Strijd tegen de stoppel

Dat de nieuwste Philishave tot de gadgets van James Bond behoort is prachtig, maar de liefhebber raakt pas ontroerd bij de aanblik van zijn verre voorgangers....

De recente berichten over de verplaatsing van de productie van de Philishave van Drachten, Friesland, naar Zhuhai, China, zijn nogal voorbarig geweest. De fabriek waar dit succesnummer van Philips al ruim vijftig jaar wordt geproduceerd, wekt op het oog niet de indruk te zijn afgeschreven. Integendeel. Er wordt nog altijd volop in innovatie - de middlename van de producent - geïnvesteerd. De recente vestiging van een advanced technology center suggereert een onverwoestbaar vertrouwen in de toekomst.

Die indruk is correct, bevestigt vice president Alexius Collette met een brede lach. Natuurlijk, de beheersing van de loonkosten vormt een permanente uitdaging voor een bedrijf als Philips. Het ligt dus in de rede dat arbeidsintensieve handelingen, zoals de eindmontage van de eenvoudige tweekops en driekops scheerapparaten ooit naar elders zal worden verplaatst.

Aan de status van Drachten als center of competence en bakermat van de new technology zal dat geen afbreuk doen. Waarmee hij niet wil betogen dat Drachten een status aparte geniet in de global supply chain. Maar de ontwikkeling en productie van de Philishave zal vooralsnog daar geconcentreerd blijven.

Oud-werknemer Gerrit Pal, die tegenwoordig nog rondleidingen in de fabriekshallen van Philishave geeft, twijfelt geen moment aan de oprechtheid van dit voornemen. Zij het dat die overtuiging op andere argumenten stoelt: hij kan zich Drachten niet zonder Philishave voorstellen.

Veertig jaar heeft hij bij het bedrijf gewerkt. In verschillende hoedanigheden. En in die tijd heeft hij een innige lotsverbondenheid tot ontwikkeling zien komen. De Drachtenaren waren er fier op om voor Philips te werken. Als er buiten de reguliere werktijden nog een vrachtwagen moest worden uitgeladen, kostte het geen moeite vrijwilligers te recruteren. Aan stakingen heeft het personeel zich in al die tijd slechts eenmaal bezondigd. De arbeidsonrust was na een dag ten einde.

Natuurlijk, er werd vroeger op de werkvloer nog een helder onderscheid aangebracht tussen leidinggevenden en uitvoerenden. Maar de cohesie van het bedrijf werd daar niet wezenlijk door aangetast, denkt Pal. Getuige alleen al het feit dat de Philishave-veteranen nog geregeld in de kantine van de fabriek bijeenkomen. Zo is het altijd geweest, en zo zal het ook altijd wel blijven, denkt Pal. Ook de jongste generatie werknemers geeft blijk van een grote betrokkenheid. Vorig jaar nog, toen er met elf miljoen Philishaves een productierecord werd gebroken, zouden zij collectief in een koortsige winning mood hebben verkeerd. Philips weg uit Drachten? Pal kan zich er niets bij voorstellen.

Bij de Philishave Verzamelaars Club (PVC) heerst evenmin een gevoel van alarmisme. Al moet de kandidaat-voorzitter van deze florerende vereniging, Peter Jonker (58), erkennen dat zijn fascinatie voor het droge scheren meer is ingegeven door het verleden dan door het heden of de toekomst. Dat de nieuwste Philishave (de Sensotec HQ8) tot de gadgets van James Bond behoort, is heel leuk en zeer verdiend, maar vermag de liefhebber niet zo te ontroeren als de aanblik van zijn verre voorgangers.

Jonker zelf kan nog moeiteloos de aangename sensatie oproepen die hij voelde bij de aanblik van de Philishave, type 7730: het eenkoppige scheerapparaat, voorzien van bronzen mesjes en een bekisting van bakeliet, waarmee het apparaat in 1939 onvermoed zijn zegetocht begon. Belangstelling voor techniek in het algemeen, en elektra in het bijzonder, had hij altijd al gehad. 'Als kind reed ik al met zes lampen op de fiets.' Vervolgens legde hij zich toe op het verzamelen van radio's. 'Hoe ouder hoe beter, bij voorkeur vervaardigd van bakeliet.'

Maar ja, oude radio's zijn ook nogal volumineus, 'dus voor je het weet slááp je tussen die dingen'. Na de verwerving van zijn eerste Philishave nam hij het kloeke besluit zijn hele verzameling aan het Radio Museum in Haarlem te doneren. En sindsdien staat vrijwel elk recreatief moment van zijn leven in het teken van het traceren, verzamelen en opknappen van Philishaves. Ruim zeshonderd heeft hij er nu, vooral daterend uit de jaren vijftig. 'Een middelgrote verzameling', taxeert Jonker. 'Er zijn leden van onze club die er 2400 hebben. En dat zijn er niet eens overdreven veel als je nagaat dat er 5500 verschillende types zijn gemaakt.'

De 'haves' binnen de PVC wekken niet de afgunst van de 'have nots'. Ware verzamelaars misgunnen elkaar hun aanwinsten niet. Toen Jonker een van de 500 door Corneille beschilderde Philishaves verwierf, deelden de clubleden volop in zijn trots en vreugde. Dat neemt niet weg dat een collectie in beginsel nooit te groot is. Het huisleven van Jonker en zijn echtgenote speelt zich goeddeels af tussen een uitdijend aantal vitrinekasten. 'Het presenteren van je spulletjes is tenslotte een belangrijk deel van de lol.'

Hij gaat bij voorkeur met vakantie naar landen met veel rommelmarkten. Maar ook op het Waterlooplein duikelt hij nog geregeld iets bruikbaars op. 'Met een paar euro's kom je een heel eind', zegt Jonker. 'Dat is het aardige van deze bezigheid. Anders dan telefoonkaarten, zijn Philishaves niet voor de verzamelaar gemaakt. Je bent dus niet commercieel bezig.'

Zijn exclusieve liefhebberij komt echter vooral voort uit bewondering voor het technisch vernuft van de producent. 'Philips is altijd een stapje voor op de rest', betoogt Jonker. 'Dat was vroeger zo, en dat is nog steeds zo. Als je een Philishave van een kerktoren op een punthek laat vallen, doet hij het nog steeds. West-Europeanen hebben nu eenmaal gevoel voor kwaliteit. Onder de evenaar nemen ze het daar niet zo nauw mee. En als je je met een Russisch apparaat scheert, ontketen je een bloedbad.'

Niets herinnert er meer aan dat de Philishave welbeschouwd een crisisproduct is. Om de productiecapaciteit nog enigszins te kunnen benutten tijdens de grote Depressie van de jaren dertig van de vorige eeuw, begaf Philips zich steeds verder buiten zijn kernactiviteit - de productie van gloeilampen. Zo werden er op zeker moment in Eindhoven ook fietslampen en dynamo's vervaardigd, asbakken, wc-brillen en de zogenoemde Philite: een vederlicht apparaatje voor natscheerders met een verwaarloosbaar risico van zelfverwonding.

Deze mooie belofte ten spijt, werden met de Philite geen opmerkelijke verkoopsuccessen geboekt. Toen huisuitvinder Alexandre Horowitz in 1938 opperde een elektrisch 'droogscheerapparaat' te ontwikkelen, oogstte hij binnen het bedrijf weinig bijval. Het prototype werd goeddeels buiten werktijd geconstrueerd. Voor de verdere ontwikkeling stelde Horowitz' onwillige broodheer slechts 5000 gulden beschikbaar.

Met het verschijnsel droogscheren had men in de Verenigde Staten op dat moment al ervaring opgedaan. De apparaten die daar in omloop waren, werden door Horowitz echter als nogal 'agressief' ervaren. Dat wil zeggen: ze gingen niet alleen de stoppels te lijf, maar ook de bovenste huidlagen. Daar stelde Horowitz zijn 'geheimzinnige procedé der vele omwentelingen' tegenover. Een bronzen mesje, bestaande uit drie beiteltjes, dat met een hoge snelheid in een cilindervormig scheerkopje draaide waarin - handmatig - 48 sleufjes waren gezaagd. De gebruiker werd een pijn- en bloedeloze scheersensatie in het vooruitzicht gesteld.

Horowitz' creatie werd door zijn tijdgenoten hogelijk gewaardeerd, getuige de onafzienbare stoet mannen die zich bij de Utrechtse Voorjaarsbeurs van 1939 vol vertrouwen voor een gratis scheerbeurt bij de stand van Philips meldde. Binnen een jaar kwam, à raison van 24,80 gulden, een verbeterde versie van dit wonder van scheervernuft op de markt: de Philishave 6. Dit cijfer verwees naar de zes stalen beiteltjes waarmee het apparaat was uitgerust.

En daarmee werd - slechts onderbroken door de Tweede Wereldoorlog - de eeuwigdurende slag om de gunst van de consument ingeluid. Het aantal beiteltjes werd uitgebreid, net als het aantal scheersleuven, en de rotatiesnelheid van de motor. Het vooroorlogse bakeliet maakte plaats voor kunststof, in een beperkt aantal kleurstellingen. Het staafmodel werd vervangen door het zogenoemde 'eitje': een aaibare uitvoering die was gemodelleerd naar de handpalm.

Het eitje werd in de jaren vijftig van twee scheerkoppen voorzien. En het eitje evolueerde in het zogenoemde pijpmodel. Er kwamen snoerloze Philishaves in omloop. En Philishaves met een verend scheerhoofd dat de welvingen van de kin moeiteloos volgde. Het scheerhoofd kon op een zeker moment worden opengeklikt, en werd - in een beperkt aantal uitvoeringen - geflankeerd door een trimmer. In 1966 begon het driekopsmodel, dat later uitgroeide tot het (beschermde) beeldmerk van de Philishave, zijn gang naar de badkamer.

Dit apparaat werd in 1980 voorzien van het, als revolutionair gepresenteerde, double action system; het procédé - retractie genoemd - waarbij het 'hefmes' de baardhaar optilt, opdat het onder het maaiveld door het achterliggende mes kan worden afgeschoren. En elke nieuwe generatie Philishaves werd gemarkeerd door namen die aan de luchtvaart lijken te zijn ontleend: KL 2400, de 7743, de SC 7749, de HP 1303, de Rota 80 HP 1601, de HS 950 en de HQ 5890, om maar een greep uit het assortiment te nemen. Voorlopig sluitstuk van deze ontwikkeling is de HQ 5615 Cool Skin: een hip hebbeding voor 'ontevreden natscheerders' dat ook onder de douche kan worden gebruikt. Er volgt nog meer, bezweren Collette en diens manager development department shaving, Michiel Hillen. 'De Philishave is een stabiele winstgenerator, en moet dat ook blijven.' Ontwikkeling is dus een zaak van lijfsbehoud. Wat we nog kunnen verwachten? Nóg betere retractiemethoden. Nóg meer handreikingen aan de natscheerders. En allerlei digitale snufjes die het gebruiksgemak tot ongekende hoogten zullen aanjagen. De komst van hybride producten, bijvoorbeeld een combinatie van een telefoon en een scheerapparaat, wordt voorlopig niet voorzien. 'Want scheerders vormen toch een heel specifieke doelgroep.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden