm Kuipers is ziek, en niet zo'n beetje ook. Maar wie verwacht dat hij op die manier naar zichzelf kijkt, zit er stevig naast. 'Ik voel me geen patiënt. Ik heb een ziekte onder de leden, zo zie ik dat.'

Misschien verandert hij ooit van gedachten. Kuipers (64) kan het zich best voorstellen. Prostaatkanker én slokdarmkanker tegelijk, is niet niets. Zijn ziekte haalt de geboren optimist in hem naar boven, maar ooit is het ook voor hem afgelopen met relativeren.

Reken maar dat hij de tijd die er nog rest tot de laatste seconde zal benutten. Het is dat hij in mei vanwege zijn leeftijd met prepensioen gaat, anders waren ze nog lang niet van hem af geweest op de faculteit gezondheidswetenschappen van de Universiteit van Maastricht. En als er de afgelopen weken niet zo veel sneeuw op de weg had gelegen, was hij gewoon elke dag op de fiets gestapt. Weer of geen weer.

Hij heeft de resterende tijd bovendien hard nodig om alle lotgenoten een hart onder de riem te steken. Kanker is een ziekte die misverstanden en onzekerheden zaait, zegt Kuipers. Als er dankzij hem ook maar een beetje opheldering over de ziekte ontstaat, is hij al tevreden.

Natuurlijk, hij heeft makkelijk praten. Met zijn medische achtergrond ligt hij een straatlengte voor op andere mannen bij wie prostaatkanker is vastgesteld. 'Ik ben zelf in staat op medisch vlak dingen aan elkaar te verbinden. Ik heb de specialist gebeld dat hij het slechtnieuwsgesprek met me kon overslaan.'

Een operatie vanwege goedaardige plasklachten bracht het gezwel in februari 2010 aan het licht. En uit de resultaten van het pathologisch-anatomisch onderzoek kon hij met een beetje zoekwerk op internet uitmaken hoe ernstig de diagnose was. De 'meest vervelende vorm' van prostaatkanker werd bij hem geconstateerd.

Kuipers wilde ook nu het naadje van de kous weten. Hij verdiepte zich in de ziekte en ontdekte dat de voorlichting over prostaatkanker verre van vlekkeloos verloopt.

Houvast

'Als de dokter zegt: '80 procent van de patiënten heeft niet de agressieve vorm en we kunnen uw ziekteverloop prima volgen', dan verlaat de patiënt de kliniek met het idee: het is vervelend, maar ik hoef er niet dood aan te gaan. De informatie die wordt gegeven is summier en niet op maat gesneden.

'De patiënt zou standaard een folder mee moeten krijgen met alle noodzakelijk informatie. Omdat ze nu niet beter weten, zeggen mannen al snel: ik heb kanker, dus dat ding moet eruit en snel een beetje. Dus die worden impotent door de operatie of moeten een luier dragen. Dingen waarop je niet zit te wachten, terwijl dat in heel veel gevallen ook niet nodig was geweest.'

Kanker, zegt Kuipers, staat zo'n beetje synoniem voor de dood. En dat is lang niet altijd terecht. 'Mensen kunnen het vaak nog jaren uitzingen met een goede kwaliteit van leven.' Kijk maar naar hem.

Aanvankelijk leek zijn ziekte zich tot de prostaat te beperken. 'Toen ging ik de molen in voor allerlei onderzoeken en bleek de kanker uitgezaaid in de lymfeklier. Dat was even slikken. Want daardoor kwam ik in de hoge risicogroep terecht. En daarmee in een heel andere statistiekcategorie.'

Vijf, hooguit acht jaar. Langer gaf Kuipers zichzelf niet toen de diagnose was doorgedrongen. Het is wat registratiecijfers van patiënten met dezelfde ziekte hem vertelden. Hij houdt zich eraan vast: precies zoals statistieken en uitslagen hem jarenlang houvast op het ijs hadden gegeven.

Duveltje

Als begenadigd langebaanschaatser was het zijn doel te doen wat eigenlijk niet kon. Hij onderscheidde zich in de jaren zeventig van zijn landgenoten, omdat hij zijn eigen trainer was en zichzelf buiten de kernploeg naar grote hoogten stuwde.

Het lot tarten is wat hij zich heeft voorgenomen, nu hij aan de zwaarste wedstrijd van zijn leven is begonnen. Een tien kilometer is er nog te verrijden voor Kuipers, de afstand waarop hij zich in 1975 van zijn eerste wereldtitel verzekerde.

Hoe? Daar is hij nog niet achter. Maar de kanker klein krijgen, dat moet en zal hem lukken. 'Ik heb als schaatser altijd gezegd: ik wil de statistieken verslaan. Als de statistieken nu zeggen dat ik 70 word, wil ik die statistieken verslaan.'

Een paar ronden ver was Kuipers onderweg in zijn laatste 10 kilometer toen zijn tactische plan wreed werd verstoord. Tijdens een CT-scan in december ontdekten artsen een tweede gezwel, in zijn slokdarm. Via een endoscopie werd er zo veel mogelijk van weggesneden, maar helemaal verdwenen is de kanker niet. En dat zal tot zijn dood zo blijven.

Voor Kuipers voelde het alsof hij er een rivaal bij had gekregen. 'Het kwam als een duveltje uit een doosje. Ik had alles op alles gezet om één tegenstander op de knieën krijgen. Dat zijn er twee geworden.'

Toch was hij minder uit het lood geslagen dan toen er voor het eerst kanker bij hem werd vastgesteld. 'Kennelijk wen je aan slecht nieuws. Wubbo Ockels beschrijft ook in zijn boek: als je een paar tegenslagen hebt gehad, valt de volgende altijd mee.'

Wereldtitel

De mens zit erop te wachten om oud te worden, zegt Kuipers. Hijzelf niet. 'Oud worden gaat ook vaak gepaard met ongemakken. Wat me verschrikkelijk lijkt, is afhankelijk zijn. Je ziet ook mensen die hun decorum verliezen. Ik heb altijd gezegd: zo hoef ik niet oud te worden. En dat gaat nu vast ook niet gebeuren.'

Maar lijdzaam wachten tot de dood erop volgt? Vergeet het. Als het even kan, ontstijgt hij de aarde. Zijn vergunning waarmee hij zelfstandig mag vliegen, krijgt hij niet meer terug vanwege zijn ziekte. Maar als copiloot bezag hij onlangs nog Limburg en de Belgische Ardennen van grote hoogte.

Kuipers noemt zichzelf 'een type dat niet bij de pakken gaat neerzitten'. Het beste bewijs voor die stelling is wel zijn wereldtitel.

In het Bislett Stadion van Oslo waande hij zich 27 jaar geleden de onbedreigde allroundkampioen die in de Sovjet-Unie zijn twee grootste uitdagers vond. De Noren die voor eigen publiek reden, vielen tegen, Sten Stensen nog het meest.

Het jaar ervoor had Kuipers de titel nog aan Stensen moeten overdragen. 'Ik leidde het klassement en wist dat ik op de 10 kilometer moest proberen bij hem te blijven. Stensen was op die afstand namelijk beter dan ik. Het lukte, tot vijf à zes ronden van het einde. Ik ben er nog weken lichamelijk kapot van geweest.'

Zijn mentaliteit om tot het bittere eind te knokken, ontleent hij naar eigen zeggen aan een gewezen bestaan als sportman. 'Mensen herinneren zich alleen die ene wereldtitel. Maar ik heb veel meer verloren dan gewonnen. En juist met die nederlagen moet je kunnen omgaan. Anders was ik nooit wereldkampioen geworden.'

Zo is het met zijn ziekte ook. 'Een sporter moet zich aan allerlei zaken kunnen aanpassen, net als ik nu. Toen de behandeling voor mijn prostaatkanker bezig was, merkte ik al snel dat mijn conditie afnam. Dat ik slechte benen begon te krijgen als ik heuvelop fietste. Dat gevoel kende ik niet. Dan kan ik daarover zeuren, maar ik moet gewoon mijn referentiekader aanpassen. En voor mijn leeftijd fiets ik nog best aardig.'

Als schaatser deed hij er al alles aan om zich niet uit het veld te laten slaan. 'Je mag nooit voor één gat te vangen zijn. Die eigenschap komt me nu ook goed van pas. Ik kan genieten van wat ik nog wel kan en probeer dat anderen ook duidelijk te maken. Het leven stopt niet acuut als je kanker hebt. Je moet je alleen een beetje aanpassen soms en de ongemakken voor lief nemen.'

Tijdens het gesprek dwingen de pijnscheuten in zijn rug hem geregeld te gaan verzitten. Hij verontschuldigt zich ervoor, maar maakt er zo min mogelijk woorden aan vuil. Medicijnen gebruikt hij alleen als de pijn niet meer te harden is.

Weer is er de link met het verleden. 'Schaatsen is een vrij gezonde sport, je breekt over het algemeen weinig. Met spier- en gewrichtspijn leer je leven. Daarbij ben ik altijd blessuregevoelig geweest. Daarom slik ik nu ook zo weinig pijnstillers. Want elk medicijn is in feite niets anders dan vergif.'

Doping

Weet je wat pas dodelijk is?, zegt hij. Zitten afwachten tot er niks meer aan te doen is. 'Waarom zou je? Ik ben volop actief. Ik heb goede en minder goede dagen. Op de mindere pas je je aan, fiets je net iets minder hard dan je normaal kunt. Ik ben ook al die tijd gewoon naar mijn werk gegaan.'

Een paar van zijn taken als lid van de medische commissie van de internationale schaatsunie droeg hij de afgelopen maanden aan een ander over. Maar in Heerenveen zal hij straks, bij de WK afstanden, als vanouds langs het ijs staan.

Intussen legt hij de laatste hand aan zijn memoires. Grote onthullingen, bijvoorbeeld op het terrein van doping - waarover Kuipers zich altijd met klem uitsprak - komen er volgens hem niet in voor. Miljonair zal hij er evenmin mee worden. Lachend: 'Een huis op Hawaï, daar heb ik nu toch niks meer aan.'

1947 geboren in Vries (Drenthe), op 22 november

1973 brons bij EK allround

1974 zilver bij WK allround

1975 wereldkampioen allround en voor tweede keer Nederlands kampioen allround schaatsen

Kuipers is hoogleraar bewegingswetenschappen aan de Universiteit van Maastricht en lid van de medische commissie van de Internationale Schaatsunie (ISU).

Hij is getrouwd, heeft drie kinderen en vijf kleinkinderen en woont in Meerssen.

CVHarm Kuipers

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden