Strijd om informatie

Eén medewerker op één Kamerlid. Terwijl een minister een leger ambtenaren achter zich weet. Hoe de Tweede Kamer de regering nauwelijks kan controleren. 'Je beslist vaak zonder de gevolgen te kunnen overzien.'

DOOR ELINE HUISMAN EN ARIEJAN KORTEWEG FOTO'S IVO VAN DE BENT

'Politici zijn nergens zonder de denkkracht en het doorzettingsvermogen van al die geweldige fractiemedewerkers, ambtenaren en ondersteunend personeel die ons daarbij bijstaan', bedankte Diederik Samsom zijn personeel toen er na weken van vaak tot in de kleine uurtjes vergaderen dan eindelijk een begrotingsakkoord lag. 'Het is een voorrecht om met jullie te mogen werken.'

Geen gratuit bedankje. Kamerleden, zeker die van de oppositiepartijen, leunen vaak zwaar op anderen. Fractiemedewerkers zijn het voetvolk van de democratie, dat in de anonimiteit zijn werk verricht en vaak moet opboksen tegen een overweldigende meerderheid.

Achter iedere minister staat een leger van duizenden ambtenaren die hem van informatie kunnen voorzien. Daar tegenover is het Kamerlid de aanvoerder van een krijgsmacht met vaak niet meer dan één soldaat. 'Ik krijg als minister nog meer respect voor wat de Kamer doet', zei minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem onlangs. 'Als minister word je ongelooflijk goed ondersteund. Natje, droogje, transport, afspraken - voor alles wordt gezorgd. Een Kamerlid heeft vaak niet meer dan één medewerker, doorgaans in deeltijd.'

Is dat niet veel te weinig? De Kamer is het hoogste orgaan in onze democratie, met de nobele taak om de regering te controleren. Een schier onmogelijke opgave als je zo weinig ondersteuning hebt, en zo veel informatie moet verwerken.

'Politiek is een gulzig minnaar', omschreef een Kamerlid het Haagse leven ooit treffend. Ze sleurt je mee in de stroomversnelling van informatie en verwikkelingen en de erotiek van het werken in de schaduw van de macht. Eén voet over de drempel van het politiek bedrijf betekent meegezogen worden in een wereld die volgens haar eigen ritme leeft. Dat geldt voor parlementariërs, maar net zo goed voor ondersteunend personeel, bakens in de golf van informatie - 15 rapporten, 100 brieven van maatschappelijke organisaties en burgers, 700 pagina's officiële tekst van de regering en talloze mails en tweets - waardoor een Kamerlid wekelijks wordt overspoeld.

Jan Schinkelshoek, voormalig Tweede Kamerlid van het CDA, formuleerde zijn ontsteltenis daarover treffend: 'Wat me vooral opvalt na een jaar Kamerlidmaatschap is de verpletterende hoeveelheid informatie. Deze massieve omvang maakt me achtereenvolgens woedend, machteloos en neerslachtig.' Een constatering die Wouter Kolk, die als beleidsmedewerker en assistent van de fractievoorzitter bij de PvdA op het Binnenhof werkte, onmiddellijk herkent. 'Vraag één is of je goede informatie hebt. Vraag twee is of je die ook op een goede manier kunt verwerken. Dat gaat soms om ordinaire kwesties: kun je meer lezen dan alleen de brief van de minister? Die tijd heb je niet altijd.' Het is constant gedwongen keuzes maken, vertelt beleidsmedewerker Wouter Langendoen (CU): 'Er zijn altijd thema's die blijven liggen. En je moet altijd kijken: wie schrijft het op, en waarom? Dat geldt voor informatie vanuit het ministerie, maar ook vanuit lobbygroepen.'

Guido Enthoven, directeur en oprichter van het Instituut voor Maatschappelijke Innovatie in Leiden, liep voor zijn promotieonderzoek zeven jaar lang als Kuifje door die wereld van politiek Den Haag. Hij interviewde talloze Kamerleden en ambtenaren over de informatiestroom tussen regering en parlement. Zijn belangrijkste conclusies: 'Er zijn veelvoorkomende informatiegebreken in de verhouding tussen kabinet en oppositie. De Kamer krijgt tegelijkertijd gebrekkige, selectieve, misleidende en overdadige informatie.'

Verborgen informatie

De overdaad aan ambtelijke stukken geeft fysiek misschien het idee van een goede informatievoorziening. Maar relevante informatie wordt vaak bedolven onder massa's tekst. 'Hoe langer ik hier werk, hoe meer ik voel dat niet het hele verhaal wordt verteld', zegt Michiel van Nispen, beleidsmedewerker voor de SP. 'Onze grootste focus is altijd: wat staat er niet in? Je moet zelfstandig onderzoek doen om te zien wat de echte gevolgen zijn van beleidsvoorstellen. Informatie komt niet vanzelf naar de Kamer.'

Daarbij zijn er duidelijke verschillen tussen oppositie- en coalitiepartijen. 'Het is hard ploeteren voor een oppositiepartij', vertelt Tweede Kamerlid Joël Voordewind (CU). We treffen hem op een regenachtige vrijdagochtend, in café de Pont, aan het Amsterdamse IJ. De nacht daarvoor werkte hij aan de nieuwe Jeugdwet, eerder die week deed hij het debat over het vredesproces in het Midden-Oosten. 'Grote fracties hebben bij wijze van spreken een woordvoerder voor de kokkelvisserij. Bij de ChristenUnie controleert ieder Kamerlid een stuk of vier ministeries. Dat is andere koffie.' De beperkingen van de oppositierol ervaart het CDA ook aan den lijve. 'Je informatiebronnen drogen vrij snel op', verklaarde voormalig directeur van het fractiebureau Marco Zoon over de jaren sinds 1994 waarin de partij oppositie voerde. 'Als oppositiepartij beschik je over veel minder achtergrondinformatie dan als coalitiepartij.'

Aanvulling

'Kiezen waar we op inzetten'. Het is een van de meest gebezigde zinnen in de gangen van de Kamer. Ook tijdens de fractievergadering van de ChristenUnie wordt het vaak herhaald. Het is een dinsdagochtend met taart en cadeaus: medewerker Anna de Wit is jarig. 'Anna, je bent een onmisbare aanvulling op onze fractie', feliciteert fractievoorzitter Arie Slob haar. 'Beleidsmedewerkers zijn onze drijvende kracht.'

Gedreven zijn ze, en slim. Je ziet het bij alle fracties. Maar vooral ook: jong. Vaak tot een jaar of 35. Soms koud van de universiteit. En niet zelden op weg naar een politieke carrière: Sybrand Buma (CDA) en Geert Wilders (PVV) waren ooit fractiemedewerker. ChristenUnie-Kamerlid Joël Voordewind zette zijn eerste schreden in de politiek als beleidsmedewerker bij de PvdA. 'Ik moest rapporten becommentariëren van de Wereldbank en het IMF. Van de werkelijkheid van die organisaties had ik geen flauw benul. Het was een mooie ervaring, maar na een paar jaar wilde ik de echte wereld in.'

Toch is een baan als beleidsmedewerker populair, bij alle partijen. Langendoen: 'Je zit dicht op het vuur en kunt heel direct werk maken van je idealen.' Hij werkt nauw samen met 'zijn' Kamerleden. 'De vraag is altijd: 'wat kunnen we maximaal doen?' We zetten thematische partijcommissies in van vrijwilligers en experts, doen rondetafelgesprekken. Informatievoorziening moet je strak organiseren.'

'Verzuipen en weer bovenkomen', zo omschrijft Kolk zijn jaren als beleidsmedewerker. 'Je wordt snel in het diepe gegooid. Debatten voorbereiden, spreekteksten schrijven.' Ries Peters en Suzanne Brunner, sinds september stagiaires bij GroenLinks, kunnen er inmiddels over meepraten. 'De eerste twee weken word je overstelpt met informatie', vertelt Peters. 'Maar omdat je overal aan mag meedoen, krijg je snel een beeld van hoe de procedures werken en welke invloed de fractie heeft.' Het Binnenhof went snel. Omkijken naar ministers doen de twee allang niet meer. En ze merken dat in zo'n kleine fractie hun stem op waarde wordt geschat. 'Beleidsmedewerkers en persvoorlichters kwamen al in de begintijd vaak eerst naar mij toe: 'Ries, weet jij iets over de JSF?' Je mag concrete, echte dingen doen. Omdat ik het leuk vind, en de nieuwe beleidsmedewerker op mijn terrein nog werd ingewerkt.'

'Suzanne is inmiddels mevrouw Schaliegas', lacht Peters. 'Maar Liesbeth van Tongeren (Kamerlid voor GroenLinks) is nog altijd queen Schaliegas', nuanceert Brunner meteen.

'Hoe overleef je als parlementariër?', vraagt Voordewind zich hardop af. 'Door vooral de hoofdlijnen van wetgeving te pakken. Wij pakken de globale wet, kiezen daar de belangrijkste knelpunten uit en selecteren onze speerpunten. Op die punten lees je extra goed de wet, sommige details laat je vallen.'

Expertise

Kan de Kamer onder die omstandigheden nog wel goed haar werk doen? 'Kamerleden zijn gedreven en werken hard', vindt Kolk. 'Maar er is wel vaak een gebrek aan middelen en expertise. Dat maakt dat de Kamer niet altijd haar controlerende taak kan uitvoeren. Vaak begin je als beleidsmedewerker aan de andere kant: je kijkt eerst wat politiek belangrijk is. Pas daarna komt de vraag: hoe onderbouw ik het?'

De beste Kamerleden en beleidsmedewerkers zijn dan degenen met een goede politieke sensor, die efficiënt hun ondersteuning kunnen inzetten op de politieke speerpunten.

De consequentie: beslissingen worden vooral politiek gemotiveerd en de inhoud raakt in het gedrang. Een pijnlijk voorbeeld is de Kunduzmissie. 'Bij vredesmissies besef je in de Kamer: dit is het moment dat je over leven en dood beslist', zegt Kolk. 'Hoe krijg je als Kamer scherp om wat voor missie het precies gaat? En hoe verhoudt de realiteit uit ambtelijke rapporten zich tot de realiteit op de grond? Inhoudelijk mis je expertise. Dus kijkt men op hoofdlijnen: er zijn partijen die geen vechtmissie willen. Oké, dan wordt het een politietrainingsmissie. Terwijl dat niet strookt met de situatie op de grond.' Kolk werkt nu voor IKV Pax Christi, dat actief is in conflictgebieden. 'We hebben de ruimte de situatie ter plekke te onderzoeken. In Den Haag beslis je vaak zonder de gevolgen te kunnen overzien.'

Maar waarom vraagt dan niemand om meer geld voor medewerkers? Het blijkt een groot taboe. 'Je zult geen Kamerlid bereid vinden om nu te pleiten voor meer geld', laat voormalig Kamervoorzitter Gerdi Verbeet per e-mail weten. 'Sterker, zo'n pleidooi zal als een boemerang kunnen werken.' Kamerleden die vinden dat de ondersteuning tekort schiet, laten het wel uit hun hoofd op verhoging van het budget aan te dringen. Wie dat bepleit, zegt eigenlijk 'ik schiet tekort'. Dat willen ze niet uitstralen in tijden dat politici met argusogen worden gevolgd.

Verkeerd moment

'In kwalitatief opzicht hebben we fantastische ondersteuning', zegt Mona Keijzer (CDA). 'Maar kwantitatief lopen we achter bij het buitenland. Dan gaat het me niet om kennisachterstand ten opzichte van de regering, maar om het contact waaraan je niet toekomt. Ik krijg veel mails en brieven die ik zou willen beantwoorden. Dat lukt me niet. Daar zou ik meer ondersteuning voor willen.' Dan, abrupt: 'Meer wil ik er nu niet over zeggen. Het is crisis, dit is niet het moment om te vragen om meer ondersteuning.'

'Het is politiek correct geworden om te zeggen dat er minder politiek moet zijn', constateert Kolk. 'Dat is gek. Je wilt ook dat je dokter goede instrumenten heeft. De Kamer heeft meer mankracht en middelen nodig. Maar Kamerleden zitten in een electorale kramp, waardoor ze geen stelling durven te nemen.'

Buitengewoon onterecht, vindt ook Enthoven. 'Ik heb de parlementaire enquêtes van de afgelopen 25 jaar onderzocht. In meer dan de helft van deze kwesties bleek de Kamer gebrekkig geïnformeerd te zijn. Dat heeft een veelvoud gekost van de paar miljoen die nodig zijn voor het uitbreiden van het ondersteuningsapparaat.' Volgens hem zou ieder Kamerlid door drie tot vijf professionals moeten worden ondersteund. 'Dat is ook in het buitenland niet ongebruikelijk.'

'Het heeft geen zin om vijf of zeven man ondersteuning te hebben', vindt daarentegen Anoushka Schut-Welkzijn, een van de 41 VVD-Kamerleden. 'Ik denk dat je zowel in de Kamer als bij de rijksoverheid met minder mensen scherper op hoofdlijnen kunt sturen en veel beslissingen meer bij de mensen zelf kunt laten.' Zelf gunt ze zich de tijd om alle stukken tot in de details te bestuderen. 'Ik ben medewerker geweest, ik lees snel. Uiteindelijk moet jij het woord voeren.'

Als de crisis is geluwd, wordt het misschien makkelijker om voor meer ondersteuning te pleiten', vermoedt Enthoven. 'Het zou helpen als iedereen kon zien dat de controle soms echt tekort schiet. Misschien wordt er tegen die tijd weer een pijnlijke parlementaire enquête, zoals nu over de Fyra, ICT of woningbouwcorporaties georganiseerd. Kamerleden moeten ook vrijelijk kunnen praten met ambtenaren van ministeries. De meest succesvolle organisaties zijn die waar kennis en informatie zoveel mogelijk worden gedeeld. Pas dan kan de Kamer effectief controleren.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden